Witwatersrand
Start Johannesburg Witwatersrand Krugerpark Swaziland Battlefieldroute Zoeloeland Bijna kopje onder Drakensbergen Karoo Wildekust Tuinroute Kaapstad

Fotogalerij1 Fotogalerij2


             

MEER INFO TRANSVAAL

De hoogvlakte van Witwatersrand

Al vóór elf uur rijden we over de droge hoogvlakte richting oosten. Hier en daar loopt een kudde koeien te grazen. "De duivel heeft kermis", zou moder Schmitz gezegd hebben, want hoewel het zonnetje is doorgebroken, blijft er af en toe toch nog een buitje of wat sneeuw uit de hemel vallen. In de schone nederzetting Middelburg slaan we mondvoorraad in voor ontbijt en lunch; het blijkt dat we wat eten betreft meestal op onszelf zijn aangewezen. Het stadje is typisch boers: nette ruime woningen met veel tuin erom heen. Schuttingen ontbreken, de zwarten hier zijn niet opstandig. Ze werken op de omliggende boerderijen en zijn slaafs en onderdanig. Hoe lang nog? Opnieuw bekruipt ons een déjá vu-gevoel. Dergelijke stadjes hebben we al eens eerder gezien, in de Amerikaanse Mid-West, waar in staten als Indiana en Idaho in de voormalige prairie deze oases van slaperige rust om de 50 km voorkomen. We kopen er ‘biltong’, het equivalent van de Indiaanse pemmican. Dat is gedroogd vlees, niet alleen van rundvee, maar ook van wild zoals eland en impala. Als we de rand van de hoogvlakte naderen, zien we enkele mijnen met de daarbij behorende industriecomplexen liggen. In deze streek wordt heel wat goud gedolven en andere hoogwaardige ertsen gewonnen.

Long Tom, een super-kanon

Afdalend naar het Laeveld, de laagvlakte, komen we voorbij Long Tom Pas waar ooit een veldslag tussen de Boeren en de Engelse bezetters plaatsvond. Long Tom is een kanon met lange loop. Het uitzicht valt er tegen, evenals het kanon. Via Graskop en Sabie (leuke plaatsnamen hier!) rijden we verder. Hier liggen grote cultuurbossen, speciaal aangelegd om mijnhout te produceren. Er zijn vooral naaldbomen geplant, die leveren uiterst rechte en dus geschikte stammen op om de mijngangen te stutten. Hier en daar ontwaren we een dam met een stuwmeer erachter.

Wilfried de Belg in Pelgrims Rus

Jos en Clim in het fynbos

Goud delven in Pelgrims Rust

Tegen de avond loopt de weg omhoog. Als het duister invalt komen we aan in Pelgrims Rust, een vroeger gouddelverstadje. We overnachten in de authentieke huisjes van de opzichters. Trouwens, het hele dorp is nog in originele staat gehouden en is door de staat tot openluchtmuseum verklaard. De houten huisjes zijn schitterend gelegen boven op een helling. Er is echter één probleem; er is geen verwarming, zelfs nog geen straalkacheltje, terwijl het er steenkoud is. Buiten daalt het kwik al gauw tot 8 graden onder nul. Binnen is het niet veel warmer. Met de Amsterdammer Peter en de Belg Wilfried hokken we bij elkaar in het keukentje en laten de 4 pitten van het kookkomfoor onafgebroken branden. Ikzelf hou pet op en sjaal om. Onze tevredenheid over het antieke meubilair wordt enigszins getemperd als blijkt dat de warmwatervoorziening het ook laat afweten. Geen warm bad dus.

Overwegend onderwijsmensen en vrouw...

We zitten in een behoorlijk homogene groep met gemeenschappelijke interesses en gelijkwaardige beroepsachtergronden. Gelukkig wordt er niet overdreven vaak over onderwijs geluld. Erik, de reisbegeleider, gaf later desgevraagd toe dat hij het in het begin niet zo zag zitten. Hij was bang voor de eigenwijsheid, zelfingenomenheid en betweterigheid die onderwijsmensen zo vaak typeert. Bovendien, doorgewinterde globetrotters hebben meestal een eigen "way of travel" ontwikkeld, hetgeen niet bevorderlijk is voor het groepsproces.

Het venster van God

We blijven één dag in Pelgrimsrust. Met het busje rijden we langs de rand van het plateau en bezoeken enkele mooie uitzichtpunten en geofysische merkwaardigheden. Een daarvan is echt grandioos, vooral vanwege het mooie panorama waarvan je kunt genieten: de Blyderivier Canyon. Vanaf God's Window bekijken we de 800 meter diepe kloof die wel iets wegheeft van de Grand Canyon. Bij het uitzichtpunt God’s View hebben we een ruim blikveld over het laagland tot aan Krugerpark. Bij Bourke's Luck Potholes komen de beide riviertjes de Blyde en de Treur bij elkaar. Samen hebben ze diepe kolkgaten in het veelkleurige gesteente geschapen. We maken nog een korte wandeltocht door het ‘fynbos’ met mooie bloemen en planten die in onze ogen heel exotisch overkomen. Dit wordt veel geklauter over rotspartijen, maar het is wel de moeite waard.

