|
|
ANKARA, DE HOOFDSTADRoutekaart Corum - AnkaraVoor het eerst regent het
De
reis was erg interessant. Ze
voerde langs de rand van de hoogvlakte en je kreeg er een goed beeld van
allerlei steen- en rotsformaties. Terwijl
de zuidelijke kant van de Anatolische Hoogvlakte erg eentonig is, doet de
noordelijke kant juist erg afwisselend aan: zoutvlakten, opgedroogde
rivierbeddingen, de onbegroeide aarde in tal van kleurschakeringen (element
van variatie!) en onregelmatige, grillige vormen.
We deden verschillende kleine stadjes aan, allen zo rond de 25.000 inwoners
tellende. Alleen Corum, een iets grotere stad met een rijke historie en
gunstig gelegen, had die dorpse sfeer niet.
Overigens was het in Corum dat ik voor de eerste keer in Turkije regen
meemaakte! In Nederland loopt
iedereen met een chagrijnig gezicht rond als het regent, maar hier leek het
alsof iedereen in de zevende hemel was. Je
zag ook overal bakken en reservoirs staan waarmee het hemelwater opgevangen
werd. De niet geplaveide straten vormden natuurlijk één grote modderpoel.
Toen even later de zon weer onverbiddelijk aan het werk toog, kon je
duidelijk het verdampingsproces zien, wat een interessant schouwspel is dat je
in Nederland alleen 's zomers kunt meemaken. De voorsteden van AnkaraVia de Elma Dagi (de Appelberg) bereikten we de voorsteden van Ankara. Het betrof echter gecekondu's, de sloppenwijken waarvan ik al gewag maakte bij het binnenrijden van Izmir. Die wijken liggen voornamelijk ten oosten van de Turkse hoofdstad. In politiek woelige tijden vonden in deze achterbuurten vaker confrontaties tussen links en rechts plaats, meestal bloedig eindigend. Sommige van die buurtschappen stelden een autonoom links bestuur in en werden dus doelwit van raids van politie en rechtse commando's. Koddige 'liftboy' van zestig jaar oud
Om
half zeven stapte ik op de Otogar van Ankara uit.
De reis had precies 6 uur geduurd, waarin een afstand van 400 km
overbrugd was. Te voet ging ik op
zoek naar een hotel. Na 10
minuten had ik in de gaten dat ik in een woonwijk vertoefde.
Per taxi liet ik me toen naar het centrum brengen.
De chauffeur liet ik een hotel uitzoeken, meestal zit je dan wel snor.
De taxirit was goedkoop; de prijzen liggen hier vast. Zes verdiepingen telde het hotel, dus er was een lift beschikbaar. De
liftboy was 60 jaar, zag er erg koddig
uit en kreeg daarom een dikke fooi. Ik
was goed geluimd omdat de reis voorspoedig verlopen was.
Bovendien had ik de beschikking over een douche met warm water!
Ik was de koning te rijk en stond me wel een half uur onder de harde
stralen af te schrobben. Ik had me 's morgens immers niet kunnen wassen.
Overigens was het op de Otogar van Ankara weer prijs met de opdringerige contacten van Turkse mannen. Vooral de gastarbeiders uit Duitsland
blijven je hardnekkig aanspreken en gaan er prat op dat ze Duits kunnen
spreken. Volgens mij zitten zij
in een erg gespleten situatie: enerzijds wel willen meedoen aan de westerse
leefwijze, anderzijds niet kunnen of mogen.
Slechts met een echt traditionele Turk uit Wiesbaden heb ik enkele
woorden gewisseld. Hij was heel
serviel en leek op mijn gezagsgetrouwe vader zaliger.
Ik had hem aan mijn borst kunnen sluiten en willen zeggen "We zijn
hier in Turkije en niet in Duitsland!" Turk met Amsterdams accent
Om
8 uur ging ik uit eten. Ik ging
te werk volgens Turkse principes en koos dus een restaurant met veel volk uit.
Die keuze bleek terecht. Ik
had een berenhonger en bestelde een dubbel menu.
De kelner die me bediende trachtte me in het Duits te verduidelijken
wat ik eigenlijk allemaal besteld had. Hij
sprak echter Duits met Nederlands accent ("vleesch" i.p.v. "Fleisch").,
aldus kwam ik erachter dat hij 6 jaar in Den Haag als tolk gewerkt had.
Zijn Nederlands had een Amsterdams accent.
Hij moest vertrekken omdat zijn verblijfsvergunning niet meer verlengd
werd. Een typisch voorbeeld van
vele Turkse werkloze intellectuelen: schnabbelen in de horeca.
