|
|
HEENREIS
MET MAGIC BUS
Dag
1 Per trein naar München
Om
06.45 uur kwam mijn broer Corné mij afhalen om me naar het vertrekpunt van de
Magic Bus te brengen. Om
07.30 uur, veel te vroeg, kwamen we in Eindhoven bij het station aan.
We dronken koffie. De bus,
die om 08.30 uur zou vertrekken, was echter in geen velden of wegen te
bekennen. Om 09.15 uur belde ik
het hoofdbureau in Amsterdam op. Niemand nam op.
Corné was het wachten beu en reed terug. Inmiddels bleken nog twee personen op de betreffende
bus te wachten: Marli Bongers uit Weert en Hans Droog uit Heijthuijsen. Zij hadden ook als bestemming
Turkije. Om 11.00 uur bereikte
Hans telefonisch het bijkantoor in Rotterdam. Daar
deelde men ons mede dat de bus Eindhoven niet had aangedaan om tijd te winnen!
De directeur adviseerde ons om per trein naar München te reizen.
Hij zou ervoor zorgen dat de bus daar op ons bleef wachten.
De reiskosten moesten we evenwel zelf voorschieten. Overstappen bij de Hauptbahnhof
Dag 2
|
De informatie van de chauffeurs kreeg ik via hem uit de eerste hand. Ik communiceerde met hem in het Turks en Duits. We wisselden drank, sigaretten en fruit uit. Om 01.00 uur was bijna iedereen in slaap gedommeld. De formaliteiten aan de Oostenrijkse grens waren minimaal.
Tegen het
ochtendgloren was toch iedereen weer ontwaakt, men sliep erg ongemakkelijk in
de propvolle bus. Incident: een
barse politieagent houdt de bus onderweg aan.
Van de tachograaf klopte niets en de bus had een ongeoorloofde
inhaalmanoeuvre uitgevoerd en daarbij ook nog de snelheidslimiet overschreden. De politieman: "Du natürlich nix sprechen
Deutsch!."
Antwoord van de chauffeur: "Ich nix spreche Deutsch."
Met een boete kwamen we ervan af.
Aan
de Joegoslavische grens wisselde ik DM 40.- in Dinars om.
Een dinar is ongeveer een stuiver waard.
Het vorig jaar was dat nog 7 cent, toen ik met Jos Manders in
Joegoslavië was. We pauzeerden
elke twee uur slechts 20 minuten. In volle vaart ging het richting Oriënt.
We kregen echter vanzelf onvoorzien oponthoud.
Ten eerste kreeg de bus een klapband, wat ons een uur kostte.
Ten tweede moesten we op de Dodenweg (de "autoput"
Zagreb-Belgrado) 200 kilometer file rijden.
De weg zat boordevol Duitse bouwvaktoeristen.
Achter Belgrado kregen we een tweede klapband. |
|
In Nisj zouden we overnachten in een middenklassenhotel. Daar aangekomen werd voor het hotel niet uitgestapt, maar geconfereerd en wel op zeer heftige en luidruchtige wijze. Iedereen wilde zijn zegje doen, liefst allemaal tegelijk. Ibrahim voerde er de boventoon; later zei hij eufemistisch dat hij 'gespreksleider' was geweest! Wat was het probleem?
We hadden veel tijd verloren, in totaal 5 uur
Het voorstel was dan ook om geen hotel te nemen, maar om linea recta
naar de lonkende grens door te rijden. De
reeds betaalde DM 40.- overnachtingkosten werden dan echter niet
gerestitueerd. En daar zat hem de
kneep. De alleenreizende vrouwen
zouden dit "verlies" later aan hun man niet kunnen verdedigen, zodat
zij (het waren er 6) zich met hand en tand tegen het voorstel verzetten.
Vooral Ayse, een gezette jonge vrouw met typisch mongoloïde trekken en
vloeiend Duits sprekend, spuwde vuur. Vergeefs
echter, de stem van de meereizende mannen woog veel zwaarder en de vrouwtjes
haalden morrend bakzeil. De 'Hollandalilar'
(wij dus) legden zich bij voorbaat bij het meerderheidsstandpunt neer. Na dit
turbulente oponthoud toerden we dus rechtstreeks verder naar Turkije’s
buurland 'Bulgaristan'.
Verre van gezond!
Voor
ik met mijn wedervaringen verder ga, moet
ik eerst iets kwijt over mijn verre van optimale gezondheidstoestand.
Zowel links als rechts in mijn neusopeningen bevonden zich
steenpuistjes, weliswaar klein, maar uitermate lastig
Zij dwongen me tot ademen door de mond.
Tijdens de reis kwam ook nog een nieuwe steenpuist opzetten, ditmaal op
mijn linkerbovenbeen. Eenmaal in Istanbul werd het een schotelvormige kanjer
met een doorsnede van bijna 10 cm. Door
de oncomfortabele manier van reizen (voortdurend blijven zitten, broek onder
spanning, ribfluweel schuurt erlangs, geen mogelijkheid tot verzorging) werd
vooral die puist een pijnlijke geschiedenis. Met jankende claxon
Tien
kilometer voor de Bulgaarse grens stootten we plotseling hernieuwd op een
file, tenminste daar kwamen we later achter want doordat alle chauffeurs hun
verlichting hadden uitgedaan en er ook in Joegoland gesnoeid wordt op o.a. het
gebied van de straatverlichting, konden we geen hand voor ogen zien.
Ik vond het nogal spookachtig in die aardedonkere nacht zo'n 2.000 km
van huis. De zieke chauffeur kon
echter niet tegen die spanning en ging eigen rechter spelen.