Wilfried de cameraman

Ook Pelgrimsrust zelf bekijken we in een uurtje of twee tijd, met ongevraagd in ons kielzog de dribbelende Wilfried met zijn geavanceerde filmcamera.  Het doet nogal anachronistisch aan: de boerse, onontwikkelde Belg-met-zijn-eeuwige-pet die een brok Japanse supertechnologie koestert. Het stadje is klein en erg toeristisch. We bezoeken er een museum (alles hoe het vroeger was, nostalgie) en een souvenirshop.

 Avondeten in The Vine

's Avonds zitten we dan ook al vroeg bij The Vine te dineren, de groep dineert altijd laat, rond achten. We worden bediend door een jonge vrouw met een treurige blik in haar ogen. Als ze verneemt dat we Nederlanders zijn barst ze plompverloren uit in een bittere litanie van zelfbeklag. Het hulpje in het restaurant is een neger met een bolhoed, dat moet voor de folklore, laatnegentiende-eeuws weet je wel. Als hij aan ons tafeltje zit maken we een foto met de zelfontspanner. Na de flits kijkt hij eerst verbouwereerd, maar dan lacht hij breed en snelt hij linea recta de keuken in om zijn maats kond te doen van dit ongeëvenaarde stukje westerse techniek.

Schitterende sterrenhemel

Op weg door de kille avondlucht naar de huisjes worden we verrast door een adembenemend schouwspel dat boven ons hangt.  In de aardedonkere nacht (geen maan, nergens verlichting) kun je hoog aan de onbewolkte vrieshemel myriaden van sterren ontwaren. We zien het Zuiderkruis, de tegenhanger van de Poolster. Men zegt dat de sterrenhemel boven het zuidelijk halfrond veel spectaculairder is dan die boven de noordelijke hemisfeer. We kunnen dit slechts beamen. We worden er stil van en voelen ons heel klein en nietig.  

 

TRANSVAAL


Het diamanten Zuid-Afrika

Door de geologische geschiedenis van Zuid-Afrika heeft Transvaal prachtige landschappen
en enorme voorraden delfstoffen. Van een kwetsbare Boerenrepubliek zou Transvaal uitgroeien tot het economische hart van Zuid-Afrika.


De Boerenstaat
De van oorsprong Hollandse Boeren, de eerste kolonisten op, het Zuid-Afrikaanse grondgebied, beginners aan hun Grote Trek (1834-1844) nadat ze door de Britten verdreven zijn. Per huifkar gaan ze, ondanks de dreiging van de inheemse bevolking, op weg. Een aantal van hen vestigt zich aan de oever van de Oranjerivier, anderen reizen verder tot voorbij de Vaal. Van de waaghalzen die de Limpopo bereiken komen er velen door ziekte om het leven. Na de annexatie van de republiek Natalia door de Engelsen komt er in 1843 een nieuwe immigratiestroom van Boeren op gang. De republiek Transvaal, die in 1844 een grondwet krijgt, wordt in 1852 door de Britse regering erkend. Maar door het gebrek aan organisatie en door de onophoudelijke oorlog met Afrikaanse stammen, blijft de republiek onderontwikkeld. Ook wil het alsmaar niet lukken om overeenstemming to bereiken over aansluiting bij Oranje Vrystaat. Na de ontdekking van diamant en goudafzettingen gaat het Britse imperium in 1877 over tot annexatie. Maar dankzij Paul Kruger wordt de republiek in 1881 weer onafhankelijk. Doordat Transvaal geheel door Engels gebied wordt omsloten en geen directe verbinding met de zee heeft, raakt het in verval. De oorlog tussen de Engelsen en de Boeren, die in oktober 1899 begint, loops uit op een nederlaag. In 1910 wordt de kroonkolonie een van de vier autonome provincies van de Zuid-Afrikaanse Unie.

KLIMAAT
Tropisch landklimaat. Gemiddelde temperaturen: januari, 14-26° C; juli, 4-17° C.

WETENSWAARDIGHEDEN
Regio in Zuid-Afrika
Bestuurlijke indeling: Gauteng, Noordprovincie, Mpumalanga, Noordwest (gedeeltelijk)
Hoofdsteden: Johannesburg (Gauteng, 1,9 miljoen inwoners), Pietersburg (Noordprovincie), Nelspruit (Mpumalanga), Mmabatho (Noordwest)
Talen: Engels, Afrikaans, Bantoetalen
Godsdiensten: Christendom, Afrikaanse Kerken
Rivieren: Limpopo, Vaal, Krokodil, Olifants
Luchthaven: Jan Smuts

BRONNEN VAN INKOMSTEN
Gewassen: graan, mail, cirrusvruchten en tropisch fruit, suikerriet, tabak. Runder- en schapenteelt. Delfstoffen: goud, plating, titanium, chroom, nikkel, koper, antimoon, fosfaten, uranium. Industrieën: staal, elektrotechnische apparaten, machines, chemie, geneesmiddelen, voedingsmiddelen, textiel. Hydro-elektriciteit. Toerisme.
 

Vorige Omhoog Volgende


ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA   /  ARGENTINIË   /   AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË   / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED  / ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN