KAYSERI
Start TURKIJE HEENREIS ISTANBUL BURSA IZMIR DENIZLI ANTALYA KONYA KAYSERI SIVAS AMASYA ANKARA ISTANBUL 2 TERUGREIS


KAYSERI EN CAPPADOCIA

Meer info over Anatolië   /   Meer info over Anatolië    /   Routekaart Konya - Kayseri 

CAPPADOCIË

Ligging Cappadocia: Oost - Anatolië  /  Hoogte: Erciyas Dagi 3916 m

In Midden-Turkije, dicht bij Ürgüp en Göreme, staan heel opmerkelijke, zandkleurige, kegelvormige heuvels, die soms tot wel 50 m hoogte reiken. Sommige heuvels hebben een hoedje van een donkerder steensoort en lijken op reuzenchampignons, andere zijn net menselijke standbeelden. Deze vreemde heuvels liggen op een plateau dat wordt gedomineerd door de uitgedoofde vulkaan Erciyas Dagi. Miljoenen jaren geleden spuwde deze vulkaan enorme hoeveelheden vulkanische as, die afkoelde tot tufsteen: een zachte steensoort die heel eenvoudig met een mes uit te snijden is. Door de eeuwen heen werd het tuf uitgesneden door erosie en werden kegelvormige heuvels en andere rotsformaties gevormd, de zogenoemde toverschoorstenen. Maar ook mensen hebben eeuwenlang huizen, kerken en kloosters uitgehouwen in het vulkanische gesteente.

De temperatuur in de grotten is constant, waardoor ze in de winter warmte en in de zomer verkoeling brengen. Sommige bouwsels zijn heel complex, met boven en onder de grond uitgehouwen gesteente. Er zijn woningen met wel twintig verdiepingen, zoals die in Derinkuyu. In een kerk in het Göreme - dal is een fresco met Sint-Joris en de draak erop afgebeeld.

Dag 16  /   Zondag, 25 juli

Loze beloften, bijna bus missen

De boy Mustafa had me bezworen dat hij niet zou vergeten me om 4 uur te wekken.  Hij had nachtdienst en was in het trotse bezit van een heus quartz-horloge met een nieuw snufje: een ingebouwde wekker.  Mijn zesde zintuig waarschuwde me hem niet te vertrouwen en gelukkig bedroog het me niet.  Om half vijf werd ik vanzelf uit mijn rusteloze slaap wakker.  In allerijl brak ik mijn tenten op, haastte me naar beneden, wekte Mustafa met veel misbaar, rekende af en sprintte al vloekend naar het perron van bestemming.  Ik had mazzel, de bus stond er nog.  Ik had nauwelijks een voet op de treeplank gezet of de chauffeur trok op. De zonsopgang over de hier erg kale hoogvlakte was magistraal, maar veel kon ik er niet van genieten, want ik viel voortdurend in slaap. Tegen 7 uur kon ik wel regelmatig een blik werpen op het ontwakende Turkse plattelandsvolk.  Men trok met de kudden schapen de heuvels in, begon brood te bakken en hout te sjouwen.  Ik vroeg me af waar dit laatste dan wel vandaan moest komen.  In deze streek viel me op dat er op de platte daken van de schamele hutten en onderkomens hooi in hoge stapels te drogen lag.  De dorpjes waren grijs en stoffig, de huizen leken op kleurloze blokken.  Hier zullen wel geen forenzen gewoond hebben.  Het vee loopt er los rond en de boeren hebben doorgaans geen eigen grond in bezit, maar zijn in loondienst van de landheer, de grootgrondbezitter die ze hier 'agha' noemen.  Die agha treedt nogal autoritair op, daar hij het rijk toch voor zich alleen heeft.  Vaak werpt hij zich ook op tot burgemeester.  

Vrouwen in armoedig dorp
Ezels alom
Herders op de hoogvlakte

Aankomst in Nevsehir

Tegen 8 uur kwam ik in het landelijke provinciestadje Nevsehir aan.  Ik had Cappadocië bereikt.  Op de smoezelige marktplaats waar ik uitstapte, werd ik direct benaderd door een ongeschoren jongeman die een woordje Engels sprak.  Hij beloofde voor een hotel- en een rondreis te zorgen.  Ik was moe en had weinig lust om zelf alles te gaan regelen, dus gaf ik hem grootmoedig carte blanche.  Het werd "Hotel Lale", beheerd door een alweer ongeschoren jongeman die vloeiend Duits sprak. (Ik heb maar niet gevraagd waar hij dat geleerd had.) Ali, de gerant, stippelde een rondreis voor me uit, met eigen chauffeur en eigen gids. Mehmet, de contactpersoon. zou dan gids zijn.  Helaas waren er geen andere toeristen die meereisden, zodat ik het volle pond moest betalen.  Voor het vertrek kreeg ik thee van het huis geserveerd.  Het hotel was van goede doorsneekwaliteit en kostte per nacht 15 gulden, duur voor autochtonen! Om negen uur kwam Murat met zijn ouwe brik, een Murat uit de zestiger jaren met krijsende remmen voor het hotel tot stilstand.  Het was best geinig: Murat, de chauffeur, in zijn aftandse Murat, de auto, in feite  Turkse licentie-Fiat.  

Feeëriek landschap

Het zou te ver voeren om alles minutieus te gaan beschrijven wat ik allemaal gezien heb.  Daarom volsta ik hier met verwijzen naar de hierbij ingescande foto's van Cappadocië die naar mijn mening voor zichzelf spreken.  Men spreekt wel eens van maanlandschap, grillige spelingen van de natuur en betoverende geheimzinnigheid.  Die termen zou ik graag willen onderschrijven.  De gehele streek was volgestouwd met door de natuur gevormde attracties.  Gelukkig werd lang niet alles door het toerisme beheerst, hoewel fotograferen slechts tegen betaling van klinkende munt was toegestaan.  Daar ben ik principieel tegen, dus werd ik op verschillende plaatsen tijdelijk ontlast van mijn fototoestel.  Mijn prulletje was toch niet geschikt voor vergezichten en dergelijke. Vandaar dat "Cappadocië in beeld" voornamelijk vertegenwoordigd is in ansichtkaarten.

