IZMIR
Start TURKIJE HEENREIS ISTANBUL BURSA IZMIR DENIZLI ANTALYA KONYA KAYSERI SIVAS AMASYA ANKARA ISTANBUL 2 TERUGREIS


IZMIR EN DE  EGEÏSCHE  KUST

Route Bursa - Izmir   /   Meer informatie over Izmir (1)   /   Meer informatie over Izmir (2)
Info Izmir 

Dag 8   /   Zondag, 18 juli

Grapje van de chauffeur

Om 11 uur exact vertrok de bus naar Izmir.  De reis kostte 700 lira en voerde 400 km lang door bergen en dalen.  Af en toe kon ik langs de weg kamelen signaleren.  De omgeving was er redelijk vruchtbaar.  Het verbaasde me niet dat de Grieken na de Eerste Wereldoorlog juist dit gedeelte van Turkije probeerden in te pikken. Atatürk stak daar echter tijdig een stokje voor in 1923. Eenmaal ontsnapte ik ternauwernood aan een ramp: tijdens een korte stop was ik uitgestapt om een flesje mineraalwater te gaan drinken, niemand had daar blijkbaar iets van gemerkt.  De bus vertrok zonder mij, maar toen zij de hoofdweg op wilde draaien. kon ik mij er nog net schreeuwend en met ware doodsverachting voorgooien.  Stel je voor: platzak in de rimboe achter blijven terwijl je volledige bagage op weg naar Izmir is. De chauffeur vond het een kostelijke grap, ik niet.

Aankomst in "Smyrna" 

Om zes uur bereikten we Izmir, het voormalige Smyrna via de uitzichtloze en onafzienbare gecekondu's: éénnachtshuisjes, schamele onderkomens van blik, hout, kratten en autowrakken, waar alle noodzakelijke voorzieningen ontbreken. (In andere landen ook wel  favela's, krottenwijken, bidonvilles, shantytowns genoemd.) Dit is de plaats waar de Turken in 1923 een half miljoen Grieken letterlijk de zee in dreven.  Volgens serieuze ooggetuigen kleurde het zeewater rood van het bloed van de slachtoffers van deze etnische zuivering.

 Toch zijn er nu nog steeds Grieken in Izmir aanwezig, maar zij houden zich logischerwijze gedeisd. Er was erg veel volk op de been.  Ik at een hapje (goulash, soep en salade) in de restauratie van het busstation en ging op zoek naar een taxi, omdat het centrum nogal ver verwijderd was.  Ik dong af van L 500 naar L 400  en ook nog op voorwaarde dat de taxichauffeur me een goedkoop hotel van L 500 zou bezorgen.  Dit lukte wonderwel, ik kwam terecht in "Hotel Isik" van redelijke kwaliteit op een steenworp afstand van de boulevard en de haven.  Ik verzorgde direct mijn etterbulten, nam een stevige douche schoor me en ging in schone kleren gestoken de stad verkennen.  Het weer was niet zo best.  Er dreigde storm, de wind woei hard door de brede straten.  De zon ging bloedrood met roze flarden er omheen feeëriek in de zee onder.  Ik liep wat zeemanskroegjes af, waar een stel oude Turken trik-trak zaten te spelen of aan de waterpijp aan het lurken waren. Ik dronk enkele biertjes ontving wat complimenten voor mijn Turks, maar legde met niemand contact.  Om een uur of tien dwaalde ik in een melancholische bui hotelwaarts.  De wind was nu aangewakkerd en ik moest heel wat stof bijten in de uitgestorven straten.  Het maakte allemaal een spookachtige indruk: holle straten met rovende katten, nauwelijks zichtbare gevels, huilende wind en een eigenaardig bleek licht van de ondergaande zon.  Het maakte er mijn stemming niet beter op. 

   

De rosse buurt

In de buurt van mijn hotel dwaalde ik wat af en kwam ik tot mijn verrassing in de rosse buurt terecht. De portiers van de nachtclubs en de twijfelachtige eettentjes trachtten me met enige aandrang naar binnen te lokken, maar ik gaf geen krimp. Er heerste een aangename losse sfeer. Al die buitenlandse zeelui zullen daar wel toe bijgedragen hebben, per slot van rekening is Izmir een van de belangrijkste havensteden in het oostelijke bekken van de Middellandse Zee. Bovendien ligt er een grote Amerikaanse militaire basis vlak in de buurt. Op dit vergevorderde uur werd er op straat nog een levendige handel gedreven; behalve vrouwelijk vlees werden er ook nog oraal te consumeren vleessoorten aangeboden. Vol belangstelling maakte ik met dit oude centrum van Izmir kennis, mezelf belovend hier terug te keren.

