|
|
ISTANBULMeer weten over Istanbul? Ga naar CitySpotters Istanbul Meer info over Istanbul (1) / Meer info over Istanbul (2) / Kaart van Istanbul / Kaart Bosporus |
Stinkend drukke metropoolHoe dichter we de metropool Istanbul naderden, hoe drukker het werd. Via de oevers van de Zee van Marmaris reden we het voormalige Byzantium, respectievelijk Constantinopel binnen. Het was er stinkend druk. Binnen een half uur had ik er al hoofdpijn van de uitlaatgassen. Vanaf het autobusstation Topkapi namen we met zijn drieën een taxi naar het oude centrum. De chauffeur bleef aan een stuk door schelden en schunnige gebaren maken tegen zijn medeweggebruikers, hoewel hij zelf alle mogelijke verkeersregels aan zijn laars lapte. Bovendien tilde hij ons ook nog met het tarief. In de haast om onderdak te vinden, hadden we van te voren geen vaste prijs bedongen. Ik volgde Marli en Hans, die Istanbul van een vorige reis kenden. Zij wezen me enkele straatjes vol goedkope hotels, waarna we afscheid van elkaar namen. Hun weg voerde de volgende dag naar Erzurum, een stad zo'n 1.000 kilometer verder in het binnenland gelegen. Ze waren van plan een rondreis door Oost-Turkije en Koerdistan te maken. We zouden samen met dezelfde bus vier weken later naar Nederland terugkeren, maar ik heb hen nooit meer teruggezien; ook in Nederland niet. |
|
Na
drie maal bot gevangen te hebben, vond ik uiteindelijk een ogenschijnlijk goed
hotel; de kosten per overnachting bedroegen 5000 Turkse lira, dit is ongeveer
fl 8,50. De kamers, het behang, het beddengoed en de sanitaire
voorzieningen waren echter uitermate smerig.
Daar ik uitgeput was, ziek en volkomen bekaf, keek ik niet zo nauw.
Ik was allang blij dat ik onderdak
Na
me geïnstalleerd te hebben, trok ik om 20.00 uur de volkswijk Inönü in.
Het liep tegen het vallen van de duisternis en het krioelde er van de
spelende kinderen. De wijk liep
steil af naar de kades. Ze was
nogal goor en bouwvallig. Om
21.00 uur belandde ik op het terras voor de Aya Sophia.
Iedereen keek er naar de t.v. die op een verhoging stond. En ja hoor, voor het eerst vernam ik de uitslag van de W.K.
voetbalfinale en aanschouwde ik fragmenten van Italië - Duitsland.
De Turken waren overwegend op de hand van de Azurri. Daarna at ik heel
veel om de achterstand in te halen, maar ook om van alles en nog wat te
proeven.
|
|
|
Rond
het middaguur ontwaakte ik eindelijk. Beneden
bij de balie besprak ik voor drie dagen mijn kamer.
Daarna ging ik direct naar een bank om te wisselen. want verder had ik
geen Turks geld meer. De lira's
die Hans me voor de Marken teruggegeven had waren op.
Tevens kocht ik 2 fotorolletjes; in Nederland had ik per abuis
flitslampjes gekocht in plaats van rolletjes film! Ik at pilav, çay en een of ander vleesgerecht in een van de
talloze restaurantjes (die hier restoran,
lokanta of kebab salonu worden genoemd); ondertussen schreef ik weer
een serie kaarten naar huis.
In de middaguren maakte ik een fikse wandeling door een nabij gelegen sloppenwijk waar het gonsde van de activiteiten. Het wandelen ging nogal moeizaam vanwege de puist en vanwege het voortdurende klimmen tegen de hellingen op. Ook moest ik steeds op mijn hoede zijn voor oneffenheden in het plaveisel, indien al aanwezig tenminste. De bewoners schonken nauwelijks aandacht aan me, wat in andere Turkse steden in het binnenland wel anders was. Ik dronk wat aangelengde yoghurt bij een 78-jarige verlamde drankventer en gaf regelmatig aalmoezen aan de her en der verspreid liggende of zittende blinde en/of misvormde bedelaars. Ik was niet de enige die aalmoezen gaf, veel Turken geven ook. Het is voor hen een religieuze plicht, zo kunnen ze hun zonden enigszins afkopen. Kortom, ze verdienen er een soort aflaat mee! Sommige Turken heb ik horen beweren dat bedelaars meer inkomen hebben dan gezonde en hard sappelende werklozen. Dat zou best wel eens waar kunnen zijn.
