ISTANBUL
Start TURKIJE HEENREIS ISTANBUL BURSA IZMIR DENIZLI ANTALYA KONYA KAYSERI SIVAS AMASYA ANKARA ISTANBUL 2 TERUGREIS


ISTANBUL

Meer weten over Istanbul? Ga naar CitySpotters Istanbul  

Meer info over Istanbul (1)     /      Meer info over Istanbul (2)     /    Kaart van Istanbul    /    Kaart Bosporus
  ISTAN FOTO Info Istanbul

Stinkend drukke metropool

Hoe dichter we de metropool Istanbul naderden, hoe drukker het werd. Via de oevers van de Zee van Marmaris reden we het voormalige Byzantium, respectievelijk Constantinopel binnen. Het was er stinkend druk.  Binnen een half uur had ik er al hoofdpijn van de uitlaatgassen.  Vanaf het autobusstation Topkapi namen we met zijn drieën een taxi naar het oude centrum.  De chauffeur bleef aan een stuk door schelden en schunnige gebaren maken tegen zijn medeweggebruikers, hoewel hij zelf alle mogelijke verkeersregels aan zijn laars lapte.  Bovendien tilde hij ons ook nog met het tarief.  In de haast om onderdak te vinden, hadden we van te voren geen vaste prijs bedongen.  Ik volgde Marli en Hans, die Istanbul van een vorige reis kenden. Zij wezen me enkele straatjes vol goedkope hotels, waarna we afscheid van elkaar namen.  Hun weg voerde de volgende dag naar Erzurum, een stad zo'n 1.000 kilometer verder in het binnenland gelegen.  Ze waren van plan een rondreis door Oost-Turkije en Koerdistan te maken.  We zouden samen met dezelfde bus vier weken later naar Nederland terugkeren, maar ik heb hen nooit meer teruggezien; ook in Nederland niet.

            

Puddingshop, centrum voor trekkers

Na drie maal bot gevangen te hebben, vond ik uiteindelijk een ogenschijnlijk goed hotel; de kosten per overnachting bedroegen 5000 Turkse lira, dit is ongeveer fl 8,50.  De kamers, het behang, het beddengoed en de sanitaire voorzieningen waren echter uitermate smerig.  Daar ik uitgeput was, ziek en volkomen bekaf, keek ik niet zo nauw.  Ik was allang blij dat ik onderdak gevonden had.  In het hotel huisden veel Oosterlingen, met name Arabieren uit de middenklasse, geen sjeiks dus.  Even verderop lag ook de zogenaamde Puddingshop, hét trefcentrum voor de rondreizende hippies.  Daar kun je veel informatie krijgen en contacten opdoen om goedkoop verder te reizen.  Natuurlijk wordt er ook in hasj en wat dies meer zij gehandeld.  Ik voel me tussen die incrowd niet op mijn gemak, vandaar dat ik die wereldbekende shop maar links heb laten liggen.  

In de volkswijk Inönü

Na me geïnstalleerd te hebben, trok ik om 20.00 uur de volkswijk Inönü in.  Het liep tegen het vallen van de duisternis en het krioelde er van de spelende kinderen.  De wijk liep steil af naar de kades.  Ze was nogal goor en bouwvallig.  Om 21.00 uur belandde ik op het terras voor de Aya Sophia.  Iedereen keek er naar de t.v. die op een verhoging stond.  En ja hoor, voor het eerst vernam ik de uitslag van de W.K. voetbalfinale en aanschouwde ik fragmenten van Italië - Duitsland.  De Turken waren overwegend op de hand van de Azurri. Daarna at ik heel veel om de achterstand in te halen, maar ook om van alles en nog wat te proeven. Terug in het hotel smeet ik mij om 23.00 uur geradbraakt op bed.  Ik hield mijn aantekeningen bij, schreef een pak ansichtkaarten naar de achterblijvers in Nederland en pakte mijn bagage helemaal uit. Ik behandelde mijn steenpuist (ai, ai!) en waste mij provisorisch aan de wastafel.  Om 12 uur kroop ik onder de wol om de klok precies rond te slapen. Ook op het gebied van slaap was ik tijdens de driedaagse heenreis vreselijk veel te kort gekomen.  


Dag 4   /    Dinsdag, 13 juli 1982

Flitslampjes i.p.v. fotorolletjes

Rond het middaguur ontwaakte ik eindelijk.  Beneden bij de balie besprak ik voor drie dagen mijn kamer.  Daarna ging ik direct naar een bank om te wisselen. want verder had ik geen Turks geld meer.  De lira's die Hans me voor de Marken teruggegeven had waren op.  Tevens kocht ik 2 fotorolletjes; in Nederland had ik per abuis flitslampjes gekocht in plaats van rolletjes film!  Ik at pilav, çay en een of ander vleesgerecht in een van de talloze restaurantjes (die hier restoran,  lokanta of kebab salonu worden genoemd); ondertussen schreef ik weer een serie kaarten naar huis.  