Gesprekjes met het volk van de straat

Op een gegeven moment raakte ik in gesprek met een jonge krantenverkoper. Hij nodige me direct uit voor thee naast zijn stalletje. Vrienden en kennissen voegden zich bij ons en maakten er een gezellige boel van. Dit trok de aandacht van het passerende publiek, met als gevolg dat het gezelschap zich al gauw uitbreidde. Het werd een van de gezelligste uurtjes tijdens mijn gehele verblijf in Turkije. De inwoners van Izmir zijn wereldser en goedlachser dan de gemiddelde Turk van het platteland, die wat ingetogener en stugger is. Het gesprek werd gevoerd in het Turks. Ik verstond deze mensen redelijk goed, ook al omdat zij zo beleefd waren om zich de moeite te getroosten langzaam en duidelijk te spreken. We spraken over seks, geld, politiek, Griekenland (een hot item hier!), religie, beroepen, enzovoort. Mehmet, de krantenjongen, en zijn vrienden Ercay en Yasser zaten op hun achttiende al jaren in de handel. Huseyin, een verlopen alcoholistisch type,  erg anti-moslim (dat kan in deze stad) en voormalig immigrant in Duitsland, voerde later het hoogste woord. Hij ontpopte zich als een pseudo-filosoof. De anderen accepteerden zijn dominantie zonder morren, ondanks zijn excentriciteit en zijn drankzucht. Uiteindelijk had hij bewezen al heel wat van de wereld gezien te hebben. Hij had zijn hoofd helemaal kaal geschoren, dat was zijn handelsmerk geworden. Hij was het die ervoor zorgde dat we van thee via ayran (een frisse aangelengde yoghurt- of karnemelkachtige drank) ongemerkt overschakelden op grote flessen  bier. Natuurlijk betaalde iedereen mee, alleen de hooggeëerde gast uit Holanda mocht beslist niet in de kosten delen.  

Aalmoezen geven, plicht voor moslims

Op hetzelfde plein waar wij stonden te ouwehoeren was even verderop in een moskee een gebedsdienst ter gelegenheid van het einde van de Ramazan aan de gang. Ook de binnenhof stond stampvol met gelovigen. Even later stroomde een bioscoop leeg. De mensenmassa's die daar uitkwamen deden de aantallen gelovigen in de moskee verbleken, hetgeen voor ons godslasterlijke groepje een perfecte aanleiding voor hilariteit vormde. Voor de moskee speelden zich trouwens nog enkele trieste taferelen af. In lompen gehulde bedelaars, misdeelden en afzichtelijk misvormden in wrakkige karretjes deden een intens beroep op de Islamitische plicht van 'sakat', ofwel het geven van aalmoezen. Niet zonder succes moet ik toegeven. De enige reacties die deze ongelukkigen aan mijn door het leven geharde metgezellen konden ontlokken waren bijzonder cynisch: "Stommelingen, dan hadden zij zich ook maar  moeten verzekeren!"

Zakkenroller in de kraag gevat

Plaatsen waar doorgaans veel volk op de been is vormen het ideale werkterrein voor zakkenrollers. Die waren er volgens mijn zegslieden dan ook in groten getale. Een van de lui uit ons groepje was een 'stille', een rechercheur in burger dus. Hij heette Mustafa en kwam oorspronkelijk uit Syrië; hij zag er ook een stuk donkerder uit dan de West-Turken. Pas toen ik er op attent werd gemaakt zag ik de bolling van een klein kaliber pistool tussen zijn broekband en hemd. Zijn taak bestond louter uit het betrappen van zakkenrollers. Zijn ogen spiedden voortdurend rusteloos rond en hij stond bij ons groepje bij wijze van cover. Aan ons politieke gezwets had hij geen boodschap, hij werd alleen maar betaald om boeven te vangen, zo zei hij. Politiek interesseerde hem geen lor. Op mijn aandringen gaf hij wel toe dat andere politieonderdelen gespecialiseerd waren in het opsporen van dissidenten, politieke raddraaiers en sociale onruststokers. Ter bestrijding van het terrorisme bestonden zelfs perfect uitgeruste en voorbeeldig getrainde commando's die nauwelijks aan iemand verantwoording schuldig waren. Mustafa verstond zijn vak in ieder geval wel, daar was ik zelf getuige van toen hij midden in een gesprek opvloog en twintig meter verderop een gauwdief in de kraag greep. In een houdgreep bracht hij de arrestant op; tien minuten later was hij weer terug op zijn stek, het politiebureau lag om de hoek. Hij hoefde zeker geen uitgebreide verbalen uit te schrijven zoals bij ons gewoon is bij arrestaties.  