                    

 

Derinkuyu

Complexe, zelfvoorzienende ondergrondse stad

 Verborgen onder de ongastvrije vlakten van Cappadocia in Midden - Anatolië zijn hele steden uitgehold in het zachte vulkaangesteente dat de regio kenmerkt. Het bekendst is Derinkuyu dat naar schatting 20.000 tot 30.000 mensen kon herbergen.

 De eerste tunnels en grotten zijn misschien wel 4.000 jaar geleden uitgegraven, maar zeker is dat er tegen 700 v.Chr. veel mensen woonden. Kolonisten die de vruchtbare vulkanische bodem hoopten te bebou­wen, zullen de ondergrondse bescherming tegen het extreme weer hebben verwelkomd; en de onderaardse bewoning zal een vaster karakter hebben gekregen tijdens de vele keren dat de vlakten erboven dienden als strijdperk voor opeenvolgende vijanden: Hettieten tegen Thraciërs en christenen tegen moslims.

 Derinkuyu, of 'diepe put', bestaat uit acht of mogelijk meer ondergrondse niveaus (het moet nog volledig worden verkend). Het grote gangenstelsel verbindt duizenden uitgehakte 'kamers' — sommige celachtig, andere spelonkachtig — die niet alleen basisaccommodatie boden, maar tevens ruimte aan een zelfvoorzienende gemeenschap, met kerken, scholen, gezamenlijke keukens, ontmoetingsplaatsen en zelfs stallen en ruimten om wijn te maken.

 Een complex systeem van ventilatieschachten hield de lucht adembaar. In de stad werden diverse verdedigingswerken verwerkt, zoals geheime tunnels, vluchtroutes en grote ronde 'deuren' die, met een paal door een gat in het midden, voor de tunnelingangen konden worden gerold. Met de deur op zijn plaats kon het gat dienen als schietgat voor pijlen. De leefwijze in Derinkuyu, Kaymakli  en andere Cappadociaanse ondergrondse steden — tot dusver zijn er ruim veertig gevonden — werd uiteindelijk te beperkend, en de grotbewoners trokken weg naar meer traditionele steden.

Ondergrondse stad Kaymakli

Mijn route voerde eerst naar de ondergrondse stad Kaymakli, zeven  verdiepingen in het tufsteen naar beneden voerend, vergelijkbaar met de opzet en de sfeer van de Romeinse catacomben.Van daaruit reden we naar Urgüp en Ortahisar, een dorpje dat beheerst wordt door een eigenaardig gevormde scherpe rots waarop een vesting ligt.  Daar kwam ik mijn eerste Amerikanen van die dag tegen, allemaal ouwe taarten.  Van Ortahisar ging het naar de Vallei van Göreme, waar we eerst een roekeloze tocht tussen en over gladde rotsen maakten om ons panorama te vervolmaken.  Ik moest mijn pijn in de knie verbijten en kwam herhaaldelijk na een glijpartij tot stilstand vlakbij kloven en afgronden.  Het zweet stond duimendik op mijn voorhoofd, maar alles liep goed af. In Uchisar hielden we een korte pauze in een marmergroeve.  Ik werd geacht er  iets aan te schaffen, maar vertikte het.  Ik zag me al: nog twee weken Turkije afstruinen met kilo's marmer in mijn tas.  Mij niet gezien.  Die weigering werd met niet in dank afgenomen, zeker door Mehmet niet; hij liep hierdoor zijn provisie mis.  

 

Duiventillen en pottenbakkers

Via Avcilar, Çavusin en Zelve (met zijn zogenaamde "duiventillen") bereikten we Avanos, een bekend keramisch centrum.  Een bezoek aan een pottenbakker bleef dus ook niet uit.  Opnieuw liet ik welbewust allerlei lastige aankopen achterwege.  Zie je mij al met een 10 liter waterkruik sjouwen?  Avanos ligt trouwens aan de Kizilirmak, een van Turkije’s grootste rivieren (de andere zijn Yesilirmak, Murat en Firat = Euphraat).  De stroom zag er uit als een traag voortkabbelende modderriool, voor de aardewerkindustrie een levensader. In Avanos besloot ik opdracht te geven terug te keren naar de uitgangsbasis, het hotel.  Opnieuw via Urgüp (zie foto's) ging het richting Nevsehir.  Onderweg pikte Mehmet zonder met mij te overleggen een viertal skinheads (zo noemde ik bij mezelf de militairen) op.  Ik was het daar niet mee eens, omdat hij even van te voren twee liftende jochies geen blik waardig keurde.  Ik gaf de voorkeur aan de kinderen.  Hoe dan ook, met zijn zevenen bij elkaar geperst kwamen we aan.  Ik was laaiend, niet zozeer vanwege dit laatste voorval, maar vooral omdat dit de druppel was die de emmer deed overlopen.

Boos op Mehmet de gids

Die Mehmet had zich gedurende de gehele "sight-seeing tour" in mijn ogen belachelijk, vervelend en ondeskundig gedragen.  

Op de eerste plaats beheerste hij slechts een twintigtal van buiten geleerde stereotiepe zinnetjes Engels in de trant van "How are you?" en "Look, donkey, make photo?".  Het woord "chimney" heb ik ongelegen wel honderd keren uit zijn mond mogen vernemen.  Op een gegeven moment viel ik dan ook in volleerd Engels (ik spreek mijn talen alleen maar goed als ik kwaad ben of als ik onder druk sta) uit tegen hem.  Hij verstond er geen biet van, maar een drietal onderwijzers uit Ankara die we onderweg naar Uchisar hadden opgepikt, kenden Engels genoeg om te begrijpen wat ik zei.  Een van hen nam me later even apart en vertelde me dat Mehmet helemaal geen officiële gids was.  Ja, dank je de koekoek, dat had ik inmiddels wel in de gaten.   