Wandeling door sloppenwijk

In de middaguren maakte ik een fikse wandeling door een nabij gelegen sloppenwijk waar het gonsde van de activiteiten. Het wandelen ging nogal moeizaam vanwege de puist en vanwege het voortdurende klimmen tegen de hellingen op. Ook moest ik steeds op mijn hoede zijn voor oneffenheden in het plaveisel, indien al aanwezig tenminste.  De bewoners schonken nauwelijks aandacht aan me, wat in andere Turkse steden in het binnenland wel anders was.  Ik dronk wat aangelengde yoghurt bij een 78-jarige verlamde drankventer en gaf regelmatig aalmoezen aan de her en der verspreid liggende of zittende blinde en/of misvormde bedelaars.  Ik was niet de enige die aalmoezen gaf, veel Turken geven ook.  Het is voor hen een religieuze plicht, zo kunnen ze hun zonden enigszins afkopen. Kortom, ze verdienen er een soort aflaat mee!  Sommige Turken heb ik horen beweren dat bedelaars meer inkomen hebben dan gezonde en hard sappelende werklozen. Dat zou best  wel eens waar kunnen zijn.

Oud Byzantijns Centrum

Een uurtje later kwam ik uit op het At Meydani, letterlijk het Paardenplein. Dit is het klassieke Hippodroom, waar de sultan begin 1800 een kleine 28.000 Janitsaren (beroepssoldaten van veelal christelijke komaf) een kopje kleiner liet maken.  Dat gebeurde binnen één avond en één nacht.  Stel je dat voor, dat moet een waar bloedbad zijn geweest! Bij dit plein liggen de twee beroemdste moskeeën van de stad: de Aya Sophia en de Sultan Ahmet Moskee. Deze laatste wordt ook wel de  Blauwe Moskee genoemd vanwege het blauwachtige interieur. Ik had beide moskeeën al eens eerder bezocht en wel  in 1980 toen ik voor een enkele dag vanuit Roemenië Istanbul bezocht. (Daar heb ik nog een foto van, samen met een buikdanseres...) Ditmaal bekeek ik de beide toeristische trekpleisters iets intensiever, beklom de bordessen en nam een kijkje in de nabij gelegen kleine musea die gespecialiseerd zijn in tapijten en Islamitische gebruiksvoorwerpen.  Binnen was het weldadig koel, terwijl buiten de zon het gras verzengde en de temperatuur opdreef tot bijna 40 graden Celsius. Ik nam me voor in de komende weken vaker soelaas te zoeken in de koelte van crypten, tomben, medressen en moskeeën.  Daarom ben ik dan ook niet erg bruin teruggekeerd, tot veler verbazing overigens.  Het bewaren van je natuurlijke huidskleur in een warm land met een moordende zon is gemakkelijker dan je denkt.  

Hippodroom

 Park op de plaats van een Romeins hippodroom, bezaaid met historische resten

 Het Hippodroom — een arena voor wagenrennen — werd gebouwd in de 3e eeuw n.Chr. tijdens het bewind van de Romeinse keizer Septimius Severus in de provinciestad Byzantium. Het groeide uit tot het sociale centrum van het Oost-Romeinse Rijk. In 324 n.Chr. verplaatste keizer Constantijn zijn hoofdstad van Rome naar Byzantium, dat Constantinopel werd genoemd. Een van zijn hoofdprojecten was de renovatie van het Hippodroom: de arena werd uitgebreid tot 450 bij 130 meter, met plaats voor 100.000 toeschouwers. Om het belang van de locatie aan te geven, lieten Constantijn en zijn opvolgers kunstwerken plaatsen uit heel het rijk; sommige ervan zijn bewaard gebleven.

 In opdracht van Constantijn werd de Drievoet van Plataea, ter herdenking aan de Griekse zege op Perzië in 479 v.Chr., overgebracht vanuit de Apollo - tempel in Delphi: een enorme zuil met een gouden ketel op drie slangenkoppen. De ketel verdween in 1204, tijdens de Vierde Kruistocht, en alleen de korte 'slangenzuil' is overgebleven. In 390 n.Chr. liet keizer Theodosius een obelisk uit ca. 1490 v.Chr. vanuit de Karnak - tempel in Luxor overbrengen naar het Hippodroom, waar het bovengedeelte nog altijd staat. Ook de kern van een andere obelisk is bewaard gebleven. Hij werd oorspronkelijk bedekt met bronzen platen, maar die zijn gestolen tijdens de Vierde Kruistocht, net als de bronzen paarden die nu in Venetië op de Basiliek van San Marco staan.