Daar kun je nog enigszins je (talen-) kennis te gelde maken. Ik had die
dag nog niets gegeten. Mijn menu
bestond uit yoghurtsoep (buitengewoon en verrassend lekker), Adanakebab (pittig vlees), een halve haan met veel groene
pepers, bieslook en tomaten, pide (speciaal gebakken brood), ayran en
mineraalwater. Dit alles voor
zeven gulden.
Openbaar parkIn een echt café dronk ik nog wat halve liters (2) Efes Pils voor ik naar het bekende "Genclik Park" liep. Ik heb een dergelijk park in Istanbul al beschreven en ik moet er alleen aan toevoegen dat het hier drukker en gezelliger was, dat er een reuzenrad stond en er een enorme roeivijver aangelegd was. Ook ditmaal bestond het publiek uit voornamelijk mensen uit de middenklasse en gegoede burgerij. Er zou ook een illusionist en hypnotiseur aanwezig zijn in een van de tenten. Het bleek echter misleidende reclame; er werden hoogstens enkele oude goochelnummers ten beste gegeven. In het zaaltje moesten families en gezinnen links plaats nemen, vrijgezellen zoals ik rechts. Daar werd strikt de hand aan gehouden! Zou ik dan toch anders zijn dan getrouwde mensen? Om half een lag ik in mijn gespreide bedje, mijn hersenen pijnigend met de beantwoording van die laatste vraag.
Dag
24
|
|
|
|
BegrafenisVoldaan wendde ik mijn schreden naar de Haci Bayram-Moskee, een bedeplaats waar zich evenals in Konya in het Mevlana pelgrims ophouden. Deze waren overwegend van vrouwelijke kunne. Ik mocht er ook getuige zijn van een begrafenisplechtigheid. De dode werd buiten de moskee op een stenen tafel opgebaard en de nabestaanden en genodigden hadden allen een foto van de overledene op hun revers gespeld. Naast de moskee, die van het pilarenhaltype was, lagen de ruines van de Keizer Augustustempel uit de eerste eeuw na Christus. Veel van de stenen van de tempel heeft men aangewend voor de bouw van de moskee; daarom is er niet veel over van dit Romeinse monument. |
GECEKONDU'S"In een nacht opgetrokken" huizen die samen een krottenwijk vormen. Soms groeien deze volkswijken voor migranten uit verre Turkse streken uit tot volwaardige buurten met allerlei voorzieningen zoals stroom, waterleiding en een bloeiend verenigingsleven. |
Op
weg naar de burcht (het fort, de vesting, de citadel) van Ankara zag ik
allerlei kleine winkeltjes die gespecialiseerd waren in voor westerlingen
vreemde waren: een pettenwinkel (alleen kolonels-, admiraals-, generaals- en
officierspetten), een Koran-winkel (Korans in alle soorten en maten), een
"rozenkrans"-winkel, een Atatürk-bustes-winkel, een ingewanden -
slagerij en een schaapskoppen - slagerij. Toen ik voor een van zo'n winkeltjes
stond, hoorde ik opeens rumoer verderop in de straat.
Er was duidelijk iets aan de hand, het leek op een opstootje.
Enkele mannen waren op de vuist gegaan, elkaar beschuldigend van onvoorzichtigheid
of zo, want er stond een tweetal auto's in de kreukels op het kruispunt. De
politie was echter snel ter plaatse. De
overvalwagens kwamen met gillende sirenes tot stilstand en braakten enige
tientallen agenten met getrokken knuppels uit.
De samenscholing werd in een mum van tijd uit elkaar geslagen.
Om buiten. schot te blijven had ik me 100 meter verderop verdekt
opgesteld. Toen het kruispunt
vakkundig en met bruut geweld schoongeveegd was, vertrokken de politiewagens
met medeneming van enkele arrestanten. Langzamerhand normaliseerde
de situatie zich; 5 minuten later zoefde het drukke verkeer weer voorbij alsof
er niets gebeurd was.