Een
uurtje later kwam ik uit op het At Meydani, letterlijk het Paardenplein. Dit
is het klassieke Hippodroom, waar de sultan begin 1800 een kleine 28.000
Janitsaren (beroepssoldaten van veelal christelijke komaf) een kopje kleiner
liet maken. Dat gebeurde binnen
één avond en één nacht. Stel
je dat voor, dat moet een waar bloedbad zijn geweest! Bij dit plein liggen de
twee beroemdste moskeeën van de stad: de Aya Sophia
en de Sultan Ahmet
Moskee. Deze laatste wordt ook wel de Blauwe
Moskee genoemd vanwege het blauwachtige interieur. Ik had beide moskeeën al
eens eerder bezocht en wel in
1980 toen ik voor een enkele dag vanuit Roemenië Istanbul bezocht. (Daar heb
ik nog een foto van, samen met een buikdanseres...)
Ditmaal
bekeek ik de beide toeristische trekpleisters iets intensiever, beklom de
bordessen en nam een kijkje in de nabij gelegen kleine musea die
gespecialiseerd zijn in tapijten en Islamitische gebruiksvoorwerpen.
Binnen was het weldadig koel, terwijl buiten de
|
Hippodroom Park op de plaats van een Romeins hippodroom, bezaaid met historische resten Het Hippodroom — een arena voor wagenrennen — werd gebouwd in de 3e eeuw n.Chr. tijdens het bewind van de Romeinse keizer Septimius Severus in de provinciestad Byzantium. Het groeide uit tot het sociale centrum van het Oost-Romeinse Rijk. In 324 n.Chr. verplaatste keizer Constantijn zijn hoofdstad van Rome naar Byzantium, dat Constantinopel werd genoemd. Een van zijn hoofdprojecten was de renovatie van het Hippodroom: de arena werd uitgebreid tot 450 bij 130 meter, met plaats voor 100.000 toeschouwers. Om het belang van de locatie aan te geven, lieten Constantijn en zijn opvolgers kunstwerken plaatsen uit heel het rijk; sommige ervan zijn bewaard gebleven. In opdracht van Constantijn werd de Drievoet van Plataea, ter herdenking aan de Griekse zege op Perzië in 479 v.Chr., overgebracht vanuit de Apollo - tempel in Delphi: een enorme zuil met een gouden ketel op drie slangenkoppen. De ketel verdween in 1204, tijdens de Vierde Kruistocht, en alleen de korte 'slangenzuil' is overgebleven. In 390 n.Chr. liet keizer Theodosius een obelisk uit ca. 1490 v.Chr. vanuit de Karnak - tempel in Luxor overbrengen naar het Hippodroom, waar het bovengedeelte nog altijd staat. Ook de kern van een andere obelisk is bewaard gebleven. Hij werd oorspronkelijk bedekt met bronzen platen, maar die zijn gestolen tijdens de Vierde Kruistocht, net als de bronzen paarden die nu in Venetië op de Basiliek van San Marco staan. Ook onder de Byzantijnen bleef het Hippodroom een sociaal centrum. Er werden grote geldbedragen verwed op de wagenrennen en de rivaliteit sijpelde door in politiek en religie, wat tot rellen leidde. Na de plundering van Constantinopel in 1204 raakte het Hippodroom in verval. De Osmaanse Turken, die de stad in 1453 innamen en uitriepen tot hun hoofdstad, hadden geen interesse in wagenrennen. De arena werd echter nooit volgebouwd en de Turkse naam, At Meydani, betekent 'paardenplein'. |
![]() |
![]() |
Ik
ga niet verder uitweiden over die bekende historische monumenten.
Ik heb er boekjes met prachtige foto's van aangeschaft.
Bekijk maar de foto's in de fotogalerijen van deze site. Mijn volgende doel was het Gülhane-Park.
Elke zichzelf respecterende grote stad in Turkije (Ankara, Izmir, Konya,
Kayseri) heeft òf een groot uitgestrekt stadspark met roeivijvers, terrassen,
dierentuintjes, fonteinen, speeltuin
en andere kinderattracties, wandelpaadjes, eet- en souvenirstalletjes,
theatertjes of een groot tentoonstellingsterrein ('fuari' genoemd, ofwel de foire, de jaarbeurs) met allerlei
kermisachtige toestanden erbij gebouwd. De
entree kost een schijntje. Het is
er meestal druk en gezellig. Het
lijkt heel westers, want de meeste mensen lopen er opvallend netjes gekleed
bij. Ik denk dat het grootste
gedeelte van dit publiek dan ook afkomstig is uit de middenklasse.
Welnu,
in Istanbul is dus ook zo'n park, gebouwd
tegen de hellingen van het Topkapi-paleis.
Ik keek er een tijdje op mijn gemak naar de poppenkast (Karagöz en
Hacivut, twee traditionele Turkse poppenkastfiguren), al lurkend aan mijn thee
die afkomstig was uit een samovar voor twee personen die ik had besteld. Een
heer nam voor L 10 je bloeddruk op, de
man was waarschijnlijk een aan lager wal geraakte voormalige dokter of een
gesjeesde student medicijnen. In
de dierentuin ontdekte ik zowaar varkens! Weliswaar Chinese hangbuikzwijnen,
maar toch... Tijdens al die omzwervingen laafde ik natuurlijk regelmatig mijn
zeer dorstige keel, soms met Cola, maar meestal met vruchtensapjes of
mineraalwater ('maden suyu' of gewoon 'sodasi' genaamd).
De gemiddelde prijs hiervan was een kwartje.
Ook at ik kleinigheden zoals gepofte maïskolf, 'lahcevun' (een
pittige, opgerolde pannenkoek) of simit (ringvormig koekje met sesamzaad
erop).
Vervolgens
ging mijn weg naar Sirkeci, het station waar de Oriënt Expres zijn
eindbestemming had. Hier
bestudeerde ik de opsporingsplakkaten van terroristen en criminelen.
Opvallend was dat de terroristen voor 90 % van linksen huize waren; de
resterende 10 % behoorde tot de doorsnee roofmoordenaars.
Slechts zelden werd opsporing verzocht van een terrorist uit rechtse
hoek. Dit bleek ook elders in
Turkije het geval te zijn. Hieruit
blijkt mijns inziens duidelijk het signatuur van het huidige militaire regiem
van Kenan Evren. Uitwassen ter
linkerzijde fel bestrijdend en met wortel en tak uitroeiend. terwijl die ter
rechterzijde genegeerd worden. Türkesj, de nationale fascistenleider, zit
weliswaar in het gevang, maar zijn talloze aanhangers hebben het
staatsapparaat al diep geïnfiltreerd, met name bij de politie.
Zij lachen in hun vuistje als er weer eens een Dev Yol-lid het begeeft
in de beruchte Mamak-gevangenis bij Ankara of als een vijftigtal te goeder
trouw zijnde vakbondsleiders van DISK ter dood veroordeeld worden.
En ondertussen lopen nog vele Grijze Wolven, de leden van de militante
rechts-fascistische jeugdafdeling, op vrije voeten rond.
|
|
Verkoop van verse vis vanaf de boot aan de oevers van de Bosporus en de drukke Galata-brug. Dit is ook de plek waar de meeste veerboten van wal steken richting satellietstad Usküddar aan de Aziatische kant van Istanbul. De overtocht duurt meest niet langer dan een kwartier. Vanaf de doorgaans overvolle bootjes heb je een fantastisch uitzicht op de silhouetten van de torens, koepels en minaretten van oud-Istanbul. |
Rond
een uur of zes begaf ik mij naar de nabij gelegen kaden waar de veerboten uit
Azië aankomen. Stromen reizigers
komen en gaan. er wordt druk handel gevoerd en het gewoel is erg kleurrijk. Ook op en rondom en onder de Galata-brug
heerst een koortsachtige drukte. Deze
brug is de bekende verbinding tussen de stadsdelen Beyoglu en Eminönü en
voert over de Haliç, de Gouden Hoorn, een
rivier van 7 km die Istanbul doormidden deelt.
Onder de Galata-brug
at ik uitgebreid visspecialiteiten: gepaneerde en gevulde mosselen, gebakken
aubergine en zalmsalade,
doorgespoeld met bier en mineraalwater.
Op de terugweg kwam ik nog langs de Egyptische Bazaar (waar voornamelijk kruiden 'en gros' verhandeld worden), hielp ik een simit-verkoper met zijn karretje over de verkeersbrug en beklom opnieuw de heuvel van Eminönü. De markt was afgelopen, het was acht uur en de schemering begon in te vallen. De marktkooplui kochten onderling hun producten ten eigen behoeve. De knechtjes (vaak jongetjes van 10 á 12 jaar oud) pakten in en ruimden op. Honderden zwerfkatten deden zich tegoed aan de op straat geworpen ingewanden en verrot fruit. Op de top van de heuvel kwam ik uit bij de oude Universiteit en de grote Süleyman Moskee, waar ik mij een wijle letterlijk te ruste legde. Op het plein voor de Universiteit was het nog erg druk. Er werd zelfs nog zaad verkocht voor de duizenden duiven.
Om negen uur was ik weer in mijn hotel, waar ik mijn vuile kleding waste en een ijskoude douche nam. Warm water was in Turkije nauwelijks voorhanden. Alleen in Ankara mocht ik dat genoegen smaken. Om half elf ging ik stappen in de buurt, maar een uur later werd de zaak waar ik zat al gesloten door een soldaat met zijn spuit op de heup. 'Sperrstunde', volgens de eigenaar, die dacht dat ik een Duitser was. Vele Turken trouwens beschouwden mij als een Duitser, als een "Alman". Op straat maakte ik een praatje met een tanige oude koopman. Hij heette Faruk en verkocht zelfs in het holst van de nacht nog perziken die hij op een gammele handkar vervoerde.
Een 'Belzje' Turk uit Hasselt |
|
Tijdens dit gesprek (over honden en katten) voegde zich een jongere Turk bij ons. Hij was een van de weinige Turken die ik een bril heb zien dragen. Na enige minuten barstte hij in enthousiasme uit toen bleek dat ik geen Duitser. maar een Nederlander was. Hij begon gebroken Nederlands te praten. Zijn naam was Huseyin Günesj, hij woonde in Fatih (een volkse wijk in Istanbul) en had 2 jaar als buschauffeur in het Belgisch-Limburgse Hasselt gewerkt. Hij miste één oog en een vinger als gevolg van een ongeval in Turkije. Hierdoor werd hij medisch afgekeurd en kon hij met een kleine uitkering van de Belgische staat naar zijn geboorteland terugkeren. Zijn blijheid mij te ontmoeten kende geen grenzen. Hij nam me direct mee op sleeptouw naar kroegen die nog stiekem openhielden. Voor we naar huis gingen maakten we een afspraak voor de volgende avond. |
De
avond van te voren was het toch nog laat geworden, want voor het te ruste gaan
had ik eerst mijn puisten verzorgd, het programma voor de volgende dag
uitgestippeld en mijn aantekeningen
bijgehouden. Ik stond dan ook pas
om half twaalf
op. Ik nam een copieus ontbijt (zeg maar brunch gezien het vergevorderde
uur) in een echt restaurant met
tafellakens en gesteven servetten. Via
het postkantoor bereikte ik de "Kapali çarsji", de overdekte markt
die bij ons bekend staat als de Grote
Bazaar.
Deze doolhof bestaat uit een wirwar van straatjes. steegjes, slopjes,
grotendeels overdekt met koepeltjes. Elk
straatje heeft zijn eigen ambacht of zijn eigen verkoopproducten.
Zo zijn er: goudstraatjes, meubelstraatjes, eetstraatjes, groentestraatjes,
koperslagerstraatjes, tapijtstraatjes, souvenirstraatjes, aardewerkstraatjes,
kleding- en stoffenstraatjes en zo voort.
Dit noemen ze de Arabische ordening.
De Middeleeuwse Europese steden waren ook zo geordend; de gilden en
genootschappen hielden daar streng toezicht op.
Het voordeel is dat men zo erg goed de prijzen en de kwaliteit van de
goederen met elkaar kan vergelijken en dat er gezamenlijk specifieke
voorzieningen getroffen kunnen worden. Welnu,
die Bazaar is natuurlijk vergeven van toeristen, die er agressief benaderd
worden door kooplui die alle talen van de wereld spreken.
De meeste handelaren zijn overigens geen geboren bewoners van Istanbul,
veelal zijn ze afkomstig van het immense Turkse platteland, zoals Nigde,
Kayseri en Erzurum. Ik
maakte een praatje met een 16-jarig jochie dat op het "lise" (HAVO)
zat en met een Engelssprekende jonge goudverkoper.
Verder dronk ik thee met een koperslager uit Kayseri, Hayat Günesj,
die er nogal on-Islamitische gedachten en meningen op na hield,
alsmede een maîtresse in de binnenstad (althans naar zijn zeggen).
Verder was hij uitgesproken anti-Koerdisch gezind ("allemaal
pooiers!"). Ik sprak zowel
Engels,
Duits en Turks met hem en amuseerde me kostelijk.
![]() |
![]() |
Om
drie uur ontvluchtte ik het gewoel en ging ik de wijken buiten het centrum
verkennen. Ik bezocht een
benauwde bioscoop, waar zgn. soft porno gedraaid werd, maar na 10 minuten zocht ik
gruwend de uitgang op. Tjokvol,
aardedonker, iedereen zat er goedkope sigaretten te paffen zodat je er de rook kon snijden. Er
waren geen nooduitgangen. De film van Turkse makelij was gewelddadig, macho-nationalistisch, amateuristisch en van volstrekt inferieure
beeldkwaliteit. Kortom, redenen
genoeg om dit inferno zo snel mogelijk achter me te laten.
Ik rustte wat uit in een van Istanbuls 500 moskeeën en kocht bij een
stalletje een gebedssnoer. Dit is een soort rozenkrans van 33 kraaltjes die je
3 maal achter elkaar moet bidden. Elke kraal stelt dan een van de 99 Glorieuze
Namen van Allah voor.
Allengs
kwam ik terecht bij de nieuwe Bazaar. Daar liet ik bij een arme sloeber mijn
lengte en gewicht opnemen: 1.76 m, 87 kg.
Dat klopte dus precies. Het
kostte een dubbeltje. Veel
jochies lopen in de grote steden rond met huishoudweegschalen om een bijdrage
te leveren aan het gezinsinkomen. De bazaar bestond uit open winkeltjes en er
werd meer technisch spul verkocht zoals gereedschap, landbouwwerktuigen,
timmerwerk, maar ook koffiebonen, theebladeren en natuurlijk fruit.
's Avonds gaan de rolluiken voor de winkels dicht. Ik maakte er nog een
verkeersopstopping mee, waarbij 7 verschillende vervoermiddelen betrokken
waren: vrachtauto's, dolmusjen,
personenauto's, handkarren, bakfietsen, beladen ezels en paardenwagens.
Erg tumultueus! De vrachtauto's wonnen het pleit, de handkarduwers
mochten pas als laatste passeren, ze staan blijkbaar op de onderste sport van
de commerciële ladder. Ik at weer eens spotgoedkoop: köfte (gegrilde
gehaktrolletjes), pilav (soort rijst) en drank voor nog geen twee gulden.
Toen
ik onvoorzien (want ik zwierf gewoon wat doelloos rond) bij de Gouden Hoorn
aankwam, nam ik een taxi terug, echter niet zonder af te dingen van L 500 naar
L 300. Dit laatste was eigenlijk
nog te veel, het doorsneetarief bedraagt er L 200, zo hoorde ik later. In het
hotel aangekomen, waste ik mijn voeten, waarna ik een tukkie deed. Ik voelde me afgemat door de broeierige weersomstandigheden,
maar niet in het minst door het opkomen van een nieuwe plakkaat van een puist,
nu op een zeer vervelende plaats, namelijk in de liesstreek. Als
gevolg van die pijnlijke ontsteking had ik opgezette keelklieren. Ik had
moeite met adem halen (een combinatie van vermoeidheid en bronchitis) en
last van venijnige steken in de rechteronderbuik.
Op het toilet bleek waarom; er zat bloed in mijn poep.
