
|
Zuid-Afrikaanse regeringsgebouwen
Begin 20e eeuw in neoklassieke stijl gebouwd
Pretoria,
genoemd naar de Boerenleider die de Zoeloes bij Bloedrivier had
verslagen, is gesticht in 1855 en werd in 1860 hoofdstad van de
Boerenrepubliek Transvaal. Het bleef hoofdstad onder de Britten
en toen in 1910 de nieuwe Unie van Zuid-Afrika werd opgericht,
werd Pretoria aangewezen als administratieve hoofdstad en
residentie van de president en de regering.
De nieuwe
regeringsgebouwen werden ontworpen door de in Engeland opgeleide
architect Sir Herbert Baker, die in 1890, nog voor zijn
dertigste, naar Zuid-Afrika was gekomen. Hij maakte direct een
goede indruk op Cecil Rhodes, die zijn enthousiaste en zeer
invloedrijke beschermheer werd. Baker ontwierp heel wat fraaie
gebouwen in Zuid-Afrika, en ook het Rhodes-monument in Kaapstad.
Later droeg hij bij aan het ontwerpen van New Delhi in India en
van veel belangrijke gebouwen in Engeland.
De Union
Buildings werden in drie jaar gebouwd op een heuvel die
Meintjieskop heette, in de Pretoriaanse wijk Arcadia, een
locatie die moest doen denken aan de Acropolis van Athene. Ze
waren in neoklassieke stijl ontworpen als symbool van
Zuid-Afrika's nieuwe eenheid. De bouw was in 1913 voltooid.
De twee
vleugels, met koepeltorens, symboliseren de twee talen van het
land, Afrikaans en Engels, en zijn verbonden door een halfrond
blok met zuilen, dat een amfitheater met negenduizend
zitplaatsen bevat. Terrastuinen op de heuvelhelling bevatten
uitsluitend inheemse Zuid-Afrikaanse planten en er staan beelden
van prominente Zuid-Afrikanen, waaronder een zwierig
ruiterstandbeeld van Louis Botha, de eerste premier van de Unie.
In 1994
verzamelde zich een menigte van tienduizenden bij de Union
Buildings om Nelson Mandela de presidentseed te zien afleggen na
de eerste vrije verkiezingen in het land.
"Mede-Zuid-Afrikaner, volk van Zuid-Afrika: dit is waarlijk een
vreugdevolle nacht."
Nelson Mandela, overwinningstoespraak 2 mei 1994 |
MEER
INFO TRANSVAAL
De
hoogvlakte van Witwatersrand
Al
vóór elf uur rijden we over de droge hoogvlakte richting oosten. Hier en
daar loopt een kudde koeien te grazen. "De duivel heeft kermis", zou
moeder Schmitz gezegd hebben, want hoewel het zonnetje is doorgebroken, blijft
er af en toe toch nog een buitje of wat sneeuw uit de hemel vallen. In de
schone nederzetting Middelburg slaan we mondvoorraad in voor ontbijt en
lunch; het blijkt dat we wat eten betreft meestal op onszelf zijn aangewezen.
Het stadje is typisch boers: nette ruime woningen met veel tuin erom heen.
Schuttingen ontbreken, de zwarten hier zijn niet opstandig. Ze werken op de
omliggende boerderijen en zijn slaafs en onderdanig. Hoe lang nog? Opnieuw
bekruipt ons een déjá vu-gevoel. Dergelijke stadjes hebben we al eens
eerder gezien, in de Amerikaanse Mid-West, waar in staten als Indiana en
Idaho in de voormalige prairie deze oases van slaperige rust om de 50 km
voorkomen. We kopen er ‘biltong’, het equivalent van de Indiaanse pemmican.
Dat is gedroogd vlees, niet alleen van rundvee, maar ook van wild zoals eland
en impala. Als we de rand van de hoogvlakte naderen, zien we enkele mijnen met
de daarbij behorende industriecomplexen liggen. In deze streek wordt heel wat
goud gedolven en andere hoogwaardige ertsen gewonnen.