![]() |
![]() |
Via de oude markt, waar de landbouwproducten duurder waren dan elders in het land, bereikte ik na een inspannende klim de oude 'hisar'. De vesting is nog bijna volledig ommuurd. Interessant is de samenstelling van de stadsmuren. De restanten van de bij elke nieuwe verovering verwoeste gebouwen werden verwerkt in de versterking van de muren. Zo zie je er allerlei fragmenten uit verscheidene architectonische tijdperken. Ik heb er foto's van gemaakt. In de vesting zelf waren de wit bepleisterde huizen eeuwenoud en ze waren ook nog bewoond. De achterbuurtkinderen gedroegen zich erg vrijpostig; ze bedelden om snoep, kauwgom en sigaretten. Ze liepen hardnekkig honderden meters met je op en raakten je aan om de aandacht te trekken. Ik gaf evenwel niets. Als je gul bent, gaat dat als een lopend vuurtje door de sloppen en heb je voortdurend een meute straatjongens op je hielen. De hisar was het hoogste punt van Ankara, van waaruit men een goed uitzicht over de stad had. Er tegenover lag een heuvel waartegen de eerste gecekondu schots en scheef gebouwd lag. Op de terugweg stootte ik in de slingerende steegjes herhaaldelijk op schapen, geiten, kippen en ander vee. En dat middenin het centrum van een miljoenenstad! In een soort hangende tuin lag ik een uurtje in de zon te bakken. Daarna ging ik op zoek naar het Etnografisch Museum, maar bij het zien van een hamam (Turks badhuis) besloot ik toch maar eerst een echt origineel Turks bad te nemen.
Aanranding de hamamVoor 200 lire zou ik er van alle geneugten kunnen genieten. Gelukkig had ik geen last meer van puisten of ander lichamelijk ongerief. Het was er niet druk. De regels waren er iets anders dan bij sportcentrum Dennemarken in Roermond. Toen ik een beetje gedesoriënteerd raakte, wat bovendien bevorderd werd doordat mijn bril door de stoom beslagen was, bood een Turk aan me te helpen. Hij vroeg wel direct "para" (geld), dus wees ik zijn aanbod af. Voor ik het eigenlijke bad ingegaan was, had een forse masseur me in mijn privé-cabine behoorlijk onder handen genomen. (Ik heb twee weken last van een praktisch ontwrichte nek gehad!) Na het bad had ik nog recht op een tweede massage. Ditmaal was de masseur een verfijnde kerel die me veel minder hardvochtig behandelde. Ik kwam er snel achter waarom. Terwijl ik op mijn buik lag werd hij in seksuele zin handtastelijk en trachtte hij me met een vinger anaal te penetreren. Ik maakte hem direct in het Turks duidelijk dat ik niet van zijn avances gediend was en inderdaad, hij verdween. Enigszins beduusd bleef ik even liggen om te overwegen wat me te doen stond. |
|
Hernieuwde poging
Waarschijnlijk
vatte hij dit als een aanmoediging op, want plotseling dook hij weer
geruisloos op en vleide hij zich op mijn rug, met zijn kleren aan overigens,
maar zijn gulp stond open. Hij maakte stotende bewegingen met zijn onderlichaam
en zijn sterke masseurshanden knepen in mijn nek.
Ik kon hem van me afwerpen en kleedde me vliegensvlug aan.
Nu gooide hij het roer om en trachtte hij met lieve woordjes en zachte
strelingen zijn doel te bereiken. Gelukkig
kon ik mijn woede beteugelen en ging ik hem niet te lijf, want anders waren
zijn vrienden (of moet ik zeggen vriendjes?) hem ongetwijfeld te hulp gesneld
en had het er voor mij tegen die overmacht slecht uitgezien.
Ik was echter banger voor beroving van mijn geld en paspoort dan voor
een pak ransel. Enfin,
uiteindelijk liep het zo'n vaart niet en kon ik ongehinderd vertrekken. En weet je wat hij me tot mijn ongeloof nariep?
Dat ik vergeten had hem zijn "bakschies" (fooi ) te geven!
Later vertelde iemand in mijn
hotel dat die betreffende hamam er gewild was bij westerse homo's; die lieten
zich daar voor relatief weinig geld verwennen. Dus die lui in de hamam hebben
waarschijnlijk gedacht dat ik een van die oude Duitse geile flikkers was!
Verder
commentaar over de seksuele moraal van de Turkse mannelijke bevolking laat ik
achterwege. Eén gedachte ter
overweging: hoe denk je dat jonge, viriele mannen aan hun seksuele trekken
moeten komen wanneer alle beschikbare geslachtsrijpe vrouwen thuis opgesloten
zitten? Welnu... Ietwat confuus
drentelde ik wat in de straten rond, terwijl ik zijn hartstochtelijke zoentjes
nog op mijn schouderblad voelde branden.
Het was tijd om mijn geografische wandkaarten op te halen. Bij Ulus dronk ik enkele halve liters in een echt café.
In een lokanta bestelde ik yoghurt kebab, waarna ik een uurtje in het
hotel op bed lag te soezen.
