Kantje
Boord
Wat ging vooraf?
We
zijn in 1996 op reis in Zuid-Afrika. In St. Lucia, een kustplaats aan de
Indische Oceaan, gaan we met een man of zes met een bootje de rivier op. We
willen de nabijgelegen mangrovebossen gaan bezoeken om krokodillen en
nijlpaarden te spotten.
|
Als
ik het bootje zie deins ik terug; het ligt nogal laag op het water. Betsy uit
Zwolle stelt ons gerust met de mededeling dat zij al jaren het vaarbewijs
heeft en regelmatig met haar éigen boot op het IJsselmeer zeilt. Dat kan
dus niet mis gaan en we leggen ons lot in de handen van deze struise
Hollandse.
Een
ongeïnteresseerde kijkende zwarte verstrekt ons een zwaar anker,
reddingsvesten die half verrot of poreus zijn, een heuse brandblusser (!) en
nog wat ogenschijnlijk overbodig spul. Er staat weliswaar een stevig briesje
en er is enige stuwwerking omdat het vloed is (de zee ligt een kilometer
verderop), maar dat deert ons niet.
We
gaan aan boord en tuffen voorzichtig naar het midden van de stroom. Betsy
heeft letterlijk en figuurlijk het roer in handen. De deining wordt hoger en
onstuimiger naarmate we harder varen en al gauw slaat de eerste golf
overboord. Clim en ik zitten voorin en krijgen natte voeten. De camera's
liggen in het tweede compartiment te wachten op gebruik. Als een tweede golf
over de boeg gulpt begint de platboom te zinken. Clim en ik zitten tot aan het
middel in het water en we brengen ons snel in veiligheid op de achterkant. De
helft van de boot staat inmiddels onder water en we zinken steeds
dieper... |
 |
Betsy
bewaart haar tegenwoordigheid van geest en draait koelbloedig de boot bij,
zodat de golven geen bedreiging meer vormen. In een flits bedenk ik dat Clim
niet kan zwemmen, hoe haal ik hem hier uit? Wat te doen met al onze
kostbaarheden op de bodem van de rivier? En ja, hoe staat het met al die
krokodillen en nijlpaarden die hier rondzwemmen? Zullen we de verdrinkingsdood
tegemoet gaan, een onwaardig zeemansgraf vinden door zo'n stommiteit? Of
zullen we als voer voor de wilde beesten dienen?
|
Als
je denkt dat je laatste uurtje is geslagen heb je niet veel tijd om lang te
prakkiseren, er moet gehandeld worden en wel snel. Naast het loodzware anker
ligt gelukkig een piepklein emmertje. Mijn God, die zwarte heeft ook aan alles
gedacht! Ik begin verwoed te hozen, terwijl de anderen zich verdringen op de
achterplecht. Van paniek is eigenlijk niets te bespeuren, dat blijkt wel uit
het feit dat iedereen eerst zijn of haar camera in mijn rugzakje heeft geduwd,
dat stond toevallig open.
Pauline
komt naar voren en doet ook een duit in het zakje door met een peddel water
uit de boot te lepelen. Sommigen van ons zwaaien om hulp naar mensen aan de
oever, maar die zwaaien vrolijk terug en lopen verder, zich niet bewust van
een op stapel staand drama. Na enige tijd is er echter genoeg water uit de
boot geschept om behoedzaam terug te kunnen varen.
Een
kwartier na het afvaren staan we weer aan land. We zien er allen nogal
bleekjes uit en staan te trillen op onze benen. De zwarte ligt te pitten onder
een boom. Als hij ons bemerkt komt hij nonchalant aanslenteren en toont geen
enkele verbazing over ons avontuur. "Clear, it sure is an overload!”,
verklaart hij laconiek. Dus hij heeft dat al die tijd geweten! Het bootje
blijkt voor 4 personen bestemd. Wij waren met zijn zessen, allen zwaargebouwd,
op de Belg Wilfried na dan, die is nog geen 58 kg schoon aan de haak.
|
 |
Overigens
had die duivelse Vlaming nog enkele filmopnamen gemaakt van de gebeurtenissen.
Hij had niet in de gaten gehad dat het kantje boord was. Nu pas blijkt dat ook
hij de zwemkunst niet meester is.
Een lijkbleke Clim staat op het punt om de zwarte aan te vliegen, maar hij kan
door Jos in bedwang worden gehouden.
In
een mild zonnetje nemen we de schade op: naast een nat pak hebben we ook pech
met de camera's. Mijn film is vochtig geworden en een tweetal camera's werkt
niet meer naar behoren. Ook de filmopnamen van Wilfried blijken later mislukt.
Puur toevallig komt net Steven met het busje aanrijden. Hij brengt ons naar
een restaurant waar we van de schrik bekomen met koffie en een neut. Na dit
gezamenlijke avontuur voelen we ons plotseling erg eensgezind. Pas veel later
voel ik dat ik een stijve, opgezette knie heb; in al die consternatie heb ik
me zonder het te merken behoorlijk gestoten.
[ Vorige ] [ Start ] [ Volgende ]
|