|
|
BURSA, EEN GROENE STAD
Dag
7
|
|
Klokke tien werd ik wakker. Ik douchte me snel, daarna was het inpakken en wegwezen. Op weg naar de kade wisselde ik nog gauw voor DM 300 travellers cheques in. De overtocht was aangenaam, er woei een fris briesje. Aan de reling staand werd ik aangesproken door een bootsman. Hij vervloekte de Roemeense tankers die volgens hem van de Bosporus en Dardanellen een landweg wilden maken, gezien de hoeveelheid olie en teer die zij erin stortten. Ik kon met hem meevoelen. (Meer info over de Bosporus zeestraat) In Usküddar had ik binnen een half uur een bus naar Bursa. De chauffeurs blijven reclame maken, steeds opnieuw de plaats van bestemming scanderend. Voor het middaguur was ik op weg: 300 km voor lira 400 ( fl 6,50).We reden langs de oevers van de Zee van Marmara. Er is daar vrij veel industrie, met name in de buurt van de steden Izmit en Adapazari. Hier ligt ook de enige autosnelweg van betekenis in Turkije. De bus stopt onderweg voortdurend om nieuwe passagiers op te pikken. De boordradio staat er keihard aan, niemand die daartegen protesteert. Binnen was het snikheet. Slechts éénmaal werd er voor iets langere tijd (20 minuten) gestopt om de passagiers de gelegenheid te geven hun ledematen te strekken en thee te drinken. Meestal stopt men bij een soort theerestauraties langs de grote weg. Vaak is daar ook een benzinepomp aanwezig. |
|
Voormalige
Osmaanse hoofdstad
Onze
route voerde langs en door Kartal, Izmit,
Yalova en Gemlik.
Om een uur of vijf kregen we Bursa in zicht. De stad ligt welgelegen aan de voet en tegen de hellingen van
de Turkse Olympusberg, de Ulu Daga genaamd.
Bursa zelf is een voormalige hoofdstad van de Osmaanse Turken.
Tussen Bursa en de Zee van Marmara ligt een uitgestrekte kustvlakte.
Deze en de kale heuvels erachter deden mij sterk denken aan films over
de Griekse mythologie. En
inderdaad, veel van die mythologische gebeurtenissen speelden zich ook in deze
omgeving af. Troje ligt er
trouwens vlak in de buurt. De Turken noemen
het Truva.
|
Hotel Kardes heette mijn hotel. Het was netjes, werd goed verzorgd en had een redelijke service, maar wel met een navenante prijs: 1.000 lira (fl 16,50), duur naar Turkse begrippen. Ik had er wel een eigen kamer met twee bedden, schone lakens en handdoeken en een badkamer met toilet tot mijn beschikking. Ik voelde me de koning te rijk na me in Istanbul 4 dagen lang te hebben beholpen met inferieure voorzieningen op het gebied van onder meer sanitair. Ik sliep een heerlijk uurtje, nam daarna een tintelend-frisse koude douche en schoor me op mijn gemak. Toen ging ik het centrum in. Het beviel me opperbest, oude Turkse vormen leven er harmonieus naast modernere opvattingen. Ik at er weer eens chique: dat betekent dat ik in plaats fl 2,- nu fl 4 neer moest tellen voor een copieus maal. Tegen negenen belandde ik op een terras dat over de stad uitkeek. De schemering viel in en overal werden lichtjes ontstoken, hetgeen een feeëriek effect had. Om kwart over negen brak de herrie van de muezzins op de minaretten los. Van wel dertig verschillende plaatsen werd middels het "Allahu akbar" tot het gebed opgeroepen: het was immers nog steeds Ramadan. Het leidde tot een ongebreidelde kakofonie die ik niet licht zal vergeten. Van enige coördinatie was natuurlijk geen enkele sprake. Ouwe gebroken stemmen moesten het opnemen tegen het mechanische geweld van luidsprekers. |
|
Overigens valt
het met de naleving van de vastenregels tijdens de Ramadan wel mee, of tegen als ik van Moslimstandpunt uitga.
Vrijwel iedereen zag ik er overdag eten en drinken en roken.
Allen hadden ze wel een of ander smoesje
om niet de regels hoeven te respecteren:
beetje ziek, reizende of te hard werkende en wat dies nog meer zij.
Of, wat een militair mij
uitlegde, ik verdedig het vaderland tegen het vermaledijde communisme, dat is
een zware taak. De verantwoordelijkheid hiervoor ontslaat me van de plicht om
te vasten. Enfin, sommige
Islamologen beweren dan ook dat de Islam, in tegenstelling tot wat velen in
het Westen denken, niet zo streng en orthodox is, maar dat vele wetten polyinterpretabel
zijn. En
inderdaad, die flexibiliteit viel me met name op in West - Turkije (dat toch al
wereldser, mondainer en welvarender is dan Binnen-Anatolië of Oost-Turkije).