Op de tweede plaats ontbrak het hem ten enenmale aan de noodzakelijke deskundigheid op archeologisch en historisch gebied.  Hij noemde alles Byzantijns. Elk gat in de grond was volgens hem een "watertank", een woord dat hij volgens de gangbare Turkse fonetische regels uitsprak.  Op de derde plaats viel hij voortdurend andere toeristen lastig met opdringerige vragen in zijn kinderlijk Engels.  Hij sprak werkelijk ieder buitenlands ogend persoon aan.  Amerikanen vonden dit prachtig ("0h, wat een kleurrijke Turk. Nice guy!), maar met name bij de eigenzinnige Fransen ging hij steeds af.  Dat deerde hem echter allerminst. 

Enfin, om een lang verhaal kort te maken: bij terugkeer bij het hotel liep Mehmet zijn fooi uiteraard mis.  Murat de chauffeur, gezien de bloedklonters die hij stiekem uitspuugde in het laatste stadium van tuberculose of longkanker verkerend, wilde ik wel bedanken met een fooi die ik opzettelijk dik liet uitvallen: 750 lira, ongeveer fl 12,50.  Nee, daar kwam niets van in, zei Mehmet. Murat wordt door de baas betaald.  Ik moest dit alles als gastvrijheid en vriendendienst beschouwen bezwoer hij me.  Ik trok me echter van hem niets aan en duwde het geld in Murat's borstzakje, die het dankbaar aanvaardde.

Conservatieve streek

Moe, en niet alleen van Mehmet, zeeg ik om twee uur op bed neer en sliep tot vijf uur.  Zo had ik het warmste deel van de dag weten te vermijden.  Een frisse douche knapte me helemaal op. Vandaag had ik nog niets gegeten.  Op zoek dus naar een geschikte eetgelegenheid.  Bijna alles was echter vanwege de Bayram gesloten.  Uiteindelijk vond ik iets op een eerste etage.  Ik nam van alles een dubbele portie, waarna ik de stad eens nader bekeek.  Viel dat even tegen.  Nevsehir is tweemaal zo groot als Swalmen en tien keer zo conservatief.  Praktisch alle vrouwen liepen er nog met "tsjarsjaf" (hoofddoek, bas örtüsü) en dragen verder dikke bruine, zwarte of witte kleren.  De broek onder de rok is evenwel veelkleurig met allerlei nopjesdessins.  Soms dragen ze een monddoek of omslagdoek in plaats van een sluier.  Veel Turken in Roermond komen uit deze streek.  Hun vrouwen kijken immer droevig uit hun ogen en uit hun manier van bewegen spreekt grote vermoeidheid.  Ik ging nog even naar het hotel terug om Ali, de kleine self-made "touroperator", de reiskosten ter grootte van L 5.000 (= fl 80,-) te overhandigen.  Terwijl ik in de salon (ja heus!) op hem wachtte, sprak een Duits echtpaar me aan. Ze kwamen uit Freiburg en waren voor de derde keer met hun zoontje van twaalf in Turkije.  De vrouw was parttime onderwijzeres en gaf ook extra hulplessen aan Turkse kinderen.  De man was ambtenaar op een Ministerie.  Het waren beschaafde Duitsers.  We voerden een allercharmantst gesprek. Toen Ali opdook, begon ik direct mijn gal te spuien.  Hij verontschuldigde zich uitputtend. Het kwam er op neer dat Mehmet zijn vriend was en ook nog eens familie, dus waarom zou hij hem niet iets bij laten verdienen? Ik deed er maar het zwijgen toe, tegen dit soort logica kon ik niet op.  

INFO IN HET DUITS:

Göreme, Felsenstadt der frühen Christen

Als der spanische Schriftsteller Juan Goytisolo durch die Täler von Göreme in der Türkei wanderte, war er sicher: der Architekt Gaudí muss hier gewesen sein und das alles gebaut haben! Tausende von Kegeln, Pilzen, Kaminen, Türmchen und steinernen Ornamenten, hinter jedem Felsvorsprung tauchen neue Formen auf.

"Wer den nächsten liebt wie sich selbst, besitzt nicht mehr als der nächste." so Basilios der Große.

Der Canyon im türkischen Hochland ist eine märchenhafte Vulkanlandschaft, in der Wind, Wasser und Kälte die Baumeister waren. Unterschiedlich hartes Tuffgestein der verschiedenen Lawaströme vor mehreren Millionen Jahren ließen Hütchen und Dächer auf den weicheren Kegeln darunter zurück, die sich wunderbar aushöhlen ließen. Das nutzten die ersten Mönche und Nonnen Vorderasiens, die sich im vierten Jahrhundert unter der Anleitung von Bischof Basileios von Kayserei in die bizarren Formationen der Täler Kappadokiens zurückgezogen hatten. Eine unglaubliche Bautätigkeit begann, in das Tuffgestein hinein: Felsenklöster, Kirchen, Zellen, Kapellen über der Erde und ganze Städte unter der Erde von weltweit unvergleichlichem Ausmaß.

Die ersten Christengemeinschaften fanden in den Tälern bei Göreme andächtige Stille für ihr bescheidenes und autarkes Leben und Schutz vor den damals zahlreichen Feinden, seien es Perser, Römer oder Araber. Und sie verstanden, ihre Kirchen und Kapellen zu schmücken! Heute findet der Besucher in jedem Tal des Nationalparks von Göreme kostbare Schätze byzantinischer Kultur. Die nahezu vollständig erhaltenen oder restaurierten Ikonographien aus dem 7.-11. Jahrhundert können sich mit der Kunst der byzantinischen Zentren messen - nur dass die Natur in Kappadokien ein unvergleichliches Erlebnis daraus macht: eine Reise in eine andere Welt.