In volle vaart trok hij links de file voorbij en joeg hij met jankende
claxon naar de grens. Herhaaldelijk
kwam hij muurvast in de tegenliggers te zitten, maar Ibrahim stapte uit met
sigaren en sigaretten en zorgde dan voor vrije baan.
De passagiers
sloegen een en ander met ingehouden
adem gade. |
|
Toen de grens in zicht kwam en de file zich daarna bleek op te lossen, ging er een zucht van verlichting door de Turkse rijen en week de spanning allengs voor vrolijkheid en opgetogenheid. De Bulgaarse douaniers zetten echter een geduchte domper op de vrolijkheid van de Hollanders. Wij moesten voor één dag Bulgarije een transitvisum à raison van DM 60,- aanschaffen.
|
|
We kregen daar slechts 5 Lev (Bulgaarse valuta-eenheid) voor terug.
Ik rekende tevens af voor Marli en Hans, want zij hadden niet genoeg
Duitse marken meer. Alle Turken in de bus hadden in Duitsland of Den Haag
reeds een visum aangevraagd; ook nog eens veel goedkoper, n.l. voor DM 30,-.
De bagage werd overigens niet gecontroleerd.
De luiken bleven gesloten, maar daarvoor moesten de chauffeurs eerst
ettelijke flessen whisky en sloffen Pall Mall aan de corrupte Bulgaarse Bende
overhandigen. Deze vorm van
baksjies gebeurt ook nog min of meer openlijk.
Wij Nederlanders kijken daar over het algemeen nogal vreemd tegenaan. Door de ambtenaren goed te salariëren weet men in Nederland
dit mondiale verschijnsel aan banden te leggen.
Het verdient alleszins aanbeveling bij de discussie over de bevriezing
van de ambtenarensalarissen hiermede rekening te houden. |
Na
de grens viel ik in een onrustige slaap. Pas in de buitenwijken van Sofia,
rond 6 uur ‘s morgens, ontwaakte ik door het schokken van de bus die over
tramrails en ruwe klinkers reed. Ik
herkende de plek en het betreffende kruispunt onmiddellijk van 9 jaar geleden,
toen ik er met Cléo Parren was. Er
was niets, maar dan ook letterlijk niets veranderd.
In één ruk doorkruisten we Bulgarije.
Om 11 uur ’s morgens bereikten we de Turkse grens.
Wat een desillusie! Er
stonden wel duizend wagens voor ons! Wel
30 rijen breed en 50, 60 wagens lang stonden de Turkse gastarbeiders, want
dat waren het stuk voor stuk, te wachten tot ze aan de beurt waren.
Gelukkig bleken touringcars voorrang te hebben.
Alles moest wel worden uitgepakt en dat had heel wat voeten in de
aarde. Wat toen allemaal te voorschijn kwam!
Een Turkse jongen uit Den Haag ging in Turkije trouwen, dus had hij in
Nederland alvast zijn hele huisraad aangeschaft: complete bedden met
matrassen, koelkast, naaimachine, wasmachine, superpakken wasmiddelen,
linnengoed en zo verder. Een ander had een demontabel bed bij zich….
Een
andere passagier bleek in een kist waarop aangegeven stond "naaimachine”,
een KTV en een videorecorder te hebben gesmokkeld.
Hij werd alsnog bekeurd. De
alleenreizende vrouwen hadden geen hulp om uit- en in te pakken, dus hielp ik
hen maar. Mijn bagage werd toch
met geen blik waardig gekeurd. Wie
gaat er in Allah's naam met slechts één enkele reistas op vakantie?
Die moet wel niet goed snik zijn.
Een
en ander nam 2 uur in beslag. Luttele
kilometers achter de grens doemde het oude Edirne al gauw op. Edirne bezit
twee schitterende moskeeën en heeft al een echt Turks stadsbeeld. Jammer genoeg sjeesden we er doorheen. We reden nu door Thracië, bekend uit de Griekse mythologie
en geschiedenis. Het is een
golvend heuvellandschap, dat van oudsher diende als graanschuur, nu dus ten
behoeve van Turkije. In het
plaatsje Çotuk stopten we om er in een kleine lokanta (restaurant) warm te
eten. Dit werd mijn eerste Turkse
maaltijd: gehaktballetjes, bonen in saus, nectar, yoghurt en mineraalwater
voor fl 3,-. Hier ging ik voor het eerst in drie dagen naar de wc, een smerig
Frans voetstappentoilet met een open gat vol vliegen. Er was wel papier.
In
de bus was het gezellig geworden. Ik
had al heel wat mensen leren kennen. De
Turken noemden mij “hoca”, wat zoveel betekent als "opvoeder, mentor,
meester". De betekenis van
de zakelijke term “ögretmen" gaat meer in de richting van leraar,
onderwijzer en zou in dit geval beter op zijn plaats zijn, maar werd uit
eerbied (?) voor mij niet gebruikt. Ik
voerde lange gesprekken met Ilhan, een jongetje van 12 jaar uit Zonguldak, die
in Göttingen woonde. Zijn vader, Ahmet Buruoglu, deed mij veel aan mijn eigen
vader zaliger denken. Verder had
ik contact met een familie uit Nigde, respectievelijk Alkmaar. Zij spraken
geen van allen Nederlands, hoewel de zoon van 17
jaar een half jaartje op
een ISK had gezeten. In de bus werden ontzaglijke hoeveelheden snoep, koekjes,
drank en vers fruit uitgewisseld en geconsumeerd. Ik schaamde me; ik bezat
niks om terug te geven en sloeg dan ook vaak de welgemeende aanbiedingen
beleefd af.
