
Port
Saint John’s: ooit welvarend, nu armlastig
Tegen
de avond vangen we tussen de bergen een glimp op van de Indische Oceaan. Waar
de rivier zich tussen de bergen door perst om in de zee uit te monden ligt het
achtergebleven kustplaatsje Port Saint John's. Ooit was dit een redelijk
welvarende badplaats voor de blanke middenklasse, maar toen Transkei
“onafhankelijk" werd in de jaren zestig verdwenen de meeste blanken
schielijk en verloederde het plaatsje tot een onaanzienlijk gat. We hebben een
huisje vlakbij het Second Beach strand. Uiteraard is het weer donker als we
aankomen, we balen hier zo van dat we openlijk de planning en route van Erik
gaan bekritiseren. Hier en daar in de groep vinden we instemming. Het huisje
is onderkomen, hoewel je kunt zien dat het betere tijden heeft gekend. Niets
werkt er naar behoren. Het wekt geen bevreemding dat er naast het piepkleine
kampwinkeltje een volgroeide ‘bottle store’ ligt. We slaan wat
spulletjes in en koken weer zelf. We zijn nu veertien dagen onderweg. Clim
haalt het in zijn hoofd om in het pikkeduister een avondstrandwandeling te
maken, maar Jos wil al gauw terug; zelfs hij vindt dit te link met al die
straatarme sloebers die hier hongerig rondstruinen en in de bosjes op een kans
loeren.
|
 |
Deze vrolijke dikke mevrouw heeft geen
enkel probleem met haar omvang. Haar sexe- en leeftijdsgenoten
zijn zo mogelijk nog dikker. Misschien is weldoorvoedheid hier wel
een teken van welvarendheid? Ook bij het bevolkingsdeel wie het
economisch beter gaat is zwaarlijvigheid een opvallend verschijnsel.
|
WILDERNESS
WEST-KAAP ZUID-AFRIKA
Oppervlakte Nationaal Park Wilderness 2612
ha — nu deel van Nationaal Park Lakes Area
Vegetatie rietkragen, zegge
Het merengebied van Wilderness ligt ten
oosten van George, nabij de zuidkust. In feite zijn het ondiepe
lagunes en geen echte meren. Ze werden gevormd doordat estuaria
zich met sedimenten vulden die door de rivier of door aangewaaid
zand werden neergelegd. De meren liggen evenwijdig aan de kust
en beslaan een oppervlakte van 1,6 km breed en 15 km lang. De
rivier de Touw vormde de lagunes in het westen van het gebied.
De meren zijn nu van de zee gescheiden door zandduinen die
bijeen gehouden worden door hun begroeiing. Maar als de rivieren
buiten hun oevers treden, vloeit het water via de vroegere
riviermonding naar zee.
Gedurende korte tijd staan de rivier en de
meren onder invloed van de getijden, omdat bij vloed zeewater in
het meer vloeit. Zo kunnen vissen de meren binnendringen om kuit
to schieten. Slechts één meer (Groenvlei) is door het
aangewaaide zand volledig geïsoleerd: er mondt geen rivier in
uit en het meer staat niet in verbinding met de zee. Volgens de
overlevering woont in een van de meren een zeemeermin en op
Sanschilderingen in de buurt is een vrouw met een vissenstaart
afgebeeld. De meren vormen een unieke wetland habitat die nu
deel uitmaakt van Nationaal Park Wilderness. |
Dikke
zwarte vrouwen, graatmagere mannen
We
laten ons door het busje afzetten in het stadje Port Saint John’s. Onze
eerste indruk wordt bevestigd, het is inderdaad een armoedige rotzooi. We
slenteren rond zonder opzien wegens onze huidskleur te baren, aan witten zijn
ze hier wel zo'n beetje gewend, want er wonen nog veel blanken hier, allemaal
verarmd en een beetje sjofel uitziend. We drinken ergens koffie met melk in
een would-be restaurant dat gerund wordt door een stel dikke vrouwen.
Ja, dat valt wel op; bijna alle zwarte en kleurling vrouwen van zeg boven de
vijfentwintig jaar zijn moddervet. Misschien een soort schoonheidsideaal? Ze
zien er eerder sterk dan ongezond uit. De kerels daarentegen zijn overwegend
graatmager; eerder pezig dan uitgehongerd.
|
Vergane
glorie van Needles Hotel
We
besluiten te gaan lunchen in de duurste tent van de stad, tevens het beste
hotel. Als enige zitten we in een grote eetzaal met hoge zoldering en
hardhouten lambriseringen zoals we die kennen uit de boeken van Somerset
Maugham. We genieten er van een uiterst copieuze warme lunch: soep, vis,
mutton chops, bonen met uitjes, salade met dressing, rijst, boontjes met
worteltjes, brood. Als toetje ijs met fruit en we drinken er bier en sodawater
bij. Twaalf gulden per persoon, inclusief fooi. We geloven onze ogen niet. Het Needles Hotel, onthouden die naam.
|
 |

Wandeling
terug naar rondavels
De
zes kilometer terug naar onze rondavel lopen we op ons gemak. We luieren wat
op de hoge strandoever van First Beach (veel vervuiling door afval) en
wandelen verder, hier en daar stoppend om een sigaretje te roken of iets
interessants te bekijken. De heuveltjes waar we langs komen zijn tamelijk
dicht bebouwd, wat je door al dat groen niet direct in de gaten hebt. Af en
toe moeten we langs stukjes oerwoud.
|
Initiatierite
Een
maand alleen leven in de bush
|
Op een
gegeven moment zien we tussen het groen van de jungle twee rare figuren
lopen, één met een veer op zijn hoofd. Het lijkt erop dat zij contact
willen zoeken, maar niet durven.
Als we hun aanspreken blijken het twee
18-jarige Xhosa-jongens te zijn die in hun initiatieriten zitten. Ze
zijn gehuld in lange grove dekens, waaronder zij naakt zijn. Hun lichaam
is ingesmeerd met witte klei en as. Een maand lang moeten zij zich in
het woud afzonderen en in leven houden zonder connectie met de
buitenwereld. Ze hebben wel een mes, een zaag (waarom geen bijl?) en een
doosje lucifers bij zich om prooi te vangen en vuur te kunnen maken. Ze
hebben het in deze tijd van het jaar slecht getroffen, zeker nu het een
van de strengste winters sinds mensenheugenis is.
De grootste vertelt
ons in goed Engels dat ze al enkele dagen geleefd hebben van insecten en
knollen. Jos heeft toevallig twee candybars bij zich die hij hen geeft.
Ze beginnen direct te peuzelen, je kunt zien dat die knapen echt
uitgehongerd zijn. Na afloop van die maand in het bos worden ze nog eens
een veertien dagen het open veld ingestuurd, maar dan met rode smurrie
ingewreven. Als ze ook die beproeving doorstaan, mogen ze zichzelf man
noemen en worden ze als strijder en potentiële echtgenoot opgenomen
in de mannengemeenschap.
|
Jos met de boys


|