Tegen half acht nam ik een taxi naar het station om inlichtingen in te winnen over treinreizen. Voor de afwisseling, maar ook om dit vervoermiddel hier te leren kennen, had ik besloten per trein naar Istanbul te reizen. Verder kocht ik er de "Daily Turkish News". In de hal kreeg ik een onverwachte aanval van diarree. Op het toilet was papier noch handdoek aanwezig. Ik weigerde dan ook te betalen aan een tweetal "pleeboys", die me daarop niet naar buiten wilde laten gaan. Toen ik hen op hoge toon waarschuwde dat ik er de politie bij zou roepen, maakten zij met tegenzin de doorgang vrij. Op een modern terras (waar alleen moderne Turken zaten) dronk ik koffie en spelde ik de Turkse kranten uit. Ik kocht de laatste dagen regelmatig boulevardbladen. Die schrijven tenminste gemakkelijk Turks en publiceren veel foto's die de tekst ondersteunen. Met het kaartje voor woensdag naar Istanbul (L 500, Fl 8,- voor 450 km treinreis!) en een fles sjarap (wijn) kwam ik weer in het hotel aan. Het was half tien. De rest van de avond leerde ik weer Turks en maakte ik me bezorgd om een "waegesjieter" die zich op mijn rechterooglid begon te manifesteren en mijn gezichtsvermogen verminderde.
|
|
Zuil van JustianusOm 10 uur zat ik al met de jongste Turkse kranten in mijn bezit in de westerse koffiebar bij het Ulus-plein. Bij de koffie nam ik puddinggebakjes. Overigens lagen er rondom dit Ulus enkele tientallen jaren geleden nog ongezonde moerassen. Bij de uitbouw van Ankara tot nieuwe hoofdstad van het moderne Turkije werden deze moerassen gedempt, dat gebeurde vanaf 1923. In het stenen tijdperk was hier al een nederzetting. De veroveraars en volkeren kwamen en gingen. De stad werd door de Europese kruisvaarders Angora genaamd, door Alexander de Grote Ancyra, door de Romeinen Sebaste (hoofdstad van de provincie der Galaten aan wie de apostel Paulus een van zijn talrijke brieven schreef), de Arabieren tenslotte noemden de stad Eng-Uriye. Ik maakte een foto van de Zuil van Justianus, in 362 na Christus opgetrokken en 15 meter hoog. Bovenop bevindt zich een ooievaarsnest. |
|
|
|
Een
half uur later zat ik in een geheel andere omgeving, nu niet gepolijst en
cultureel - kunstzinnig, maar grof-smerig en stinkend.
Ik was door toeval verzeild geraakt in de Vleeshallen, een domein voor
rovende katten en gezien de erbarmelijke hygiënische toestanden ongetwijfeld
een nachtmerrie voor een doorsnee Nederlandse keurmeester. Per taxi ging ik
vervolgens naar het Anit
Kabir, een groots opgezet terrein met als middelpunt
het Mausoleum van de heer…. Atatürk! Het
was een gigantisch complex in een groot en goed onderhouden park, maar ik vond
het kil en zielloos aandoen. De
persoonsverheerlijking van die oude man bezorgde mij allengs de kriebels.
Er deed zich hier nog een veelzeggend incident voor.
Om een beter uitzicht over de stad te krijgen klom ik op de hoge sokkel
van een vlaggenmast. Dit werd als
heiligschennis beschouwd, het publiek begon verontwaardigd te roepen en twee
bewapende wachtposten sommeerden mij bruusk ogenblikkelijk af te dalen. Ik
gehoorzaamde maar snel het bevel, maar kon toch niet nalaten hen erop te
wijzen dat ik geen poep of modder onder mijn schoenen droeg en dus niets had
kunnen bevuilen. Maar daar ging het hen niet om, ik had te weinig respect
getoond en de nagedachtenis van de grote Atatürk letterlijk met de voeten
getreden. Langs de 260 m lange
erestraat verliet ik het immense ereplein, waar alle officiële parades en
massabijeenkomsten plaats vinden. De
gebouwen hier herbergen verschillende musea van uiteenlopende aard. Alles
is wel keurig verzorgd, maar dat is meestal zo met visitekaartjes.