Daten & Fakten

Kultur- und Naturdenkmal: erodiertes Plateau in einer ehemals vulkanisch aktiven Region; Folge der Verwitterung sind Säulen, Türmchen, Obelisken, Felsnadeln; Höhlenkirchen wie Eustathios-Kirche, Kiliçlar-Kirche und Elmali-Kirche

UNESCO-Ernennung: 1985

vermutlich im 4. Jh. erste Einsiedeleien und »Kirchenbauten«

um 1100 »Bau« der Yilanli-Kirche und der Barbara-Kirche / um 1200 »Bau» der Çarikli-Kirche

1923/24 Aufgabe der Siedlungen von Göreme / 1957 Entdeckung der Kirche Johannes des Täufers

1980 Abschluss der Restaurierung der Tokali-Kirche / 1981 Beginn der Restaurierung der Karanlik-Kirche

Flora und Fauna: Vegetation u. a. mit Reseda armena, dem Sandelholzgewächs Thesium scabriflorum und dem Bleiwurzgewächs Acantholimon ssp., zudem 110 endemische Arten wie Acanthus hirsutus; Säuger wie Grauwolf, Rotfuchs, Otter, Steinmarder, Europäischer Dachs; Vogelarten wie Felstaube und Steinhuhn

Gezellig ouwehoeren aan de bar

Om een uur of negen ging ik een plaats reserveren voor mijn reis naar het 100 km verderop gelegen Kayseri.  In de buurt lag het beste hotel van de omstreken, namelijk  Hotel Göreme.  Per overnachting werd hier L 4.000 ( fl 65,-) in rekening gebracht, wel alles inclusief.  Ik vroeg aan de balie de weg naar de lounge, maar ik kwam uit bij de bar op de tweede verdieping.  De meeste gasten zaten nog aan tafel.  Aan de bar zat de Istanbulse chauffeur van een Frans reisgezelschap.  Orhan was een echte jongen van de grote stad.  Hij dronk bier, ik raki.  Een half uurtje later was het andersom.  Regelmatig kwam het hotelpersoneel bij ons uitpuffen.  Toen de manager dit in de gaten kreeg, kwam hij nieuwsgierig geworden ook eens poolshoogte nemen.  Hij bleek echter goed met mij te kunnen opschieten, want hij had een vriend die tolk was bij een Welzijnsstichting voor Buitenlanders in Oost-Brabant en die  in Den Bosch woonde.  De manager, Süleyman, was een gedistingeerde jongeman van voor in de dertig.  Hij was een van de weinige Turken die verzorgd Engels sprak.  We bespraken al gauw de politieke situatie in Turkije.  Niemand hield een blad voor zijn mond, hetgeen zelden voorkwam: meestal hield men zich op de vlakte.  Ik denk dat de intensieve omgang met westerlingen bij hotelmensen een progressievere mening doet postvatten.  Ook de barjongens (werkstudenten) roerden duchtig hun mondje.  Fuat bijvoorbeeld. Hij was onlangs geslaagd voor het lyceum en ging naar de universiteit van Izmir rechten studeren.  Zijn 13-jarïge broertje Olcay ging dit jaar voor het eerst naar de ortakul (middenschool) en vroeg mij in het Turks het hemd van het lijf.  Ik hield een didactisch gesprek met hem over honing en bijen, over melk, gras en koeien, over klimaat en weertype.  Het was alsof ik weer voor de klas stond.  Het werd mijn beste gesprek in het Turks, met mijn slechte gehoor kan ik kinderen veel beter verstaan dan volwassenen.  We bezochten ook nog de discotheek op de dakverdieping.  Daar speelde ik "postillon d' amour" voor drie Franse muurbloempjes. Nou nee, eigenlijk meer voor een Turkse student die tijdens een sportuitwisseling in Eindhoven was geweest en nu ook wel eens een buitenlandse wilde versieren zoals zijn medestudenten destijds. Mijn rekening, die tot ongeveer fl 25 was opgelopen, werd door Süleyman de manager ruimhartig kwijtgescholden.  Zo hoort het ook, per slot van rekening had ik er vele mensen 'entertained'. 


 

Göreme

Magisch dal met huizen en kerken uitgehold in rotsformaties

 Een wandeling door het Göreme - dal lijkt op het betreden van een sprookjesland. De kegelvormige huizen met stenen kappen lijken meer op stalagmieten gekruist met paddenstoelen dan op enig ander conventioneel huis, maar ze hebben deuren en ramen.

 Dit bijzondere landschap is ontstaan door eeuwenlange erosie. Uitbarstingen van de Erciyas - vulkaan (Argeus in de oudheid) vormden diepe lagen tufsteen, een zacht gesteente bestaand uit samengeperste vulkanische as. Toen dit steen verweerde, ontstonden er fallische stompen op de plaats waar harder rotsgesteente, veelal basalt, de erosie vertraagde.

 Het Christendom deed Anatolië al vroeg aan (St.-Paulus reisde door de streek), en het afgelegen Cappadocia trok volgelingen op zoek naar een kluizenaarsbestaan en later degenen die aan vervolging wilden ontkomen. Naarmate de gemeenschappen groeiden, veranderden de uit het steen geschepte kamers in complexere woningen en bedeplaatsen. Er zijn in heel Cappadocia ruim duizend rotskerken gevonden, en een concentratie van feeërieke ‘schoorsteenhuizen' en kerken bij Göreme is een openluchtmuseum geworden. Door weinig blootstelling aan licht en, tot voor kort, bezoekers zijn de beschilderde interieurs van de rotskerken verbluffend goed bewaard gebleven. Sommige, uit de tijd van het iconocIasme (726-843), toen figuratieve kunst was verboden, hebben geometrische ontwerpen, veelal in rode oker, terwijl die uit de 10e en 11e eeuw zijn verlevendigd met heiligen en Bijbelse taferelen.