 Ook onder de Byzantijnen bleef het Hippodroom een sociaal centrum. Er werden grote geldbedragen verwed op de wagenrennen en de rivaliteit sijpelde door in politiek en religie, wat tot rellen leidde. Na de plundering van Constantinopel in 1204 raakte het Hippodroom in verval. De Osmaanse Turken, die de stad in 1453 innamen en uitriepen tot hun hoofdstad, hadden geen interesse in wagenrennen. De arena werd echter nooit volgebouwd en de Turkse naam, At Meydani, betekent 'paardenplein'.

Parken zijn belangrijk

Ik ga niet verder uitweiden over die bekende historische monumenten.  Ik heb er boekjes met prachtige foto's van aangeschaft.  Bekijk maar de foto's in de fotogalerijen van deze site. Mijn volgende doel was het Gülhane-Park.  Elke zichzelf respecterende grote stad in Turkije (Ankara, Izmir, Konya, Kayseri) heeft òf een groot uitgestrekt stadspark met roeivijvers, terrassen, dierentuintjes, fonteinen,  speeltuin en andere kinderattracties, wandelpaadjes, eet- en souvenirstalletjes, theatertjes of een groot tentoonstellingsterrein ('fuari' genoemd, ofwel de foire, de jaarbeurs) met allerlei kermisachtige toestanden erbij gebouwd.  De entree kost een schijntje.  Het is er meestal druk en gezellig.  Het lijkt heel westers, want de meeste mensen lopen er opvallend netjes gekleed bij.  Ik denk dat het grootste gedeelte van dit publiek dan ook afkomstig is uit de middenklasse.

Poppenkast en samovars

Welnu, in Istanbul is dus ook zo'n park, gebouwd tegen de hellingen van het Topkapi-paleis.  Ik keek er een tijdje op mijn gemak naar de poppenkast (Karagöz en Hacivut, twee traditionele Turkse poppenkastfiguren), al lurkend aan mijn thee die afkomstig was uit een samovar voor twee personen die ik had besteld. Een heer nam voor L 10 je bloeddruk op, de man was waarschijnlijk een aan lager wal geraakte voormalige dokter of een gesjeesde student medicijnen.  In de dierentuin ontdekte ik zowaar varkens! Weliswaar Chinese hangbuikzwijnen, maar toch... Tijdens al die omzwervingen laafde ik natuurlijk regelmatig mijn zeer dorstige keel, soms met Cola, maar meestal met vruchtensapjes of mineraalwater ('maden suyu' of gewoon 'sodasi' genaamd).  De gemiddelde prijs hiervan was een kwartje.  Ook at ik kleinigheden zoals gepofte maïskolf, 'lahcevun' (een pittige, opgerolde pannenkoek) of simit (ringvormig koekje met sesamzaad erop).  

Sirkeci, Europees eindstation

Vervolgens ging mijn weg naar Sirkeci, het station waar de Oriënt Expres zijn eindbestemming had.  Hier bestudeerde ik de opsporingsplakkaten van terroristen en criminelen.  Opvallend was dat de terroristen voor 90 % van linksen huize waren; de resterende 10 % behoorde tot de doorsnee roofmoordenaars.  Slechts zelden werd opsporing verzocht van een terrorist uit rechtse hoek.  Dit bleek ook elders in Turkije het geval te zijn.  Hieruit blijkt mijns inziens duidelijk het signatuur van het huidige militaire regiem van Kenan Evren.  Uitwassen ter linkerzijde fel bestrijdend en met wortel en tak uitroeiend. terwijl die ter rechterzijde genegeerd worden. Türkesj, de nationale fascistenleider, zit weliswaar in het gevang, maar zijn talloze aanhangers hebben het staatsapparaat al diep geïnfiltreerd, met name bij de politie.  Zij lachen in hun vuistje als er weer eens een Dev Yol-lid het begeeft in de beruchte Mamak-gevangenis bij Ankara of als een vijftigtal te goeder trouw zijnde vakbondsleiders van DISK ter dood veroordeeld worden.  En ondertussen lopen nog vele Grijze Wolven, de leden van de militante rechts-fascistische jeugdafdeling, op vrije voeten rond.

Verkoop van verse vis vanaf de boot aan de oevers van de Bosporus en de drukke Galata-brug. Dit is ook de plek waar de meeste veerboten van wal steken richting satellietstad Usküddar aan de Aziatische kant van Istanbul. De overtocht duurt meest niet langer dan een kwartier. Vanaf de doorgaans overvolle bootjes heb je een fantastisch uitzicht op de silhouetten van de torens, koepels en minaretten van oud-Istanbul.

Koortsachtige activiteit rond Galata-brug

Rond een uur of zes begaf ik mij naar de nabij gelegen kaden waar de veerboten uit Azië aankomen.  Stromen reizigers komen en gaan. er wordt druk handel gevoerd en het gewoel is erg kleurrijk.  Ook op en rondom en onder de Galata-brug heerst een koortsachtige drukte.  Deze brug is de bekende verbinding tussen de stadsdelen Beyoglu en Eminönü en voert over de Haliç, de Gouden Hoorn, een rivier van 7 km die Istanbul doormidden deelt.  Onder de Galata-brug at ik uitgebreid visspecialiteiten: gepaneerde en gevulde mosselen, gebakken aubergine en zalmsalade, doorgespoeld met bier en mineraalwater.

Süleyman Moskee, heel fraai

Op de terugweg kwam ik nog langs de Egyptische Bazaar (waar voornamelijk kruiden 'en gros' verhandeld worden), hielp ik een simit-verkoper met zijn karretje over de verkeersbrug en beklom opnieuw de heuvel van Eminönü.  De markt was afgelopen, het was acht uur en de schemering begon in te vallen.  De marktkooplui kochten onderling hun producten ten eigen behoeve. De knechtjes (vaak jongetjes van 10 á 12 jaar oud) pakten in en ruimden op. Honderden zwerfkatten deden zich tegoed aan de op straat geworpen ingewanden en verrot fruit.  Op de top van de heuvel kwam ik uit bij de oude Universiteit en de grote Süleyman Moskee, waar ik mij een wijle letterlijk te ruste legde.  Op het plein voor de Universiteit was het nog erg druk.  Er werd zelfs nog zaad verkocht voor de duizenden duiven.  

Sperrstunde, snel naar binnen

Om negen uur was ik weer in mijn hotel, waar ik mijn vuile kleding waste en een ijskoude douche nam. Warm water was in Turkije nauwelijks voorhanden. Alleen in Ankara mocht ik dat genoegen smaken. Om half elf ging ik stappen in de buurt, maar een uur later werd de zaak waar ik zat al gesloten door een soldaat met zijn spuit op de heup. 'Sperrstunde', volgens de eigenaar, die dacht dat ik een Duitser was. Vele Turken trouwens beschouwden mij als een Duitser, als een "Alman". Op straat maakte ik een praatje met een tanige oude koopman.  Hij heette Faruk en verkocht zelfs in het holst van de nacht nog perziken die hij op een gammele handkar vervoerde.  

Een 'Belzje' Turk uit Hasselt  

Tijdens dit gesprek (over honden en katten) voegde zich een jongere Turk bij ons.  Hij was een van de weinige Turken die ik een bril heb zien dragen. Na enige minuten barstte hij in enthousiasme uit toen bleek dat ik geen Duitser. maar een Nederlander was.  Hij begon gebroken Nederlands te praten.  Zijn naam was Huseyin Günesj, hij woonde in Fatih (een volkse wijk in Istanbul) en had 2 jaar als buschauffeur in het Belgisch-Limburgse Hasselt gewerkt. Hij miste één oog en een vinger als gevolg van een ongeval in Turkije.  Hierdoor werd hij medisch afgekeurd en kon hij met een kleine uitkering van de Belgische staat naar zijn geboorteland terugkeren. Zijn blijheid mij te ontmoeten kende geen grenzen. Hij nam me direct mee op sleeptouw naar kroegen die nog stiekem openhielden.  Voor we naar huis gingen maakten we een afspraak voor de volgende avond.  

Dag 5   /   Woensdag, 14 juli

De Grote Bazaar of Overdekte Markt

De avond van te voren was het toch nog laat geworden, want voor het te ruste gaan had ik eerst mijn puisten verzorgd, het programma voor de volgende dag uitgestippeld en mijn aantekeningen bijgehouden.  Ik stond dan ook pas om half twaalf op.  Ik nam een copieus ontbijt (zeg maar brunch gezien het vergevorderde uur) in een echt restaurant met tafellakens en gesteven servetten.  Via het postkantoor bereikte ik de "Kapali çarsji", de overdekte markt die bij ons bekend staat als de Grote Bazaar.  Deze doolhof bestaat uit een wirwar van straatjes. steegjes, slopjes, grotendeels overdekt met koepeltjes.  Elk straatje heeft zijn eigen ambacht of zijn eigen verkoopproducten.  Zo zijn er: goudstraatjes, meubelstraatjes, eetstraatjes, groentestraatjes, koperslagerstraatjes, tapijtstraatjes, souvenirstraatjes, aardewerkstraatjes, kleding- en stoffenstraatjes en zo voort.  Dit noemen ze de Arabische ordening.  De Middeleeuwse Europese steden waren ook zo geordend; de gilden en genootschappen hielden daar streng toezicht op.  Het voordeel is dat men zo erg goed de prijzen en de kwaliteit van de goederen met elkaar kan vergelijken en dat er gezamenlijk specifieke voorzieningen getroffen kunnen worden.  Welnu, die Bazaar is natuurlijk vergeven van toeristen, die er agressief benaderd worden door kooplui die alle talen van de wereld spreken.  De meeste handelaren zijn overigens geen geboren bewoners van Istanbul, veelal zijn ze afkomstig van het immense Turkse platteland, zoals Nigde,  Kayseri en Erzurum.  Ik maakte een praatje met een 16-jarig jochie dat op het "lise" (HAVO) zat en met een Engelssprekende jonge goudverkoper.  Verder dronk ik thee met een koperslager uit Kayseri, Hayat Günesj, die er nogal on-Islamitische gedachten en meningen op na hield, alsmede een maîtresse in de binnenstad (althans naar zijn zeggen).  Verder was hij uitgesproken anti-Koerdisch gezind ("allemaal pooiers!").  Ik sprak zowel Engels,  Duits en Turks met hem en amuseerde me kostelijk.  

Claustrofobie in bioscoop

Om drie uur ontvluchtte ik het gewoel en ging ik de wijken buiten het centrum verkennen.  Ik bezocht een benauwde bioscoop, waar zgn. soft porno gedraaid werd, maar na 10 minuten zocht ik gruwend de uitgang op.  Tjokvol, aardedonker, iedereen zat er goedkope sigaretten te paffen zodat je er de rook kon snijden. Er waren geen nooduitgangen. De film van Turkse makelij was gewelddadig, macho-nationalistisch, amateuristisch en van volstrekt inferieure beeldkwaliteit.  Kortom, redenen genoeg om dit inferno zo snel mogelijk achter me te laten.  Ik rustte wat uit in een van Istanbuls 500 moskeeën en kocht bij een stalletje een gebedssnoer. Dit is een soort rozenkrans van 33 kraaltjes die je 3 maal achter elkaar moet bidden. Elke kraal stelt dan een van de 99 Glorieuze Namen van Allah voor.

De Nieuwe Bazaar

Allengs kwam ik terecht bij de nieuwe Bazaar. Daar liet ik bij een arme sloeber mijn lengte en gewicht opnemen: 1.76 m, 87 kg.  Dat klopte dus precies.  Het kostte een dubbeltje.  Veel jochies lopen in de grote steden rond met huishoudweegschalen om een bijdrage te leveren aan het gezinsinkomen. De bazaar bestond uit open winkeltjes en er werd meer technisch spul verkocht zoals gereedschap, landbouwwerktuigen, timmerwerk, maar ook koffiebonen, theebladeren en natuurlijk fruit.  's Avonds gaan de rolluiken voor de winkels dicht. Ik maakte er nog een verkeersopstopping mee, waarbij 7 verschillende vervoermiddelen betrokken waren:  vrachtauto's, dolmusjen, personenauto's, handkarren, bakfietsen, beladen ezels en paardenwagens.  Erg tumultueus! De vrachtauto's wonnen het pleit, de handkarduwers mochten pas als laatste passeren, ze staan blijkbaar op de onderste sport van de commerciële ladder. Ik at weer eens spotgoedkoop: köfte (gegrilde gehaktrolletjes), pilav (soort rijst) en drank voor nog geen twee gulden.  

De Gouden Hoorn

Toen ik onvoorzien (want ik zwierf gewoon wat doelloos rond) bij de Gouden Hoorn aankwam, nam ik een taxi terug, echter niet zonder af te dingen van L 500 naar L 300.  Dit laatste was eigenlijk nog te veel, het doorsneetarief bedraagt er L 200, zo hoorde ik later. In het hotel aangekomen, waste ik mijn voeten, waarna ik een tukkie deed.  Ik voelde me afgemat door de broeierige weersomstandigheden, maar niet in het minst door het opkomen van een nieuwe plakkaat van een puist, nu op een zeer vervelende plaats, namelijk in de liesstreek.  Als gevolg van die pijnlijke ontsteking had ik opgezette keelklieren. Ik had moeite met adem halen (een combinatie van vermoeidheid en bronchitis) en last van venijnige steken in de rechteronderbuik.  Op het toilet bleek waarom; er zat bloed in mijn poep.  De hierop volgende dagen heb ik dan ook ernstige ontlastingsproblemen gekend. Tenslotte had ik door die lange mars van deze dag weer een pijnlijke knie opgelopen. Ja, ja, het is me wat....

                    

Hüseyin, encyclopedieën - verkoper

Om 19.00 uur ontmoette ik Hüseyin op de afgesproken plaats op een terras voor de Sultan Ahmet Moskee.  Hij begroette me amicaal kussend, bestelde thee en vertelde me over zijn werk.  Hij was die dag begonnen als vertegenwoordiger van encyclopedieën, woordenboeken en naslagwerken.  Hij zag de toekomst zonnig tegemoet en droomde al van een vorstelijk inkomen.  Ik vroeg me in stilte af aan wie hij die dure boeken kwijt zou moeten raken?! Ook wilde hij Frans leren en hij toonde me een schriftelijke cursus die hij kortgeleden aangeschaft had.  Wij hielden ons een uurtje bezig met grammaticale problemen: verschillen en overeenkomsten in het Nederlands, Frans, Duits en Turks. Ozen,  de glibberige vijftalige ober, nam hier ook aan deel.  Tussen haakjes: Hüseyin sprak eigenlijk geen Nederlands, maar Vlaams!  Steeds als ik iets goed in het Turks zei, sprak hij waarderend: "Sjuus!".  

Dure biertjes aan Taksim-plein

De rest van de avond brachten wij door op het Taksim-plein, centraal gelegen op de Noordelijke oever van de Gouden Hoorn.  We gingen per bus en moesten 2 maal overstappen.  Een kaartje voor de bus kost 30 cent, je kunt er wel een uur met rondreizen.  Op Taksim zochten we eerst naar kranten, onder meer in het Etaphotel.  In dit super-de-luxe onderkomen voor Arabieren,  Amerikanen en Wirtschaftswunderkinder waren echter geen buitenlandse kranten meer verkrijgbaar; wel een super-de-luxe bar waar we een super-de-luxe Tuborg-biertje dronken voor de super-de-luxe prijs van fl 4.- per flesje.  Onderscheid moet er zijn!  Huseyin was nog nooit in zo'n eersteklas hotel geweest. Hij keek zijn ogen uit; sorry, één van zijn ogen uit.  Uiteindelijk miste hij het licht in het andere. 

Waanzinnige rit in dolmusj

Tot een uur of twaalf keuvelden we over van alles en nog wat, gezeten op een mondain terras, waar eveneens verwesterde prostituees onopvallend opereerden.  We aten tosti's en dronken goed bier. We namen twee dolmusjen terug; een tot de Galata-brug, de ander tot het At Meydani.  In de eerste dolmusj werd een ladderzatte Amerikaanse door een schone Turkse jongeling overreed tot diepere kontakten; in de tweede dolmusj werden we blootgesteld aan een dronken chauffeur die zingend en lallend op late voetgangers inreed, slalom reed om vluchtheuvels en politieagenten, op weliswaar respectabele afstand, luidkeels beschimpte.  We overleefden echter deze roekeloze rit en ook de andere inzittenden (we waren met zijn achten, dat scheelt in prijs, de dolmusj was een oude Opel) prezen zich gelukkig er heelhuids vanaf gekomen te zijn. Hüseyin nam met tranen in zijn ogen afscheid, terwijl hij me deed beloven hem op te zoeken bij mijn terugreis via Istanbul. Drie weken later was ik echter te ziek om mijn belofte na te komen.  Enfin, na een stevige omhelzing en wat natte vriendschapskussen verdween hij in de nacht en ik in mijn bij nader inzien toch wel wat erg sjofel hotelletje.  Ik voelde me rottig en had koorts.  Het duurde een hele poos voordat ik de slaap vatte.