Blinde Yusuf en de beer Özcan

Tegen een uur of één belandde ik samen met Huseyin in een armoedig hotel, waar we op zijn kosten nog een afzakkertje zouden nemen. Ook daar ging het er vrolijk en opvallend tolerant aan toe. Ik sprak een tijdje Duits  met een zekere Yusuf, die afkomstig was uit de stad Kayseri in het binnenland. Pas na tien minuten kwam ik er tot mijn schaamte achter dat Yusuf volslagen blind was. Zijn min of meer perfecte Duits had hij via een auditieve 'Fernkurs' aan de universiteit geleerd. Ik vond dat maar erg knap.

Ozcan, een berensterke kerel met spieren als kabeltouwen,  bleek ook gehandicapt te zijn. Hij liep al sinds zijn kindertijd mank. Als ik voor hem in Nederland werk zou vinden, dan zou hij de helft van zijn verdiensten aan mij afstaan, zo bezwoer hij me bij de Baard van de Profeet. Werken kon hij als geen ander, beweerde hij, en hij rolde maar weer eens met zijn indrukwekkende spierbundels.  Tegen twee uur realiseerde ik me rijkelijk laat dat elk ogenblik de avondklok kon ingaan. Als rechtgeaarde Turken bood men mij natuurlijk een slaapplaats aan, zoals goede gastheren betaamt.  Dat zag ik echter niet zitten en gehaast vertrok ik naar mijn hotel. Moederziel alleen sloop ik door de duistere doolhof van oud-Izmir. Plotseling stootte ik op twee surveillerende soldaten. Ik bemerkte hen als eerste. Na enig geaarzel stapte ik met mijn handen omhoog het licht in en speelde ik de domme toerist die verdwaald was en niet meer de weg naar zijn hotel wist. Gelukkig hadden zij hun trekker niet zo los zitten en trapten zij in mijn komedie. Gewillig begeleidden ze me naar het hotel, na eerst bij een ander hotel de juiste weg te hebben gevraagd. Ik vond dat ze hierbij nogal bruusk te werk gingen. Het waren eenvoudige boerenjongens uit de buurt van de papaverstad Afyon. We wisselden wat sigaretjes uit. Als verdere dank sprak ik de hoop uit dat Allah hun in de toekomst wilde zegenen met een grote en gezonde kinderschare. De nachtportier was hoogst verbaasd mij op dit late uur gezond en wel te zien arriveren.


Dag 10  /   Maandag, 19 juli

Jaarbeursterrein

Ik begon me langzamerhand alleen te voelen.  Ik kon al mijn ervaringen en belevenissen wel aan het papier toevertrouwen, maar uiteindelijk miste ik toch iemand met wie ik ze kan delen. 's Morgens bezocht ik het chique jaarbeursterrein, een uitgestrekt tentoonstellingsgebied (Turks: fuar. Vgl. foire in het Frans) met allerlei attracties zoals speeltuinen, waterpartijen, theatertjes, lunapark, restaurantjes, wandelpaadjes, museumpjes,  etcetera. Op het terras waar ik mijn ochtendthee dronk, werd ik al snel omringd door nieuwsgierige kelners; sommigen pochten op hun kennis van de Duitse taal, opgedaan tijdens een tijdelijk verblijf daar.  Ene Orhan Kunucer bleef het langste zitten.  Hij was blijkbaar de chef van het personeel.  We wisselden adressen uit. In het park lag tussen de bomen verscholen het Archeologische Museum, waar ik de eerste en enige bezoeker vóór twaalf uur was.  Het museum was amateuristisch van opzet, maar bezat toch een aardige collectie.  Met name de Hellenistische en Romeinse tijd waren er in ruime mate vertegenwoordigd.  De kuststreek van West-Turkije wemelt van historische vindplaatsen, ruïnes en opgravingen, met name voor het begin van onze jaartelling heersten er woelige tijden.  De toenmalige culturen worden gerekend tot de hoogst ontwikkelden van die periode: Troje,  Bergama,  Phrygië, Lydië,  Milete,  Efese,  enzovoort.