 Een van de grootste, Tokali Kilise, heeft een volle blauwe gloed, maar vooral Karanlik Kilise (‘De donkere kerk') is goed behouden gebleven. Saki Kilise staat op enige afstand van de hoofdgroep en heeft een unieke charme: haar Bijbelse figuren zijn niet afgebeeld in het Heilige Land, maar wandelen in Göremes eigen sprookjeslandschap.

 

Dag 17   /   Maandag, 26 juli

Over de rooie

's Morgens om half negen ging de telefoon op mijn kamer. In het Engels werd mij verzocht naar beneden te komen.  Ik vroeg waarom dan wel.  Wel, zei de stem, ik had immers met Mehmet afgesproken dat ik vandaag een toeristisch tochtje zou gaan maken achter op zijn motor?  Ik hoefde niet bang te zijn, hij had een extra helm bij zich en zou mij voor een spotprijs rondleiden. Ik kan me mijn antwoord niet meer precies herinneren, maar in ieder geval moet ik vuur gespuwd hebben.  De onbeschaamdheid om me te wijzen op een niet bestaande afspraak; me dan ook nog wekkend terwijl ik die ochtend juist voorbestemd had om eindelijk eens uit te slapen; dit kon niet door de beugel! Nadat ik hem ongezouten de waarheid gezegd had,  sliep ik verder tot 10 uur.

Und immer wieder die Gastarbeiter

Terwijl ik aanstalten maakte om te betalen, werd ik aangeklampt door de hoteljongens.  Ze bedelden om Gauloises. Ze spaarden buitenlandse pakjes sigaretten beweerden ze.  Ja, fantasierijk zijn ze wel, dat moet ik hun nageven.  Omdat ik Ali de vorige dag in een gulle bui een pakje cadeau had gedaan, meenden zij daar ook aanspraak op te kunnen maken.  Mijn voorraad slonk echter al aanzienlijk. Voor mijn vertrek om één uur 's middags. bracht ik een bezoek aan de burcht die de stad overheerst.  Hij was niet erg indrukwekkend, moet ik zeggen.  Steeds opnieuw werd ik aangesproken door gastarbeiders.

Met sommigen voerde ik zelfs lange gesprekken, met name met een heer uit Hagen en een intelligente knaap uit München.  Deze laatste was op zijn zeventiende verjaardag Duitsland uitgezet wegens te hoge leeftijd.  Hij sprak de Duitse taal overigens onberispelijk.  De heer uit Hagen vond dat Turkije gezien de overbevolking (geboorteoverschot hoog en de middelen van bestaan steeds slechter) uit zijn voegen dreigde de groeien.  Hij vond de situatie explosief aan het worden en voorspelde op korte termijn revolutie of oorlog.  Zijn redenatie was zo gek nog niet.  Hij was in Duitsland werkeloos.  "Eerst gooien de machines ons de fabriek uit, daarna gooien de Behörden ons het land uit", waren zijn misschien wel profetische woorden.  Ik ontmoette hem in een restaurant waar ik juist bezig was met het verorberen van een voor mij nieuw gerecht: ramsvleessoep.  Samen aten we een hele mand vol knappend vers brood op.  

Een land van straatmarkten

In Turkije is bijna iedere dag markt.  Dat was ook nu het geval.  Het betrof een landbouwmarkt waar de zeer haveloze boeren hun met veel noeste arbeid aan de dorre bodem onttrokken producten aan de man trachtten te brengen.  Het is allemaal particulier initiatief.  Verkoop je niets, dan ga je voor zonsondergang weer met je paardenkar terug naar je godvergeten dorp waar je gezin hoopvol wacht.  Hoe lang zul je tegen de stille verwijtende blikken kunnen omdat je alweer niets verkocht hebt; omdat hun honger alweer niet gestild wordt? De bus was te laat.  Het was pas de eerste keer dat ik iets van dien aard meemaakte.  De bussen zijn normaal gesproken zeer stipt.  Bravo Turkije!  Terwijl ik ongedurig heen en weer drentelde, werd ik voor de zoveelste keer die dag aangesproken en wel door een motorrijder die duidelijk uit was op een vrachtje of passagier. Wat bleek?  Het was de eigenaar van de geheimzinnige stem die me diezelfde morgen gewekt had!  De gelegenheid om hem opnieuw de mantel uit te vegen liet ik onbenut.  Die lui zijn wel een beetje aasgieren, maar wie zegt wat ik in hun situatie zou doen?  Misschien zou ik wel gauwdief worden zij waren tenminste nog redelijk eerlijk en maakten slechts gebruik van de naïviteit van de welgestelde toeristen.  

Kayseri, het Caesarea uit de Oudheid

Na een snelle rit bereikte ik om drie uur Kayseri, de stad die in de oudheid Caesarea genoemd werd.  Kayseri ligt aan de voet van de uitgedoofde vulkaan Erziyes (3916 m hoog), die verantwoordelijk is voor het bizarre landschap in Cappadocië.  De Terminal, het autobusstation, was aan de rand van de stad.  In de hal moest ik weer verschillende Turkse mannen en jongens afpoeieren die kennis met me wilden maken.  Sommigen spraken redelijk Engels, maar vooralsnog had ik geen enkele behoefte meer aan dergelijke contacten.  De ervaringen met Mehmet spookten nog in hevige mate door mijn hoofd.  Ik nam mijn intrek in het eerste het beste hotel en dat was dus het Hotel Terminal voor fl 25.- per nacht.  De manager was een verouderde uitgave van Heino, maar met een air van de Engelse gentleman.  Hij was officier geweest op de Turkse koopvaardijvloot en placht als zodanig Rotterdam aan te doen.  Hij had daar zelfs een oude vriendin zitten; kende ik soms de bar van Kitty van Dam?  Als ik er toevallig eens verzeild raakte, moest ik haar de groeten van hem doen.......