De hierop volgende dagen heb ik dan ook ernstige ontlastingsproblemen
gekend. Tenslotte had ik door die
lange mars van deze dag weer een pijnlijke
knie opgelopen.
![]() |
![]() |
|
Om
19.00 uur ontmoette ik Hüseyin op de afgesproken plaats op een terras voor de
Sultan Ahmet Moskee. Hij
begroette me amicaal kussend, bestelde thee en vertelde me over zijn werk. Hij was die dag begonnen als vertegenwoordiger van
encyclopedieën, woordenboeken en naslagwerken.
Hij zag de toekomst zonnig tegemoet en droomde al van een vorstelijk
inkomen. Ik vroeg me in stilte af
aan wie hij die dure boeken kwijt zou moeten raken?! Ook wilde hij Frans
leren en hij toonde me een schriftelijke cursus die hij kortgeleden
aangeschaft had. Wij hielden ons
een uurtje bezig met grammaticale problemen: verschillen en overeenkomsten in
het Nederlands, Frans, Duits en Turks. Ozen,
de glibberige vijftalige ober, nam hier ook aan deel.
Tussen haakjes: Hüseyin sprak eigenlijk geen Nederlands, maar Vlaams!
Steeds als ik iets goed in het Turks zei, sprak hij waarderend: "Sjuus!". |

De rest van de avond brachten wij door op het Taksim-plein, centraal gelegen op de Noordelijke oever van de Gouden Hoorn. We gingen per bus en moesten 2 maal overstappen. Een kaartje voor de bus kost 30 cent, je kunt er wel een uur met rondreizen. Op Taksim zochten we eerst naar kranten, onder meer in het Etaphotel. In dit super-de-luxe onderkomen voor Arabieren, Amerikanen en Wirtschaftswunderkinder waren echter geen buitenlandse kranten meer verkrijgbaar; wel een super-de-luxe bar waar we een super-de-luxe Tuborg-biertje dronken voor de super-de-luxe prijs van fl 4.- per flesje. Onderscheid moet er zijn! Huseyin was nog nooit in zo'n eersteklas hotel geweest. Hij keek zijn ogen uit; sorry, één van zijn ogen uit. Uiteindelijk miste hij het licht in het andere.
![]() |
![]() |
Tot
een uur of twaalf keuvelden we over van alles
en nog wat, gezeten op een
mondain terras, waar eveneens verwesterde prostituees onopvallend opereerden.
We aten tosti's en dronken goed bier. We namen twee dolmusjen terug;
een tot de Galata-brug, de ander tot het At Meydani.
In de eerste dolmusj werd een ladderzatte Amerikaanse door een schone
Turkse jongeling overreed tot diepere kontakten; in de tweede dolmusj werden
we blootgesteld aan een dronken chauffeur die zingend en lallend op late
voetgangers inreed, slalom reed om vluchtheuvels en politieagenten, op
weliswaar respectabele afstand, luidkeels beschimpte.
We overleefden echter deze roekeloze rit en ook de andere inzittenden
(we waren met zijn achten, dat scheelt in prijs, de dolmusj was een oude Opel)
prezen zich gelukkig er heelhuids vanaf gekomen te zijn. Hüseyin nam met tranen in zijn ogen afscheid, terwijl hij me deed beloven hem op te
zoeken bij mijn
terugreis via Istanbul. Drie weken later was ik echter te ziek om
mijn belofte na te komen. Enfin,
na een stevige omhelzing en wat natte vriendschapskussen verdween hij in de
nacht en ik in mijn bij nader inzien toch wel wat erg sjofel hotelletje. Ik voelde me rottig en had koorts. Het duurde een hele poos voordat ik de slaap vatte.
Om
8 uur was ik al weer uit de veren. Ik
voelde me nogal beroerd. Als
ontbijt dronk ik slechts cola en thee op een terras dat naast het
exercitieterrein van een kazerne gelegen was.
En passant sloeg ik de oefeningen van de kaalkoppige soldaten gade.
Ik schreef weer een tiental kaarten naar vrienden en kennissen. Te voet
begaf ik me naar de kade van de veerboten die de Bosporus oversteken.
Het tarief was slechts laag, het reisje duurde 20 minuten.