Kadifekale, vesting op berg

Op mijn weg terug naar het centrum reserveerde ik alvast een plaats in de bus naar Denizli voor de volgende dag.  Dat ging me in het Turks steeds beter af.  Jammer genoeg zitten bij de reisbureaus net dié Turken die buitenlandse talen beheersen en dat willen ze weten ook.  Het gevolg was vaak dat ik in het Turks bleef praten, terwijl zij in het Duits,  Engels of Frans (al naar gelang hun keuzevak op de middelbare school) bleven antwoorden.  Voor een buitenstaander was dit erg komisch! Via 2 dolmusjen bereikte ik Konak, het nieuwe centrum van Izmir.  Daar nam ik de bus naar  Kadifekale, de oeroude vesting die op de Pagusberg ligt en een magnifiek uitzicht over de stad biedt.  De fundamenten van de citadel stammen uit lang vervlogen tijden en zijn bij benadering 2.300 jaar oud. Het was snikheet die dag, wel 40 graden in de schaduw.  Ik voelde me erg loom en was niet zo actief als andere dagen, Met een haveloos herdersjongetje trachtte ik een gesprekje aan te knopen, maar hij wantrouwde me en zocht bescherming tussen  zijn kudde.  Toen ik lang genoeg van het panorama over de baai genoten had, besloot ik per taxi naar de Agora, het oude Romeinse marktplein te gaan. Rond die Agora lag de bazaar, waar alles door elkaar heen friemelde; ik werd er gewoon zenuwachtig van al die drukte.  Ik probeerde gevulde mosselen (verrukkelijk!) uit bij een visserszoon, dronk zelf gemaakte grenadine (buikpijn!) en kocht zoete lekkernijen om op mijn hotelkamer op te peuzelen.  Verder kocht ik nog een aantal folkloristische kaarten, onder meer van klederdrachten voor een collega.  

Aan de Kordon, de boulevard

Om 8 uur die avond begaf ik me wederom naar de boulevard.  Ik wilde opnieuw getuige zijn van het kleurrijke schouwspel dat de zon bij haar ondergang bood.  Daartoe nam ik plaats op een mondain terras.  Om me heen werd, hoe kan het ook anders, Amerikaans gesproken. De boulevard met zijn setting is uitgesproken Côte d'Azur-achtig met zijn palmen en zijn bloemenpracht. De binnenstad en de volkswijken doen me echter aan Napels denken: vrolijk, levendig, maar armoedig.  

Mehmet, de homofiele ingenieur

Terwijl ik aantekeningen maakte, voelde ik steeds een blik op mij gericht.  Een Turk van mijn leeftijd zocht duidelijk contact en nodigde me aan zijn tafeltje uit.  Ik ging op zijn uitnodiging in en at friet (ja, ja, het was een moderne Turk, dat zal nog blijken) met hem mee.  Zijn naam was Mehmet Firinli, hij verbleef voor 2 maanden in het dure Strandhotel.  Hij was afkomstig uit Ordu aan de Zwarte Zeekust, ingenieur van beroep en in Izmir bezig aan de bouw van een nieuwe fabriek die hazelnootproducten moest gaan verwerken.  Ordu is het nationale hazelnootcentrum, vandaar.  Hij sprak een beetje Engels en dat werd dan ook onze voertaal, hoewel dit erg moeizaam verliep.  Hij was a-politiek en alleen geïnteresseerd in de "big money".  Opeens rekende hij af, ook voor mij, en met een vette knipoog vroeg hij of ik nog meeging naar zijn kamer om 'platen te drinken' en 'whisky te beluisteren'. Toen ik aarzelde, nam hij andere methodes te baat en begon hij lief te praten en mijn armen te strelen. Zijn bedoelingen werden mij toen pas echt duidelijk en ik vroeg gedecideerd of hij soms homoseksueel was.  "Jij dan niet?",  was zijn antwoord.  Dat was het dus.  Zijn teleurstelling stond op zijn gezicht geschreven toen ik die vraag verontwaardigd ontkende: illusies in scherven en plannen in duigen gevallen: die investering van een maaltijd was voor niets geweest. Alles was ijdele hoop gebleken. Bij het afscheid kwam er toch een omarming aan te pas.  Uiteindelijk bestonden er "no hard feelings" tussen ons.  En zo hoort het ook.  

Cok, çok sjies kebab

Op mijn gemak keerde ik via een alternatieve route terug. Deze keer stootte ik bij toeval op het chique uitgaanscentrum, wat inhield dat de portiers van de nachtclubs en bordelen opvallende, maar ondefinieerbare uniformen aanhadden in plaats van hun dagelijkse kloffie zoals de avond van te voren bij de obscure tenten het geval was geweest.  Ik liet me niet overhalen.  Wel bestelde ik op straat nog een sjies-kebab met "çok, çok" uien, een heleboel dus.  De vele surveillerende politieagenten aten er gratis. Waarschijnlijk had de uitbater geen vergunning en kreeg hij op die manier de rekening gepresenteerd.

Vorige Start Volgende


ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA   /  ARGENTINIË   /   AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  IERLAND   /   INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË   / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED  /  WERELDFOTO'S  / ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN ZWITSERLAND

Andere websites van Jos Schmitz

Duitse kerken en kloosters  /  Duitse kastelen en paleizen   /   Zanggroep Vocus   /   Schilder Pantaleon Hajenius   /   Hanzesteden   /   Pedac 1971 Reünie   /   Ramakers Reünie   /   Kunst van Anna Czerniawska   /   Wereldfotoserie   /   Reisfoto's Jos en Clim   /   KNS Gilde Opleidingen  /  de stad Roermond