|
|
ANTALYA / MIDDELLANDSE ZEERoutekaart Denizli - Antalya
Dronken "Gastarbeiter"
Na me geïnstalleerd
te hebben, ging ik direct in de stad op onderzoek uit. Ik at ergens Iskenderkebab (gegrild vlees op brood, overgoten
met ketchup en yoghurt, best lekker!). Op
een terras dronk ik een grote fles Tuborg-bier en maakte ik een praatje met
Süleyman Tanak, een beschaafd ogende heer van middelbare leeftijd die een
waterpijp zat te roken. Hij
was in Antalya met zijn gezin op vakantie.
Hij was afkomstig uit Istanbul waar hij een levensmiddelenwinkel dreef.
Hij rookte slechts 2 waterpijpen per dag, anders zou hij verslaafd raken,
beweerde hij. Het centrum wordt beheerst door een mondaine hoofdstraat, een
avenue die in niets verschilt van
een hoofdstraat in een middelgrote West-Europese stad.
Ik zwierf er rond in de talloze kronkelige steegjes van de uit de tijd van de Kruistochten en belandde in een theetuin die
vanaf een uitstekende rots uitkeek over het oude haventje.
Een dronken Turkse gastarbeider uit Duitsland viel me lastig met
sentimentele praatjes over zijn Duitse vrouw die hem verlaten had.
Ik had op dat ogenblik genoeg aan mezelf en simuleerde Turks noch Duits
te verstaan. In het Engels
verzocht ik de obers mij van de man te verlossen, een eis die direct
ingewilligd werd.
Suikerfeest in aantochtIn de huizen van de volkswijken was men opvallend actief: men trof voorbereidingen voor het Şeker Bayrami, het Suikerfeest dat het einde van de Ramazan aangeeft. De vele televisies (Antalya is redelijk welvarend) waren allen afgestemd op religieuze programma's: gebedsdiensten, gezang, Koranvoordrachten en godsdienstige lyriek. Verder zag ik een jongetje met één been voorbij fietsen, welvarende families flaneren en natuurlijk ondanks de schijnbare welvaart (of misschien daarom wel!) veel bedelaars. Ik kocht van een grootogig en spillebenig jochie een kauwgom en gaf hem tien keer zoveel als zijn vraagprijs van L 20. Hij kon zijn ogen niet geloven, hield enkele ogenblikken zijn adem in en ging er toen vliegensvlug vandoor, bang dat ik misschien tot andere gedachten zou kunnen komen. In een birahane (een bierhuis) rustte ik wat uit. Het was er heel netjes. Een zekere Abdullah Demirel kwam naast me zitten en vertelde me over zijn werk als boswachter in een nationaal park in de buurt van Myra, de geboorteplaats van Sinterklaas. De laatste noemde hij "Noël Babasi", wat letterlijk betekent de "Kerstvader". Hij was een aardige knul en we moesten samen heel wat aflachen. Opstootje op straatToen ik weer buiten op straat stond, was ik getuige van een tweetal incidenten. Allereerst een antieke brandweerauto met 8 spuitgasten achterop die zich vast reed in een donker straatje vol groentekarretjes. De herrie tussen de eigenaars daarvan en de haastige brandweerlieden was echt luisterrijk. Even later kwam ik uit bij een opstootje, waarin twee agenten de hoofdrol speelden. Wat er precies aan de hand was ontging me, in ieder geval hadden de agenten het moeilijk met het jouwende publiek, dat het optreden van de overheidsdienaren duidelijk niet op prijs stelde.
Schroothandelaar en schoolmeester
Ali
Ozdemir, een vriend van Yilmaz, kwam delen in de feestvreugde, evenals een
taxichauffeur die vlakbij zijn standplaats had.
Ali had een klein winkeltje in ijzerwaren vlak naast een bekende bank
(voor ons aanleiding tot allerlei insinuaties natuurlijk), terwijl Nihat, de
taxichauffeur, gediplomeerd was als schoolmeester,
maar als zodanig niet aan de bak kwam. Een
WW- uitkering is er in Turkije niet bij. daarom probeerde hij met zijn eigen
auto een graantje van de toeristenindustrie ter plaatse mee te pikken.
Hij had slechts 3 of 4 ritten per dag, verklaarde hij treurig.
Hij was een jaar of 25 oud en ging netjes en westers gekleed.
Ik kreeg een beetje medelijden met hem, want door zijn innerlijke
beschaving was hij te bescheiden. te timide om zich aan potentiële klanten op
te dringen en dus te slagen. De
onderlinge concurrentie is scherp, zo niet moordend. Yilmaz begon op een
gegeven moment het Groot Turkse Rijk te bejubelen en hij verhaalde van de
Grieken die hij in de Cyprus-oorlog van 1973 op de vlucht had gejaagd.
Hij had ze liever over de kling gejaagd, gaf hij desgevraagd toe.
Zijn naam Korkmaz betekende niet voor niets "de Niets
Vrezende". Zijn pacifistisch
credo, dat nog zo vers in mijn geheugen lag,
bleek zoals ik al vermoedde uit holle frasen te bestaan. Om half een kwam
de politie om de zaak te sluiten. Yilmaz gaf hun een paar pakjes sigaretten en
kon tot half twee openhouden. Ook
ik kreeg pakjes sigaretten (Samsun en Maltepe) en hij zou zich gevleid voelen
als Yusuf Bey (dat was ik dus) zijn zaak ook morgen met een bezoek zou willen
vereren. Hetgeen geschiedde. De daaropvolgende nacht was voor mij ellendig. Er
vielen voortdurend waterdruppels uit het plafond en door de vele verorberde
abrikozen en glazen raki lag ik onophoudelijk te woelen in een onrustige
slaap.