Long
Tom, een super-kanon
Afdalend
naar het Laeveld, de laagvlakte, komen we voorbij Long Tom Pas waar ooit een
veldslag tussen de Boeren en de Engelse bezetters plaatsvond. Long Tom is een
kanon met lange loop. Het uitzicht valt er tegen, evenals het kanon. Via
Graskop en Sabie (leuke plaatsnamen hier!) rijden we verder. Hier liggen grote
cultuurbossen, speciaal aangelegd om mijnhout te produceren. Er zijn vooral
naaldbomen geplant, die leveren uiterst rechte en dus geschikte stammen op
om de mijngangen te stutten. Hier en daar ontwaren we een dam met een stuwmeer
erachter.
|
 |
 |
|
Wilfried de Belg in Pelgrims Rus |
Jos en Clim in het fynbos |
Goud delven in Pelgrims Rust
Tegen
de avond loopt de weg omhoog. Als het duister invalt komen we aan in Pelgrims
Rust, een vroeger gouddelverstadje. We overnachten in de authentieke huisjes
van de opzichters. Trouwens, het hele dorp is nog in originele staat gehouden
en is door de staat tot openluchtmuseum verklaard. De houten huisjes zijn
schitterend gelegen boven op een helling. Er is echter één probleem; er is
geen verwarming, zelfs nog geen straalkacheltje, terwijl het er steenkoud is.
Buiten daalt het kwik al gauw tot 8 graden onder nul. Binnen is het niet
veel warmer. Met de Amsterdammer Peter en de Belg Wilfried hokken we bij
elkaar in het keukentje en laten de 4 pitten van het kookkomfoor onafgebroken
branden. Ikzelf hou pet op en sjaal om. Onze tevredenheid over het antieke
meubilair wordt enigszins getemperd als blijkt dat de warmwatervoorziening
het ook laat afweten. Geen warm bad dus.
Slide show van
Transvaal
Transvaal in South Africa
Overwegend
onderwijsmensen en vrouw...
We
zitten in een behoorlijk homogene groep met gemeenschappelijke interesses en
gelijkwaardige beroepsachtergronden. Gelukkig wordt er niet overdreven vaak
over onderwijs geluld. Erik, de reisbegeleider, gaf later desgevraagd toe dat hij het in het begin niet zo zag zitten.
Hij was bang voor de eigenwijsheid, zelfingenomenheid en betweterigheid die
onderwijsmensen zo vaak typeert. Bovendien, doorgewinterde globetrotters
hebben meestal een eigen "way of travel" ontwikkeld, hetgeen niet
bevorderlijk is voor het groepsproces.
BOURKE'S LUCK POTHOLES
KWAZULU-NATAL, ZUID-AFRIKA
Maximumdiepte gaten 6 meter /
Type gesteente dolomiet
De rivieren Blyde en Treur vloeien nabij
Bourke's Luck Potholes samen. De Treur wordt hier naar een
smalle stroomversnelling geleid die met een bocht van bijna 90
graden in de Blyde stroomt. Deze abrupte koerswijziging
veroorzaakt het kolkende water, dat samen met de zwerfkeien die
vanaf de heuvels worden meegevoerd een reeks enorme, komvormige
gaten of potholes van wel 6 m diep in het zachte
rood-geelgekleurde dolomietgesteente heeft uitgesleten. Een
boer, Tom Bourke genaamd, was vroeger eigenaar van dit terrein.
Hij dacht dat als goudzoekers stroomopwaarts goud konden delven,
hij in zijn potholes goudklompjes moest vinden. Hij kreeg gelijk
en deze plek kreeg de naam Bourke's Luck.
De namen van de twee rivieren hebben een
andere achtergrond. In 1840 was een groep boeren in het gebied
op zoek naar een woonplaats. De mannen trokken oostwaarts en
lieten hun vrouwen en kinderen in kampementen aan een rivier
achter. Toen ze op de afgesproken nog niet terugkeerden, dachten
de vrouwen dat hun echtgenoten dood waren en gaven ze de rivier
de naam Treur, ‘rivier van verdriet'. Later werden de mannen en
hun gezinnen herenigd bij een andere rivier, die ze de naam
Blyde gaven, ‘rivier van de vreugde'. |
|
Het
venster van God
We
blijven één dag in Pelgrimsrust. Met het busje rijden we langs de rand van
het plateau en bezoeken enkele mooie uitzichtpunten en geofysische
merkwaardigheden. Een daarvan is echt grandioos, vooral vanwege het mooie
panorama waarvan je kunt genieten: de Blyderivier Canyon. Vanaf God's Window
bekijken we de 800 meter diepe kloof die wel iets wegheeft van de Grand Canyon.