Speurtocht naar adres van leerling

Enfin, na me geïnstalleerd te hebben wendde ik mijn steven naar de binnenstad die beheerst wordt door een eeuwenoude citadel.  Daar wilde ik pas de volgende dag heen.  Mijn huidige doel was het vinden van het adres van een mijner leerlingen,  Yilmaz Payas.  Waar en aan wie ik ook vroeg of het blaadje met het adres liet zien, niemand kon mij helpen.  Toen ik voor de vierde keer op hetzelfde punt uitkwam, werd het mij te veel.  Op een hoek van een marktstraat staande, vervloekte ik in het Turks de Kayserianen vanwege hun slechte kennis van hun stad.  Dit had als gevolg dat eindelijk iemand mij tenminste de juiste richting kon wijzen.  Ik liep kilometers met mijn tas om de schouder in de brandende zon voort.  Ik geraakte in de buitenwijken.  Een man die uit het raam van de derde etage van een flat hing, riep ik het adres ook toe.  Toen bleek dat hij hier slechts op vakantie was.  Eigenlijk woonde hij al vijftien jaar in Almelo en toen hij hoorde dat ik een Hollander was, snelde hij naar beneden en bood me een plaats aan in zijn Volkswagenbusje. Hij zou dat varkentje wel even wassen. Zijn dochter van veertien, een pittig en schoon kind, sloop op zeer geëmancipeerde wijze naast mij.  Ze was erg spontaan en samen smikkelden we abrikozen die ze in een zakje meevoerde. Ondertussen kostte het Muhamet, haar vader, veel moeite het adres te vinden.  Hij moest wel tien keer uitstappen voor nadere informatie.  Na een uur had ik de buitenwijken van Kayseri wel gezien; die gingen overigens zeer harmonisch over in landelijke wijkjes en dorpjes. 

In een van die buitenwijkdorpjes hadden we succes. In een oud huis aan een straat zonder naambordje woonde een broer van Payas. Ik gaf Muhamet als tegenprestatie de doos suikerwaren die ik voor Yilmaz zijn moeder gekocht had.  Ik kon dit rustig doen, want alle pogingen waren vergeefs geweest; de familie Payas was nog in Europa.  Ik gaf  Sevgi, het lieve meiske, een hand ten afscheid en ging op uitnodiging van Payas zijn broer het huis binnen. Ik werd zoals gewoonlijk in dit land gastvrij ontvangen met thee en zelf gebakken koeken, maar de sfeer was niet zo best.  Ik kon die mensen niet verstaan en ze vertikten het langzaam of duidelijk te praten.  Bovendien was ik voor hen een volslagen wildvreemde en kon ik hen niet duidelijk maken hoe goed ik de familie Payas in Nederland kende.  Enfin, ik voelde me zichtbaar niet op mijn gemak en wilde zo snel mogelijk vertrekken.  Ik lag weliswaar geriefelijk op een van de banken die tegen drie muren van de kamer stonden opgesteld, maar had desondanks de indruk niet welkom te zijn.  Ik schreef een kort briefje aan Yilmaz om hem van mijn bezoek in kennis te stellen en vroeg zijn oom om dit aan hem te geven als hij aankwam.  Dat zou hij doen, meende ik te begrijpen.  Hij was wel zo goed me een bushalte aan te wijzen, hij liep zelfs een stukje mee.  Tot een echt gesprek, hoe gebrekkig ook, kwam het evenwel niet.  Jammer, ik heb zelfs niet zijn naam kunnen onthouden. (Hij bleek Abdullah te heten, vertelde Yilmaz me later.)

Opdringerig, chauvinistisch, het wordt me te veel...

Met de bus kwam ik weer bij het hotel.  Ik voelde me geërgerd.  Ik begon me te storen aan het gedrag van veel Turkse mensen, hoe goed bedoeld ook.  Die opdringerigheid, die puberale grapjes, die laksheid, dat grenzeloze chauvinisme en die alom gedemonstreerde gezapigheid maakte me langzamerhand agressief.  Daarom was ik op die straathoek dan ook zo hevig uit mijn slof gevallen.  Ik was aangekomen op het breakpoint van mijn reis. Eigenlijk was ik toch voortdurend alleen en ik denk dat die eenzaamheid mij nu parten ging spelen.  Die uitbarstingen waren voorboden van een psychisch dalletje waar ik gewoon zonder kapsones doorheen moest.  Ik zou er gelouterd, maar wel kritischer uitkomen.  Ik ging wat meer achter de schermen van die Turkse maatschappij kijken.  In die down-periodes moest ik er wel voor zorgen mijn emoties iets meer te bedwingen.  Voor hetzelfde geld had ik me in de nesten kunnen werken, bijvoorbeeld met de staatspolitie die geen enkele  kritiek duldt, hoe gefundeerd en door wie dan  ook uitgesproken.

Een avondje Tuborg slempen

Die avond hield ik het rustig.  Ik genoot van het comfort van mijn kamer, nam een douche, schoor me behoorlijk en  knipte mijn nagels.  Een nieuwe steenpuist temperde echter mijn betrekkelijke vreugde.  Ditmaal was het andere dijbeen doelwit.  Vanwege die onhygiënische puisten had ik een gepland bezoek aan het Turkse bad, de hamam, al enkele keren uitgesteld. Rond 9 uur ging ik toch even stappen.  Ik kwam terecht in een "kiraathane", een speelhol.  Ik goot in hoog tempo mijn Tuborg-biertjes naar binnen, want alle openbare gelegenheden sluiten er om elf uur.  Het leek er 'good old England' wel, maar ja, voor de meeste mensen was het morgen weer vroeg dag.  Op de t.v. (overal zijn er zwart-wit tv's aanwezig) speelde een Amerikaanse horrorfilms op een typisch Californische locatie.  Daar de films in het Turks nagesynchroniseerd zijn, denken veel Turken dat ze van Turkse makelij zijn.  De bewering dat er wel 1.000 Turkse films per jaar uitkomen heb ik meermalen genoteerd.  Eigenlijk triest dat een nationale identiteit op valse gronden bevestigd moet worden, maar waarschijnlijk weten zij niet beter.