De boot was overvol. Talloze venters probeerden er hun waren aan de man
te brengen. Ik raakte in gesprek
met een oude ambtenaar die trots over zijn zoon in het leger begon te
vertellen. Hij dacht dat ik een
gevluchte Pool was. Van dat
standpunt kon ik hem niet afbrengen. Bij de ankerplaats Harem zette ik mijn
eerste pijnlijke voet op Aziatische bodem.
Het begon warm te worden. Zonder
me eerst te oriënteren liep ik naar het Oosten.
Boven op een heuvel trof ik een gigantische, negentiende-eeuwse kazerne aan,
de zgn. Seliminiye Barakken.
Hoewel ik me erg nieuwsgierig toonde (hier eens binnen gluren, daar
eens op kloppen), lieten de argwanend en stilzwijgend toekijkende wachtposten
mij met rust. Naast de kazerne
strekte zich een grote volkswijk uit. Ik
knoopte er een praatje aan met een stel haveloze kindertjes die er in het stof
speelden. Zonder een spoor van angst gaven zij antwoord op mijn vragen.
In het binnenland renden de kinderen bang voor mij weg,
hier in de grote stad bestond die angst voor de vreemdeling blijkbaar niet.
Achter de wijk Selimiye bevond zich de grootste begraafplaats van het Oosten, de Karacaahmet Mezarlik Daar zwierf ik een uurtje rond tussen de onverzorgde graven, terwijl de krekels tsjilpten en de hagedissen met honderden tegelijk tussen het metershoge onkruid wegglipten. Een stokoude gemeentewerker met slechts één tand in zijn mond vertelde me dat hij twintig jaar achter lag met wieden en dat ik voor slangen moest uitkijken. Hierna kwam ik opnieuw in een sjofele volkswijk terecht. Met enige verbazing kon ik constateren dat de vrouwen er ongesluierd voorbijliepen en mij met onbeschaamde blikken opnamen; de rollen waren omgekeerd en nu was ik het die zich langzamerhand opgelaten voelde. Ook de door elkaar krioelende kindertjes (het Turkse volk is erg kroostrijk, zoals bekend) schenen zich onbekommerd te amuseren. Kortom, zorgeloze en blije gezichten had ik hier niet verwacht. Ik moet er eerlijkheidshalve bij vermelden dat deze buurt geen echte krottenwijk was. Het was meer een dicht opeen gebouwd en slecht onderhouden buitenwijk met flats.
|
|
Besnijdenis in ÜsküddarOm een uur of drie kwam ik in het centrum van Uskuddar aan. Ik slenterde de bazaar door (hier niet toeristisch zoals in Istanbul) en bestelde een eenvoudige warme hap in een kebab salonu. Aan de overkant van het kronkelige straatje waren fotografen druk in de weer met een reportage van de besnijdenis van een 6 à 7-jarig jongetje dat getooid was in een admiraalsuniform. De ouders straalden van geluk. Helaas durfde ik er geen foto's van te maken.
Van
die onzekerheid had ik vaker last. Ik
wil mensen, zeker in bepaalde omstandigheden zoals armoe en miserie, niet
lastig vallen met het maken van onbescheiden foto's. Ik wil geen inbreuk maken
op hun privacy, bedelaar of niet. Vaak
wordt het ook niet op prijs gesteld (traditionele vrouwen, klederdracht); van
de andere kant zijn er ook weer genoeg bedelaars en straathandelaren die
er een slaatje uit willen slaan en fooi eisen.
|
Een
uurtje later had ik de tweede Bosporus-overtocht achter de rug.