|
Anitkabir (Ankara) Mausoleum van de eerste president van Turkije Anitkabir is de laatste rustplaats van Mustafa Kemal Atatürk (1881-1938), de stichter en eerste president van de Turkse Republiek. Het mausoleum, dat zich op een heuvel met uitzicht op de hoofdstad bevindt, biedt een gestrenge en onversierde aanblik, met uitzondering van een enorm mozaïekplein en het interieur dat geheel bedekt is met bladgoud. De bouwmaterialen werden uit alle delen van Turkije gehaald om de eenheid van het land te symboliseren. Een trap leidt naar het mausoleum, langs een reeks allegorische standbeelden en twee vierkante kiosken - een ervan met een model van de tombe en foto’s van de bouw. Een avenue, geflankeerd door 24 stenen leeuwen in Hettitische Stijl, leidt naar het binnenplein met zuilenrijen. Het plein is 130 meter lang, 84 meter breed en biedt plaats aan 15.000 mensen. De vergulde inscripties op de muren zijn citaten uit Atatürks toespraak ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de republiek. Enorme bronzen deuren komen uit in een zaal met een immense cenotaaf van 40 ton, vervaardigd uit een stuk marmer. Atatürk ligt recht onder deze symbolische grafsteen. Zijn sarcofaag wijst naar Mekka. Anitkabir is meer dan alleen een graf. Een vaste tentoonstelling van memorabilia over Atatürks leven, alsook een collectie privébezittingen, is ondergebracht in een museum aan de oostzijde van het plein, wat benadrukt hoeveel invloed de vader van het moderne Turkije nog altijd uitoefent op zijn land. "Vrede in huis is vrede in het land. Vrede in het land is vrede in de wereld." Mustafa Kemal Atatürk, Turks staatsman
|
![]() |
![]() |
| Anit Kabir | Anatolia Monument |
Te voet kwam ik door het park in een ander gedeelte van de stad aan. Het was een woonwijk voor buitenlandse diplomaten, alles ademde hier een welvarende sfeer. Hiernaar was ik evenwel niet op zoek, dus pakte ik opnieuw een taxi, nu naar het Etnografisch Museum. Dit bleek spijtig genoeg vanwege renovatiewerkzaamheden gesloten te zijn. Het was een alleraardigst gebouw. Tot 1953 heeft het de sarcofaag van Atatürk binnen zijn muren gehad. Mijn maag begon te knorren en ik stapte een ogenschijnlijk middelmatig restaurant binnen. Het bleek echter nogal duur. Ik werd door drie bedienden geserveerd en voor het eerst werd het eten voor mij op het bord geschept. Eenmaal teruggekeerd in het hotel trachtte ik vergeefs een uiltje te knappen en daarom las ik maar het Engelse blad "Daily Mail" van A tot Z uit.
's
Avonds wandelde ik op mijn gemak rond het Ulusplein.
Ik dronk veel thee om mijn steeds erger wordende diarree proberen tegen
te gaan. Ik besloot enige dagen
niet te eten; een beetje vasten zou mij niet deren.
Bovendien hoopte ik op die manier van die lastige maag- en
darmstoornissen af te komen. Overigens
was de oorzaak niet het Turkse water of voedsel; in Nederland heb ik ook
periodieke diarreeaanvallen. Op
vakantie worden die onregelmatiger, maar openbaren zij zich in verhevigde
mate. Ook de 'waegesjieter'
baarde me zorgen, hij leek groter te worden. Ik zat in de tocht op een
terrasje waar ik mijn zoveelste glas thee dronk.
Die tocht werd me noodlottig, evenals mijn onvoorzichtigheid die nacht.
Ik was naakt op bed gelegen met open ramen in slaap gedommeld.
Op de hoogvlakte wordt het 's nachts bitter koud, zodat ik rond 4 uur
bibberend van kou en totaal afgekoeld wakker werd.
De ziekte had me toen definitief in zijn greep en wel heel stevig zoals
nog zou blijken.
Toen
ik om 4 uur onderkoeld wakker werd. ging ik naar beneden. De nachtportier
vertelde me dat het buiten niet meer dan 10° C was. Om elf uur, de tijd
waarop ik waarschijnlijk ingeslapen was, was het nog broeierig warm geweest. Ik denk dat de temperatuur
zo'n 20° C gedaald was in luttele uren tijd.
Ik vroeg de portier me om zeven uur te wekken, maar dat bleek niet
nodig: ik kwam niet meer tot slapen. Om
6 uur kreeg ik bijna geen lucht meer. Kokhalzend
snelde ik naar het toilet waar ik moeizaam overgaf. Voor ik vertrok nam ik nog
een uitgebreide warme douche. Per
taxi begaf ik me naar het station, waar ik om kwart over zeven aankwam. Ik bestelde enkele glazen thee en kocht de gemakkelijkste
Turkse "gazeteler" (kranten dus).
Stipt om 8 uur vertrok de trein. Ik
had het advies van mijn Turkse leerlingen opgevolgd en reisde eerste klas.
Ik moet zeggen dat het best luxueus was.
Vooral de stoelen, fauteuils is een betere benaming, waren erg
comfortabel. De voetsteun
bijvoorbeeld kon je in 6 standen verstellen.