Bres in mijn reiskapitaal

Terwijl de klandizie ademloos toekeek (griezelen en geweld doen het goed daar, dat zijn de echte smaakmakers), leerde ik de ober dat ik mijn bier graag mèt schuimkraag had.  Hij leerde snel.  Ondertussen hield ik mijn aantekeningen bij, waarvan U nu het uitgewerkte resultaat onder ogen hebt. Toen de film ten einde was, stond iedereen op en verdween.  Dit was de tv als trekpleister ten voeten uit.  Met tegenzin rekende ook ik af.  Ik dacht in de American Bar van het hotel nog wel een afzakkertje te kunnen nemen, maar die vlieger ging niet op.  De bar bestond helemaal niet, ook al werd er groots melding van gemaakt op de reclameborden buiten het hotel.  Dit keer kon ik mijn emoties wel bedwingen.  Ik bleef nog wat met de overal aanwezige tijdelijke arbeidskrachten  nakletsen en leerde hun en passant Engelse standaardzinnetjes. Leergierig zijn ze wel, die jonge knapen in de hotels.  Ik bracht hen zo ver dat ze ergens gekoelde flesjes bier op de kop gingen tikken.  Hiermede gewapend trok ik naar mijn kamer.  Tevreden maakte ik gebruik van mijn privétoilet.  Goede hotels zijn onder meer herkenbaar aan de mate van: a) aanwezigheid en b) van verzorging van de sanitaire voorzieningen.  Hier zat het wel snor. De afgelopen dagen had ik een behoorlijke bres in mijn kapitaal geslagen.  Het grapje met die rondreis met privéchauffeur en twee dure hotels op rij kostten me in totaal fl 170,-.  Van de andere kant had ik natuurlijk in Konya en Antalya onder de armoedegrens (westers bekeken!) ruim kunnen leven, dat hief elkaar op. Van alle gemakken voorzien (koele pils in grijpnabijheid, zachte matras) stippelde ik mijn route langs de bezienswaardigheden van Kayseri uit.  Hoewel ik alle vrijheid van de wereld had (geen afspraken, geen vaste tijden, geen plicht die riep) bleef ik toch elke dag opnieuw volgens het westerse stramien "plannen".  Het zal wel een tweede natuur geworden zijn.   


Dag 18  /  Dinsdag, 27 juli

Bolwerk van de Seldsjoeken

Om 10 uur was ik weer in het centrum.  Alvorens de voornamelijk historische monumenten te bezoeken, zorgde ik eerst voor een goede bodem: rijst met een kippenpoot en gehaktballen. Als eerste bezocht ik de oude citadel die in het hart van de stad ligt.  Het was een van de bolwerken van het Seldsjoekische Rijk dat de voorganger was van het Osmaanse Rijk (ontstaan op het eind van de13de eeuw).  De vesting is nog min of meer intact. Ze is gebouwd met een dubbele muur en telt 19 torens.  Op de binnenplaats wordt markt gehouden. Een stukje verderop lag de bazaar ofwel de overdekte markt.  Het was er niet zo druk als elders op de Turkse bazaars.  Ik werd aangeklampt door kooplieden die Frans spraken en nog goed ook.  Weer anderen spraken Engels en liepen me met tapijten achterna.  Kayseri wordt verondersteld de meest geslepen zakenlui van Turkije te hebben.  Ze werken volgens een bepaalde tactiek: eerst de potentiële klant geruststellen met thee en zoetgevooisde praatjes.  Hebben ze de klant eenmaal voor zich ingenomen, dan begint het zakelijke gedeelte.  Uit goed fatsoen kan de klant dan meestal niet meer weigeren.  Bij mij kwamen ze niet zo ver, ik stelde me onvriendelijk of afwerend op, al naar gelang de situatie.

Kayseri - citadel

Vestingwerk van een oud handelscentrum

 Opdoemend boven de oude stad van Kayseri staan de ruïnes van een imposante citadel van zwart basalt, gebouwd in de 6e eeuw door de Romeinse keizer Justinianus, later herbouwd in de 13e eeuw door de Seldjoekse sultan Alaeddin Keykubat I en verder hersteld in de 15e eeuw door de Osmaanse sultan Mehmed de Veroveraar. De ruïnes zijn het enige wat rest van de ooit formidabele vesting met een uitgebreid murenstelsel om dit belangrijke studie- en handelscentrum te beschermen.

 Kayseri ligt midden op een grote vlakte die gedomineerd wordt door de Erciyas, een uitgedoofde vulkaan met eeuwige sneeuw. Kayseri is nu de hoofdstad van de regio, maar haar belang voert terug naar minstens het 3e millennium v.Chr., ten tijde van de Hettieten en de Assyriërs, toen hier handelsroutes vanaf de Middellandse, Egeïsche en Zwarte Zee samenkwamen. Kayseri heette oorspronkelijk Mazaka en was de hoofdstad van het koninkrijk van Cappadocia. Toen dit rijk in 17 n.Chr. een Romeinse provincie werd, werd de stad herdoopt tot Caesarea Cappadociae.

 Volgens verslagen waren de inwoners aan het begin van de 5e eeuw constant bevreesd voor aanvallen door plunderaars, maar pas onder Justinianus werd er een citadel gebouwd met zwart basalt van de vulkaan. Wat er nu is te zien, is grotendeels de Seldjoekse reconstructie. De Seldjoekse Turken veroverden Caesarea in 1084 en noemden haar Kayseri. De stad werd opnieuw een belangrijk centrum en maakte onder Alaeddin Keykubat I een bloeiperiode door, waarin men de grenzen beveiligde en vele wegen en bruggen aanlegde. Na het besluit om Justinianus' citadel te versterken, liet de sultan negentien torens toevoegen en binnenmuren optrekken van bijna 3 meter dik. Voortbordurend op Kayseri's commerciële belang is de citadel nu een winkelwijk.