Dag 6  /   Donderdag 15 juli

Voet op Aziatische bodem

Om 8 uur was ik al weer uit de veren.  Ik voelde me nogal beroerd.  Als ontbijt dronk ik slechts cola en thee op een terras dat naast het exercitieterrein van een kazerne gelegen was.  En passant sloeg ik de oefeningen van de kaalkoppige soldaten gade.  Ik schreef weer een tiental kaarten naar vrienden en kennissen. Te voet begaf ik me naar de kade van de veerboten die de Bosporus oversteken.  Het tarief was slechts laag, het reisje duurde 20 minuten.  De boot was overvol. Talloze venters probeerden er hun waren aan de man te brengen.  Ik raakte in gesprek met een oude ambtenaar die trots over zijn zoon in het leger begon te vertellen.  Hij dacht dat ik een gevluchte Pool was.  Van dat standpunt kon ik hem niet afbrengen. Bij de ankerplaats Harem zette ik mijn eerste pijnlijke voet op Aziatische bodem.  Het begon warm te worden.  Zonder me eerst te oriënteren liep ik naar het Oosten.  Boven op een heuvel trof ik een gigantische, negentiende-eeuwse kazerne aan, de zgn.  Seliminiye Barakken.  Hoewel ik me erg nieuwsgierig toonde (hier eens binnen gluren, daar eens op kloppen), lieten de argwanend en stilzwijgend toekijkende wachtposten mij met rust.  Naast de kazerne strekte zich een grote volkswijk uit.  Ik knoopte er een praatje aan met een stel haveloze kindertjes die er in het stof speelden.  Zonder een spoor van angst gaven zij antwoord op mijn vragen.  In het binnenland renden de kinderen bang voor mij weg, hier in de grote stad bestond die angst voor de vreemdeling blijkbaar niet.

Uitgestrekte begraafplaats

Achter de wijk Selimiye bevond zich de grootste begraafplaats van het Oosten, de Karacaahmet Mezarlik  Daar zwierf ik een uurtje rond tussen de onverzorgde graven, terwijl de krekels tsjilpten en de hagedissen met honderden tegelijk tussen het metershoge onkruid wegglipten. Een stokoude gemeentewerker met slechts één tand in zijn mond vertelde me dat hij twintig jaar achter lag met wieden en dat ik voor slangen moest uitkijken. Hierna kwam ik opnieuw in een sjofele volkswijk terecht. Met enige verbazing kon ik constateren dat de vrouwen er ongesluierd voorbijliepen en mij met onbeschaamde blikken opnamen; de rollen waren omgekeerd en nu was ik het die zich langzamerhand opgelaten voelde. Ook de door elkaar krioelende kindertjes (het Turkse volk is erg kroostrijk, zoals bekend) schenen zich onbekommerd te amuseren.  Kortom, zorgeloze en blije gezichten had ik hier niet verwacht. Ik moet er eerlijkheidshalve bij vermelden dat deze buurt geen echte krottenwijk was. Het was meer een dicht opeen gebouwd en slecht onderhouden buitenwijk met flats. 

Besnijdenis in Üsküddar

Om een uur of drie kwam ik in het centrum van Uskuddar aan.  Ik slenterde de bazaar door (hier niet toeristisch zoals in Istanbul) en bestelde een eenvoudige warme hap in een kebab salonu.  Aan de overkant van het kronkelige straatje waren fotografen druk in de weer met een reportage van de besnijdenis van een 6 à 7-jarig jongetje dat getooid was in een admiraalsuniform.  De ouders straalden van geluk.  Helaas durfde ik er geen foto's van te maken. 

Van die onzekerheid had ik vaker last.  Ik wil mensen, zeker in bepaalde omstandigheden zoals armoe en miserie, niet lastig vallen met het maken van onbescheiden foto's. Ik wil geen inbreuk maken op hun privacy, bedelaar of niet.  Vaak wordt het ook niet op prijs gesteld (traditionele vrouwen, klederdracht); van de andere kant zijn er ook weer genoeg bedelaars en straathandelaren die er een slaatje uit willen slaan en fooi eisen. 

Le Figaro, Der Spiegel, Newsweek...

Een uurtje later had ik de tweede Bosporus-overtocht achter de rug.  Ik nam de bus terug naar het hotel, maar eerst postte ik de kaarten en kocht ik een voorraad buitenlandse literatuur in: Le Figaro,  Der Spiegel,  The International Herald Tribune en Newsweek.  De verkoper kon mijn nationaliteit direct raden: iemand die 3 verschillende talen kan lezen moet wel een Hollander zijn!  En gelijk had hij. Om 4 uur ging ik een uurtje onder zeil. Daarna schreef ik een brief naar broer Clim. Om 6 uur schreef ik een andere, nu meer geëmotioneerde brief naar mijn ex-vriendin Gerda. Om 7 uur versterkte ik onder in de gaarkeuken de inwendige mens, om 8 uur legde ik me weer eens te ruste met een fel stekende puist, om 9 uur zocht ik een terras op om bier te drinken en wat te lezen.  