Nog een veel gehoorde uitspraak: "Mag ik als moslim geen bier
drinken? Natuurlijk wel, Mohammed
heeft het drinken van wijn verboden, bier was er toen toch nog niet?".
Via allerlei achterafstegen slenterde ik naar het hotel. Ik wist weliswaar niet de weg, maar ik zou me in geval van nood toch wel kunnen redden. Plotsklaps viel de duisternis als een deken over de stad. Ik begon me in die onbekende contreien ineens wat onbehaaglijk te voelen en zocht beschutting in een klein kroegje, een jeugdkroegje zo bleek, waar de dronken jongelui van de barkruk afvielen!
Mehmet de lasser |
|
Ik leerde er Mehmet Tepeli kennen, de derde 33-jarige Turkse vrijgezel
die ik in drie dagen tijd leerde
kennen. We aten samen goedkoop
maar taai schapenvel en dronken enkele pinten echt Turks bier, dat best
drinkbaar is. Mehmet was
lasser/smid van beroep en werkte van 8 tot 8, dronk daarna wat bier in de
kroeg, at een kleinigheid en ging tegen 11 uur in zijn pension slapen.
Dat was zijn hele leven. Op
zondag had hij vrij. Hij had er
geen vrienden, want hij kwam uit een dorp "ver weg".
Hij was te arm om een vrouw te kunnen "kopen",
dat zei hij letterlijk. Kortom,
een hardwerkende sloeber waar ik medelijden mee kreeg.
Hij mocht van mij beslist niet afrekenen; ik zou me dan inderdaad een
oplichter en uitzuiger gevoeld hebben. |
|
Geitenkaas en knoflookworst Strompelend zette ik mijn weg naar het hotel voort. In een klein winkeltje kocht ik pittige Turkse geitenkaas en knoflookworst. De eigenaar was het met het regiem eens, want die hadden hem een visum verstrekt voor zijn Bulgaarse vrouw uit Sofia. Ik kreeg van hem gratis de Turkse kranten van die dag. Alles werd zeer nauwgezet ingepakt.
Het deed me denken aan de winkels in koloniale waren uit mijn jeugd, met flessen vol zuurtjes en babbeltjes op de toonbank, waar de
klant nog koning was en aandacht werd geschonken aan het menselijke contact,
waar de rollen dubbel gezouten drop een stuiver kostten en de Kwattarepen vol
paraderende soldaatjes waren. |
|
In bed gelegen werd ik evenwel weer met de harde werkelijkheid geconfronteerd. Ik las in "Der Spiegel" een artikel over beperkingen die gezinshereniging voor buitenlanders in Duitsland zal opgelegd worden: kinderen ouder dan 6 jaar komen er dan niet meer in. Zie zo, dat probleem is weer eens "gründlich gelöst." Ik had altijd gedacht dat de Duitse Tüchtigkeit geen grenzen kende; dit schijnt dus niet op waarheid te berusten. In dat Duitse magazine stonden trouwens nog veel meer alarmerende berichten te lezen; berichten die het voortbestaan van de mensheid en de wereld aangingen, berichten over een dreigende ondergang en een naderbij sluipende schaarste....Ik had in ieder geval geen gebrek aan puisten. Mijn hele liesstreek en dijbeen waren keihard en vuurrood. Ik kneep het zaakje goed uit en prees mezelf gelukkig dat ik zo'n toffe doucheruimte in de nabijheid had.
Dat
had ik gedacht, het hotel was tegenover het autobusstation gelegen, een plaats
die dag en nacht in bedrijf is. De
bussen bleven toeteren: als ze binnenkwamen, als ze vertrokken, als er iemand
te laat kwam, als er iets niet klopte. Voortdurend
klonken er ook flarden van twistgesprekken tot mijn oren door, blijkbaar
reizigers die de onderneming wilden flessen en daarop betrapt waren. Midden in de nacht, ik was net eindelijk ingedoezeld, werd ik
wreed gestoord door trompetgeschal en tromgeroffel, niet te geloven!
De volgende dag bleek bij navraag dat er in de buurt een
huwelijksinzegening was geweest. Dit
verschijnsel van nachtelijk lawaai vanwege bruiloften heb ik in Turkije
herhaaldelijk mogen meemaken. Eén
ding snapte ik echter niet; ook in Bursa was de avondklok ingesteld.