 

Gigantische afbraakwijk

Achter de markt zou de eigenlijke oude binnenstad van Kayseri moeten liggen.  Ik kon slechts ruïnes en andersoortige puinhopen ontdekken.  Het was een gigantische afbraakwijk waar hier en daar nog wat krotten overeind stonden.  De katten en de kwajongens hadden hier vrij spel.  Ik voelde me er niet op mijn gemak en was blij aan de rand van deze bouwval een speelhuis te ontdekken, waar ik soelaas kon vinden.  Ik dronk één fles bier.  Een tweede fles had er ook nog wel in gekund, maar opnieuw moest ik allerlei ongure elementen als vliegen van me afslaan.  De mannen die er speelden (poker, triktrak, Turks jokeren met stenen, kaarten) vielen allen in de leeftijdscategorie van 18 tot 50 jaar, stuk voor stuk werkloos neem ik aan.

Mausoleum met arabesken

Mijn volgende doel was de Döner Türbesi, een beroemd mausoleum met verfijnde arabesken en gebeeldhouwde dierenafbeeldingen.  Onderweg hield ik aarzelend stil voor een hamam (Turks bad), maar daar mijn puisten nog niet geheel genezen waren, vond ik het beter mijn bezoek aan zo'n instelling nog even uit te stellen.  De Türbesi viel tegen, ik was op dut gebied te veel gewend geraakt. Via een omweg, die langs de Cift Medresse (oude Koranschool) en de Kursunlu Moskee (bouwmeester Sinan, 1581) in het Atatürk Park voerde, kwam ik weer in het centrum terecht.  Ik was moe, maar er was nergens gelegenheid om buiten, bijvoorbeeld op een terras, gezellig uit te puffen. Tenslotte vond ik een bank bij een verkeersplein, waaronder een ondergrondse winkelgalerij aangelegd was: de trots van de modern denkende Kayserianen!

Verjaagd uit de moskee

Als laatste bezocht ik de Haci Kilic-Moskee.  Er was zojuist een gebedsdienst geweest en omringd door smekende bedelaars wachtte ik geduldig totdat alle gelovigen het bedehuis verlaten hadden. Ik trad de moskee binnen zoals het hoort; op kousenvoeten, eerbiedig zwijgend en me ingetogen gedragend.  Ik zeeg op de moslimmanier op de dikke tapijten neer, een beproefde manier om te relaxen.  Na enige minuten kreeg ik echter gezelschap van een baardige jongeman die me duidelijk de verstaan gaf dat ik hier niet welkom was.  Ik begreep er niet veel van, zeker als Christen heb ik het recht hier te vertoeven.  Allah discrimineert niet.  Bovendien weet ik dat het overal toegestaan is.  Ik probeerde hem aan het verstand te peuteren dat ik geen boze plannen had, geen heiligschennis van zins was en ook niet uit was op vernieling.  Hij was niet te vermurwen; ik moest en zou er uit.  In het Turks ontspon zich langzamerhand een theologische discussie, hoewel het niveau van mijn kant door het taalprobleem nogal primitief was.  De man bleek student aan de plaatselijke Koranschool en behoorde tot de jonge garde die het reveil van de Islam voorstaan, intolerantie prediken en terugvallen op orthodoxe opvattingen.  Toen ik voelde dat ik me ging opwinden, koos ik eieren voor mijn geld en vertrok ik.  Ik voelde me diep beledigd, ik had me toch aan alle geldende regels gehouden?  Met de opmerking dat ik ook een Kind Gods (Allah'in cocugu) was en dat ze op die onverdraagzame wijze nooit alle ongelovige honden tot het Ene Ware Geloof zouden kunnen bekeren, verliet ik de fundamentalistische fanaat à la Khomeini.  Ik was boos, dergelijke incidenten werkten ingrijpend op mijn stemming.

Terug naar het speelhol

Ik sliep tot 7 uur 's avonds, waarna ik opnieuw op pad ging.  Door een al wat oudere boyaci (schoenpoetser) liet ik mijn sandalen poetsen, wat hij zeer bedreven uitvoerde. Ondertussen zat ik op een krukje met mijn voeten op een rieten matje.  Hij vroeg 125 lira voor zijn diensten, te veel dus. Ik gaf hem echter L 100 en liet de rest gemakshalve zitten omdat ik erg tevreden was over zijn werk.  Ik heb zelden iemand gezien wiens gezicht zo plotseling opklaarde. In een café dronk ik een dubbele raki voor een normale prijs van twee gulden.  Alcoholische dranken zijn hier niet echt veel goedkoper dan in Nederland, een fles bier bijvoorbeeld kost gemiddeld een gulden. 

Ik zocht daarna naar andere gelegenheden, maar kon niets anders dan restaurants vinden.  Ik at nog een ijsje voor ik naar het speelhol van de vorige avond ging.  De kelner bediende me nu prima, met schuimkraag en al.  Het merk was Tuborg; de Deense bierbrouwers hebben het monopolie in Turkije.  Het beste inlandse bier heet Efes, de rest is onder te brengen in de categorie "bocht". Op mijn kamer kreeg ik buikkrampen, de eerste symptomen van diarree kondigden zich aan.  Eindelijk, de gevreesde reizigersziekte was lang bij me uitgebleven, maar nu had hij me toch te pakken!

Vorige Start Volgende

Routekaart Kayseri - Sivas

ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA   /  ARGENTINIË   /   AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  IERLAND   /   INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË   / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED  /  WERELDFOTO'S  / ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN ZWITSERLAND

Andere websites van Jos Schmitz

Duitse kerken en kloosters  /  Duitse kastelen en paleizen   /   Zanggroep Vocus   /   Schilder Pantaleon Hajenius   /   Hanzesteden   /   Pedac 1971 Reünie   /   Ramakers Reünie   /   Kunst van Anna Czerniawska   /   Wereldfotoserie   /   Reisfoto's Jos en Clim   /   KNS Gilde Opleidingen  /  de stad Roermond