Bij het uitzichtpunt God’s View hebben we een ruim blikveld over het
laagland tot aan Krugerpark. Bij Bourke's Luck Potholes komen de beide
riviertjes de Blyde en de Treur bij elkaar. Samen hebben ze diepe kolkgaten in
het veelkleurige gesteente geschapen. We maken nog een korte wandeltocht door
het ‘fynbos’ met mooie bloemen en planten die in onze ogen heel exotisch
overkomen. Dit wordt veel geklauter over rotspartijen, maar het is wel de
moeite waard.
|
 |
|
 |
Wilfried
de cameraman
Ook
Pelgrimsrust zelf bekijken we in een uurtje of twee tijd, met ongevraagd in
ons kielzog de dribbelende Wilfried met zijn geavanceerde filmcamera. Het doet
nogal anachronistisch aan: de boerse, onontwikkelde Belg-met-zijn-eeuwige-pet
die een brok Japanse supertechnologie koestert. Het stadje is klein en erg
toeristisch. We bezoeken er een museum (alles hoe het vroeger was, nostalgie)
en een souvenirshop.
Avondeten
in The Vine
's
Avonds zitten we dan ook al vroeg bij The Vine te dineren, de groep dineert
altijd laat, rond achten. We worden bediend door een jonge vrouw met een
treurige blik in haar ogen. Als ze verneemt dat we Nederlanders zijn barst ze
plompverloren uit in een bittere litanie van zelfbeklag. Het hulpje in het
restaurant is een neger met een bolhoed, dat moet voor de folklore,
laatnegentiende-eeuws weet je wel. Als hij aan ons tafeltje zit maken we een
foto met de zelfontspanner. Na de flits kijkt hij eerst verbouwereerd, maar
dan lacht hij breed en snelt hij linea recta de keuken in om zijn maats kond
te doen van dit ongeëvenaarde stukje westerse techniek.
|
|
Schitterende
sterrenhemel
Op
weg door de kille avondlucht naar de huisjes worden we verrast door een
adembenemend schouwspel dat boven ons hangt. In de aardedonkere nacht (geen
maan, nergens verlichting) kun je hoog aan de onbewolkte vrieshemel
myriaden van sterren ontwaren. We zien het Zuiderkruis, de tegenhanger van de
Poolster. Men zegt dat de sterrenhemel boven het zuidelijk halfrond veel
spectaculairder is dan die boven de noordelijke hemisfeer. We kunnen dit
slechts beamen. We worden er stil van en voelen ons heel klein en nietig.
|
 |
|
BLYDE RIVER CANYON
KWAZULU-NATAL, ZUID-AFRIKA
Lengte van Blyde River Canyon 24 km /
Diepte van het ravijn 800 meter
De 24 km lange Blyde River Canyon wordt
gedomineerd door imposante granietbergen. De rivier snijdt door
het noordoostelijke deel van de Great Escarpment en slingert
zich een weg door de Blydepoortdam nabij Swadini. Eens kolkte de
Blyde door het gesteente en sneed hij een 800 m diepe kloof uit,
de op twee na grootste ter wereld; zo ontstond een van de
fraaiste landschappen van Afrika. Tegenwoordig stroomt de rivier
door kloven die bedekt zijn met regenwouden en groenblijvende
struikachtige planten die men fynbos noemt. Aan een kant liggen
de Drie Rondavels (ook wel de Three Sisters genoemd), drie
enorme spiralen van dolomietgesteente die als reusachtige
ruimtevaartuigen uit de wanden van het ravijn oprijzen. De
toppen zijn bedekt met een groene vegetatielaag en korstmossen
kleuren de wanden oranje. Hun lokale naam ontlenen ze aan een
gelijkenis met de ronde rieten hutten van de inheemse bevolking.
Een andere opvallende piek, de Pinnacle, is een kwartsieten zuil
die uit de diepe beboste kloof oprijst. |


Het diamanten Zuid-Afrika
Door de geologische geschiedenis van Zuid-Afrika heeft Transvaal prachtige
landschappen
en enorme voorraden delfstoffen. Van een kwetsbare Boerenrepubliek zou
Transvaal uitgroeien tot het economische hart van Zuid-Afrika.
De
Boerenstaat
De van oorsprong Hollandse Boeren, de eerste kolonisten op, het
Zuid-Afrikaanse grondgebied, beginners aan hun Grote Trek (1834-1844) nadat
ze door de Britten verdreven zijn. Per huifkar gaan ze, ondanks de dreiging
van de inheemse bevolking, op weg. Een aantal van hen vestigt zich aan de
oever van de Oranjerivier, anderen reizen verder tot voorbij de Vaal. Van de
waaghalzen die de Limpopo bereiken komen er velen door ziekte om het leven.