       Vrijgezellen zijn niet normaal

Ik kreeg daar gezelschap van een zekere Seyhan Burdyük, die in de buurt een elektrozwak runde die zijn vader uit Izmir gefinancierd had.  Hij was een van de weinig Turken die ik redelijk kon verstaan.  De mensen uit Izmir spreken beschaafd Turks, zegt men. Seyhan was een van de vele Turken die mijn standpunt ten opzichte van het huwelijk niet konden begrijpen.  Aan elke vrijgezel moet volgens hun zeker een steekje los zitten, temeer als hij ook nog kapitaalkrachtig genoeg is om een vrouw en kinderen te kunnen onderhouden!  Maar goed, gastvrijheid was iets dat hij beter begreep en ik mocht dan ook niets afrekenen toen we om 11 uur met zachte hand verwijderd werden.  Buiten gingen we ieder onze eigen weg.  Ik trof weer de ouwe groenteventer Faruk op mijn weg. Een praatje lag voor de hand.

ATTILA, MAAR NIET DE HUN ….  

Er kwamen steeds meer Turken om ons heen staan, voornamelijk geïnteresseerd in een buitenlander die Turks zou spreken.  Op een gegeven moment kwam er een knaap van mijn leeftijd bij staan die de anderen voor mijn gladde praatjes waarschuwde.  Niemand begreep hem, zeker ik niet.  Hij beschuldigde mij van uitbuiterij, vanwege mijn kennis van het Turks. En wat bleek uiteindelijk, nadat we enigszins opgewonden gekibbeld hadden?  Hij veronderstelde valselijk dat ik een Duitse jonge Anwalt was, die Turks geleerd had om met uitzetting uit Duitsland bedreigd Turken gerechtelijk "bij te staan", maar hen ondertussen het vel over de oren haalde.  Na onze ruzie bijgelegd te hebben, zochten we samen een illegaal geopend café op. Mijn pas verworven vriend heette Attila, was 33 jaar oud, studeerde in Wenen en Frankfurt bouwkunde. Behalve Turks sprak hij ook Duits (met een zangerig Weense tongval), Engels en Frans. Op dat ogenblik werkte hij tijdelijk in Zürich voor een Turkse staatsfirma. Hij was vrijgezel, net als ik. Hij beweerde met klem dat je als Turk in Europa, hoe goed opgeleid en geïntegreerd dan ook, voor immer het Kaïnsteken van de Gastarbeiter zult moeten torsen. Terwijl hij me over zijn opmerkelijke ervaringen met onder meer het vrouwelijke geslacht verhaalde, raakte hij steeds meer geëmotioneerd. Het verbaasde me dat hij veel feiten over de Nederlandse maatschappelijke situatie kon opdissen. Later bleek dat hij al die kennis had opgepikt in de Gastarbeiderwinkel in Nijmegen waar hij een blauwe maandag vrijwilligerswerk had gedaan.  In een hoog tempo dronken we tegen de klok op, iets waarmee ik met Clim in Londen (vroege Engelse sluitingstijden van de pubs!) al de nodige ervaring had opgedaan. Om één uur 's nachts wankelde Attila laplazarus naar huis, terwijl hij onsamenhangend de "Wichsers" verwenste die hem het leven zo zuur maakten.  

Ouwehoeren in een zwoele nacht

Buiten op de stoep zat nog een stel buitenlanders in het stikdonker van de zwoele nacht te genieten. Ik voegde me bij hen en kreeg contact met een Oostenrijkse Amerikaan uit San Francisco en een Deense sociaal werker. We bespraken plechtig het "flower power"-tijdperk, de op handen zijnde ondergang van het decadente Westen, de exhibitionistische "gay scene" in Frisco en de schoonheid van de klinkerharmoniewet van de Turkse talen. Er waren ongetwijfeld nog andere gespreksonderwerpen, maar die kan ik me echt niet meer voor de geest halen; daarvoor was mijn brein inmiddels te beneveld. En in die toestand kroop ik dan ook ver na twee uur in mijn schamele bed.

Vorige Start Volgende

 

ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA   /  ARGENTINIË   /   AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  IERLAND   /   INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË   / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED  /  WERELDFOTO'S  / ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN ZWITSERLAND

Andere websites van Jos Schmitz

Duitse kerken en kloosters  /  Duitse kastelen en paleizen   /   Zanggroep Vocus   /   Schilder Pantaleon Hajenius   /   Hanzesteden   /   Pedac 1971 Reünie   /   Ramakers Reünie   /   Kunst van Anna Czerniawska   /   Wereldfotoserie   /   Reisfoto's Jos en Clim   /   KNS Gilde Opleidingen  /  de stad Roermond