Na tweeën mocht zich niemand meer op straat ophouden, dit op straffe
van opsluiting, zware geldboetes en mogelijk een
derdegraadsverhoor. Waarom
werden die bruiloftsgasten niet opgepakt?
![]() |
![]() |
|
Om een uur of tien ontbeet ik en dronk ik ettelijke minikopjes Turkse koffie
bij het autobusstation. Ik
maakte foto's van een schoenpoetser (boyaci) en een jonge handelaar in
auto-onderdelen. Sezai genaamd.
De foto's heb ik opgestuurd. Toen ik in het hotel mijn schoudertas ging
ophalen. maakte ik kennis met Faruk,
de jonge receptionist. Hij was
net geslaagd voor zijn atheneum en deed er vakantiewerk.
Hij wilde naar de Universiteit in Izmir gaan, maar wist nog niet of hij
toegelaten was. De universiteiten
hebben een strenge numerus clausus ingesteld.
Slechts een vierde van het aantal aanmeldingen werd toegelaten.
De criteria zijn erg vaag, hoe kan het anders in een land van welig
tierende corruptie en nepotisme, ofwel vriendjespolitiek. We konden goed met
elkaar opschieten. We spraken
zowel Turks als Engels. |
|
|
![]() |
![]() |
Allereerst
bezocht ik een museum voor Turkse en moslimse kunstvoorwerpen. Het archeologische museum was nabij en bevond zich in een
oude medresse. Op het terras dat
erbij hoorde dronk ik thee en bestudeerde ik voor het eerst in Turkije mijn
boek "Turks op Reis". Op
het terras was geen consumptieplicht; op de meeste terrassen hier kan men
vrijblijvend verpozen zonder iets te bestellen. Mijn volgende bezoek gold de
Groene Moskee en de Groene Grafkamer van Mehmet I, waar de sarcofagen van de
bekende sultan en zijn aanverwanten opgesteld staan. Beide gebouwen zijn
afkomstig uit de 15de eeuw en zijn nogal beroemd.
Een stuk verderop nam ik ook een kijkje in de Moskee en het Mausoleum
van Bayazit I, die nog iets ouder waren.
![]() |
![]() |
Ik verkeerde in een mineurstemming; het wandelen op het geaccidenteerde terrein viel me zwaar. Ook de drukkende hitte speelde me danig parten. Toch bleef ik urenlang steegje in, slopje uit slenteren. Tenslotte belandde ik in een restaurant waar ze adverteerden met "hete" spijzen. Ik bestelde "Gaziantep Kebab", een erg pittig soort sjaslik. De bediening was er volkomen. Uitmuntend, uit de kunst . Een betere bediening ben ik in geheel Turkije niet meer tegengekomen. Om de kruiden wat weg te spoelen sloeg ik enkele verfrissende halve liters achterover in een echte kroeg. Op de t.v. was een herhaling van de W.K.-voetbalwedstrijd West Duitsland - Frankrijk en opnieuw zag ik hoe de Duitse doelman Schumacher zich misdroeg door een tegenstander een doodsschop te geven.
Even later mocht ik in nachtclub "Santral" (in Turkije heten nachtclubs "gasino", maar ik heb er nog nooit iemand zien gokken) van een heel ander soort gastvrijheid genieten. Uitermate galant werd ik naar een tafeltje bij de vloer geleid. Toen mijn ogen aan het duister waren gewend, bleek het toch nog druk te zijn, dit in tegenstelling tot de eerste indruk. Zeven animeermeisjes met bijbehorende pooiers (die herkent men uit duizenden) vier obers, twee bartenders en een muziekgezelschap van zes personen waaronder een zangeres-danseres. Behalve ik bestond de verdere klandizie uit twee aangeschoten militairen die waarschijnlijk ook nog vaste klant waren! Na een half uur, waarin ik drie flesjes Carlsberg opdronk, trok een van de meiden op aandrang van haar souteneur de stoute schoenen aan. Lispelend kwam ze op mijn schoot zitten, veinzend geen vuur te hebben. In het Londense Mayfair had ik met Clim echter al eens leergeld betaald, zodat ik haar avances resoluut van de hand wees. De manier waarop ik dat deed (ik had daartoe een tiental kant-en-klare Turkse zinnen van buiten geleerd) bracht haar in verwarring. Toen zij in haar pogingen mij te verleiden tot het bestellen van flessen champagne bleef volharden, zelfs nog meer kracht bijzette met haar poezelige maar wroetende handje, lichtte ik mijn hielen. Een van de zware jongens liep mij tot buiten na. "Daar heb je het gedonder in de glazen!", vreesde ik, maar het liep met een sisser af. De patser wilde alleen maar een sjekkie van mij bietsen, tot mijn grote opluchting moet ik bekennen.