Na de annexatie van de republiek Natalia door de Engelsen komt er in 1843
een nieuwe immigratiestroom van Boeren op gang. De republiek Transvaal, die
in 1844 een grondwet krijgt, wordt in 1852 door de Britse regering erkend.
Maar door het gebrek aan organisatie en door de onophoudelijke oorlog met
Afrikaanse stammen, blijft de republiek onderontwikkeld. Ook wil het alsmaar
niet lukken om overeenstemming to bereiken over aansluiting bij Oranje
Vrystaat. Na de ontdekking van diamant en goudafzettingen gaat het Britse
imperium in 1877 over tot annexatie. Maar dankzij Paul Kruger wordt de
republiek in 1881 weer onafhankelijk. Doordat Transvaal geheel door Engels
gebied wordt omsloten en geen directe verbinding met de zee heeft, raakt het
in verval. De oorlog tussen de Engelsen en de Boeren, die in oktober 1899
begint, loops uit op een nederlaag. In 1910 wordt de kroonkolonie een van de
vier autonome provincies van de Zuid-Afrikaanse Unie.
KLIMAAT
Tropisch landklimaat. Gemiddelde temperaturen: januari, 14-26° C;
juli, 4-17° C.
WETENSWAARDIGHEDEN
Regio in Zuid-Afrika
Bestuurlijke indeling: Gauteng, Noordprovincie, Mpumalanga, Noordwest
(gedeeltelijk)
Hoofdsteden: Johannesburg (Gauteng, 1,9 miljoen inwoners), Pietersburg (Noordprovincie),
Nelspruit (Mpumalanga), Mmabatho (Noordwest)
Talen: Engels, Afrikaans, Bantoetalen
Godsdiensten: Christendom, Afrikaanse Kerken
Rivieren: Limpopo, Vaal, Krokodil, Olifants
Luchthaven: Jan Smuts
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Gewassen: graan, mail, cirrusvruchten en tropisch fruit,
suikerriet, tabak. Runder- en schapenteelt. Delfstoffen: goud, plating,
titanium, chroom, nikkel, koper, antimoon, fosfaten, uranium. Industrieën:
staal, elektrotechnische apparaten, machines, chemie, geneesmiddelen,
voedingsmiddelen, textiel. Hydro-elektriciteit. Toerisme.
|
Big Hole (Kimberley, Zuid-Afrika)
Rijkste
diamantmijn van Zuid-Afrika
Vanaf
ongeveer 1860 waren in de buurt van Hoopstad door Boeren
diamanten gevonden, en toen in 1871 een Afrikaan een exemplaar
van 83 karaat vond, op een heuvel van de twee gebroeders De
Beer, kwam het gebied volop in de belangstelling. De ontdekking
lokte duizenden schatzoekers naar de streek en er onttond een
stad, die aanvankelijk New Bush en in 1873 Kimberley werd
genoemd (naar de toenmalige Britse koloniaal secretaris, John
Wodehouse, eerste Earl of Kimberley). De heuvel verdween en werd
de Big Hole - de rijkste diamantmijn van Zuid-Afrika.
De Big
Hole is het grootste met schoppen en houwelen gegraven gat ter
wereld. Het werd uiteindelijk 215 meter diep, met een omtrek van
bijna 1,6 km, en leverde bijna 2700 kg diamanten op tot de mijn
in 1914 werd gesloten. Na 1880 kwam de mijn order beheer van de
De Beers Company, gesticht door de zakenman en politicus Cecil
Rhodes. Afrikaner verdrongen zich om in de mijnen te werken en
eind 1871 had Kimberley een grotere bevolking dan Kaapstad. Het
was een ruige pioniersstad van kroegen en danstenten zonder
wettelijk gezag; de bewoners leefden volgens hun eigen wetten.
Maar in 1882 werd het de eerste stad op het zuidelijk halfrond
met straatverlichting en in 1886 werd er de eerste
mijnbouwschool van Zuid-Afrika geopend, voor de helft
gefinancierd door De Beers. De stad werd in 1899 en 1890
belegerd door de Boeren en het voedsel moest er worden
gerantsoeneerd. Later bouwden de Britten er een concentratiekamp
voor vrouwen en kinderen van Boeren.
Naast de
Big Hole zijn veel van de oudste gebouwen van de stad behouden
of gerestaureerd door het Kimberley Mine Museum. Enige daarvan
zijn de bar Digger's Rest, de door diamantmagnaat Barney Barnato
gestichte boksschool en een golfplaten danslokaal uit 1901. |


|