Ik nam de bus terug naar het hotel,
maar eerst postte ik de kaarten en kocht ik een voorraad buitenlandse
literatuur in: Le Figaro, Der
Spiegel, The International Herald
Tribune en Newsweek. De verkoper
kon mijn nationaliteit direct raden: iemand die 3 verschillende talen kan
lezen moet wel een Hollander zijn! En
gelijk had hij. Om 4 uur ging ik een uurtje onder zeil. Daarna schreef ik een brief naar broer Clim. Om 6 uur schreef ik een
andere, nu meer geëmotioneerde brief naar mijn ex-vriendin Gerda. Om 7 uur versterkte ik onder
in de gaarkeuken de inwendige mens, om 8 uur legde ik me weer eens te ruste
met een fel stekende puist, om 9
uur zocht ik een terras op om bier te drinken en wat te lezen.
|
|
![]() |
Vrijgezellen zijn niet normaal
Ik kreeg daar gezelschap van een zekere Seyhan Burdyük, die in de buurt een elektrozwak runde die zijn vader uit Izmir gefinancierd had. Hij was een van de weinig Turken die ik redelijk kon verstaan. De mensen uit Izmir spreken beschaafd Turks, zegt men. Seyhan was een van de vele Turken die mijn standpunt ten opzichte van het huwelijk niet konden begrijpen. Aan elke vrijgezel moet volgens hun zeker een steekje los zitten, temeer als hij ook nog kapitaalkrachtig genoeg is om een vrouw en kinderen te kunnen onderhouden! Maar goed, gastvrijheid was iets dat hij beter begreep en ik mocht dan ook niets afrekenen toen we om 11 uur met zachte hand verwijderd werden. Buiten gingen we ieder onze eigen weg. Ik trof weer de ouwe groenteventer Faruk op mijn weg. Een praatje lag voor de hand.
ATTILA, MAAR NIET DE HUN …. |
|
Er kwamen steeds meer Turken om ons heen staan, voornamelijk geïnteresseerd in een buitenlander die Turks zou spreken. Op een gegeven moment kwam er een knaap van mijn leeftijd bij staan die de anderen voor mijn gladde praatjes waarschuwde. Niemand begreep hem, zeker ik niet. Hij beschuldigde mij van uitbuiterij, vanwege mijn kennis van het Turks. En wat bleek uiteindelijk, nadat we enigszins opgewonden gekibbeld hadden? Hij veronderstelde valselijk dat ik een Duitse jonge Anwalt was, die Turks geleerd had om met uitzetting uit Duitsland bedreigd Turken gerechtelijk "bij te staan", maar hen ondertussen het vel over de oren haalde. Na onze ruzie bijgelegd te hebben, zochten we samen een illegaal geopend café op. Mijn pas verworven vriend heette Attila, was 33 jaar oud, studeerde in Wenen en Frankfurt bouwkunde. Behalve Turks sprak hij ook Duits (met een zangerig Weense tongval), Engels en Frans. Op dat ogenblik werkte hij tijdelijk in Zürich voor een Turkse staatsfirma. Hij was vrijgezel, net als ik. Hij beweerde met klem dat je als Turk in Europa, hoe goed opgeleid en geïntegreerd dan ook, voor immer het Kaïnsteken van de Gastarbeiter zult moeten torsen. Terwijl hij me over zijn opmerkelijke ervaringen met onder meer het vrouwelijke geslacht verhaalde, raakte hij steeds meer geëmotioneerd. Het verbaasde me dat hij veel feiten over de Nederlandse maatschappelijke situatie kon opdissen. Later bleek dat hij al die kennis had opgepikt in de Gastarbeiderwinkel in Nijmegen waar hij een blauwe maandag vrijwilligerswerk had gedaan. In een hoog tempo dronken we tegen de klok op, iets waarmee ik met Clim in Londen (vroege Engelse sluitingstijden van de pubs!) al de nodige ervaring had opgedaan. Om één uur 's nachts wankelde Attila laplazarus naar huis, terwijl hij onsamenhangend de "Wichsers" verwenste die hem het leven zo zuur maakten. |
Buiten op de stoep zat nog een stel buitenlanders in het stikdonker van de zwoele nacht te genieten. Ik voegde me bij hen en kreeg contact met een Oostenrijkse Amerikaan uit San Francisco en een Deense sociaal werker. We bespraken plechtig het "flower power"-tijdperk, de op handen zijnde ondergang van het decadente Westen, de exhibitionistische "gay scene" in Frisco en de schoonheid van de klinkerharmoniewet van de Turkse talen. Er waren ongetwijfeld nog andere gespreksonderwerpen, maar die kan ik me echt niet meer voor de geest halen; daarvoor was mijn brein inmiddels te beneveld. En in die toestand kroop ik dan ook ver na twee uur in mijn schamele bed.