Dag
13
|
|
|
Stadspark met palmenVervolgens streek ik op een terras neer, waar ik drie opeenvolgende edities van de Turkish Daily News las. Deze had ik bij de receptie van het duurste hotel in de stad op de kop getikt. Het was het enige blad in een niet-Turkse taal die in het binnenland verkrijgbaar was. Het nieuws dat er in staat is gecensureerd door de regering, maar niet in die mate als voor de echte Turkse kranten als Hürriyet, Tercüman en Milliyet gebruikelijk is. In het magnifieke stadspark liep ik de waterpijproker Süleyman opnieuw tegen het lijf. Hij werd vergezeld door zijn 14-jarige zoon die in Iznik op een internaat zat waar hij Engels leerde. Hij moest van zijn vader met mij in die taal converseren, maar bracht daar natuurlijk niet veel van terecht, och arm. Vader was zichtbaar teleurgesteld. "Ik stuur hem toch niet voor niets naar zo'n dure privé-school", zo redeneerde hij. Enfin, ik wenste hun nog prettige vakantiedagen toe en vervolgde mijn weg tussen de rondlummelende militairen die vrijaf hadden maar niet naar huis mochten. Geld om iets te verteren hadden zij niet, zij ontvangen slechts fl 1,50 soldij per week. Hun hoofden zijn geheel kaal geschoren en ze zijn verplicht altijd in uniform gekleed te gaan. Wel genieten zij enige korting bij het openbare vervoer. Over het algemeen worden ze 1.000 tot 1.500 km van hun woonplaats gelegerd. De discipline in het Turkse leger is streng en er worden nog regelmatig lijfstraffen uitgedeeld. De diensttijd is 20 tot 24 maanden. |

Met
een fles koel bier, die ik aan een stalletje gekocht had, vleide ik me op een
schaduwrijk plekje in het gras neer. Daar
werd ik belaagd door een beeldschoon zigeunermeisje van een jaar of zeven. Ze was enigszins vervuild,
liep op blote voetjes en had een stel schitterende gitzwarte oogjes in
haar hoofdje. Ze bedelde om geld.
Ik gaf haar een kwartje dat zij stevig in haar knuistje klemde.
Zij bedankte me niet, evenmin kwam er een geijkte, religieuze formule
over haar lippen. Ook hier zijn
zigeuners een fier volk, de tegenwerking en bespotting van de autochtone
Turkse bevolking ten spijt. Om een uur of vijf ging ik terug om op bed nog wat
te rusten. Twee uur later ging ik
opnieuw op pad. Ik kocht twee
kleurenfilmrolletjes (fl 12,- per stuk! Dat was duurder dan in Nederland.) en
bestelde op een terras Adana kebab, pittig gekruid hamelvlees aan een pen
geregen en op houtskool geroosterd. Daar
kwam ik dan een zekere Hanifi Acar tegen. Hij sprak me in het Frans aan. Hij was geboortig uit Malatya, een grote stad in het hart van
Anatolië, maar werkte als leraar Frans aan een middelbare school in Isparta.
Hij was even oud als ik en vierde in Antalya vakantie van zijn karig inkomen
als leraar. Zijn Frans was voor een
leraar in die taal alleszins gebrekkig. Hij was zich daarvan bewust en schreef
dit toe aan gebrek aan praktische oefening.
We wandelden samen wat door de stad, bezochten de Poort van Hadrianus
en de oertoren van de stad, de Kale Kapisi. Hanifi sprak aan een stuk door in
het Turks. Hij ging ervan uit dat ik alles kon verstaan. Gezeten in een theetuin heb ik hem dan met klem verzocht meer
Frans te praten. Zijn pogingen hadden tot gevolg dat we in grammaticale
problemen doken. Na de theetuin bezochten we een ijssalon. Hier nam hij
afscheid. want hij had om half elf een afspraak met een vriend.
We spraken af elkaar in het Turks en het Frans te schrijven.
Het was weer een goedkope avond voor mij geweest. Hanifi had erop
gestaan alles af te rekenen. Die Turkse gastvrijheid zat me toen effe niet
lekker…
![]() |
![]() |
Ik
belandde weer bij het stalletje van Yilmaz.
Ik dronk met hem 2 flessen bier. Hij
was veel stiller dan de avond van te voren.
Op mijn vraag naar de oorzaak daarvan moest hij bekennen nog steeds
last van een forse kater te hebben. Ik
kocht bij hem enkele flessen bier om de nacht door te komen.
Bij het hotel zat Ergün, de hotelboy, en een kennis uit de buurt.
Orhan Gencer, een 50- jarige afgekeurde onderwijzer.
Ik zou en moest kennis met hem maken, want hij zat al uren op die
andere onderwijzer uit Holanda te wachten. Na me aan hun aandacht ontrukt te
hebben, toog ik naar de eenzaamheid van mijn cel.
Het was nog drukkend heet. Het zweet stroomde tappelings langs mijn
rug, ik had geen water om me te wassen, dus onrein kroop ik in bed.
De pils was pieslauw en eigenlijk niet om te zuipen.
