|

6. VALLEI VAN DE TEMPELS

Uitgestrekt ruïnecomplex
Agrigento ligt ongeveer in
het midden van de zuidkust van het eiland. Hier lopen weer eens de toeristen te
hoop. Ondanks het voorseizoen staan er al tientallen bussen op de parkeerplaats.
De archeologische zone bestaat uit twee gedeelten; het oostelijke gedeelte (dat
voor iedereen gratis toegankelijk is) en het westelijk gedeelte (waarvoor je een
forse toegangsprijs moet betalen). Onder leiding van een plaatselijke,
zorgvuldig Engels sprekende en hevig gesticulerende gids bekijken we het
oostelijke gedeelte. Het is duidelijk dat dit gezien de imponerende restanten
ooit een welvarende stadsstaat moet zijn geweest. De gids beweert met
toegeknepen ogen (dat doet hij steeds als hij helemaal in zijn rol als
pleitbezorger van zijn stad opgaat) dat de stad in de vijfde eeuw voor Christus
bijna een miljoen inwoners telde, maar daar geloof ik geen snars van. Ook mijn
deskundige reisgenoten nemen deze mededeling met een korreltje zout.
VALLE DEI TEMPLI
|
Het Tempeldal is geen dal, de tempel
van Concordia is niet van Concordia geweest, die van Juno niet van Juno,
en die van Zeus is een puinhoop. Maar dat maakt het tempeldal niet minder
fascinerend. Nergens staan zoveel Oud ‑ Griekse monumenten bij elkaar als
hier in het zuiden van Sicilië, in het hart van een groots landschap
tussen Agrigento en de zee. Nergens is de harmonie tussen natuur en
cultuur zo volmaakt als in dit grootste archeologische park van de wereld.
Ten zuidoosten van het moderne
Agrigento ligt de wereldberoemde Tempelvallei, gebouwd in de klassieke
periode tussen 470en 406 v. Chr, Inderdaad is deze naam niet helemaal
correct, want vrijwel alle tempels staan op een heuvelrug, die de
zuidelijke stadsgrens van het antieke Akragas was, de reden ook waarom de
tempels alle tegen de oude stadsmuur aan liggen. Correct of niet, het zal
geen invloed hebben op de blijvende indruk die deze unieke archeologische
zone bij iedere bezoeker zal achterlaten, evenmin als het feit dat ook
Selinunte claimt het grootste archeologische park te zijn. De vallei
bestaat uit een oostelijk en een westelijk deel, die van elkaar worden
gescheiden door de weg die het centrum van Agrigento met het kustdorp San
Leone verbindt. Aan dezelfde weg, een kilometer dichterbij Agrigento,
liggen ook het archeologisch museum en, daartegenover, de ingang voor het
Quartiere Elienistico ‑ Romano, waarmee het hart van het antieke Akragas,
dat tussen de tempelheuvel en de acropolis lag, wordt aangeduid.
HET
OOSTELIJK DEEL
In het oostelijke deel (altijd geopend;
gratis) staan de best bewaard gebleven bouwwerken, te beginnen met de Tempio di Ercole, de grootste en oudste Dorische tempel van de stad met
een omvang van 67 x 25 m en een peristasis van 6 x15 zuilen. De Heraldes ‑
tempel werd gebouwd tijdens de regeerperiode van Theron (488‑472 v. Chr.)
en markeert de overgang van de archaïsche naar de klassieke
tempelbouwkunst. In 1924 is een deel gereconstrueerd. Een rechte,
geplaveide weg, waarlangs een aantal vroegchristelijke graven liggen, gaat
vervolgens de heuvel op naar de parel van de Tempelvallei: de Concordia
tempel, de Tempio della Concordia.
Dit juweel van de klassieke tempelbouwkunst, met zijn harmonieuze
verhoudingen en een oogverblindende bruinrode tint, werd in 430 v. Chr.
gebouwd en is samen met het Theseion in Athene en de Poseidon - tempel in
het Zuid - Italiaanse Paestum de best bewaarde tempel uit de Griekse
Oudheid. De reden? In de 6de eeuw werd de tempel omgebouwd tot kerk en dat
bleef zo tot 1788; de boogconstructies in de cella zijn nog te zien. De
naam Concordia heeft overigens niets met de tempel te maken, maar is
afkomstig van in de omgeving gevonden Romeinse inscripties over concordia
(eendracht). Zoals veel klassieke tempels is ook de Concordia ‑
tempel van bescheiden omvang: 39 x 17 m en een peristasis van 6 x 13
zuilen, een verhouding die op Sicilië alleen maar in Agrigento voorkomt en
geïnspireerd is op de Zeus tempel in het Griekse Olympia uit 460 v. Chr.
TEMPEL VAN JUNO
De laatste tempel in de rij, de Tempio
di Giunone (tempel van Juno), biedt een superb panorama over de heuvelrug
met de tempels, de vallei waar ooit de oude stad lag, en de skyline van
het moderne Agrigento, die, ondanks de alarmerende berichten over illegale
bebouwing, gelukkig nog steeds ver weg lijkt. Net als de Concordia -
tempel is het formaat bescheiden: 38 x 17 m en een peristasis van wederom
6 x 13 zuilen. In de 18de eeuw is het bouwwerk, dat bij een aardbeving was
ingestort, deels gereconstrueerd, en geeft zo een goed beeld van de
tempelstructuur. Bijzonder is het offeraltaar voor de tempel dat bijna net
zo groot is als de cella. De Grieken hielden hun rituelen voor de tempel,
niet erin.
HET
WESTELIJKE DEEL
Het westelijke deel van de Tempelvallei
is zoals gezegd minder indrukwekkend; er staat simpelweg weinig meer
overeind. Vermeldenswaard zijn daar nog de Tempel van de Olympische Zeus
en de schamele overblijfselen van het Heiligdom van Castor en Pollux. Ik
heb dit deel dan ook niet bezocht, maar gekozen voor een cappuccino in het
naburige restaurant.
|
 |
 |
Een
verzameling tempels
We beginnen bij de Tempel
van Hera (met enorme zuilen) en lopen de heuvel af, respectievelijk de Concordia
Tempel (behoorlijk gaaf nog), de Catacomben en de Zuilen van Hercules bezoekend.
Ik loop een tijdje mee met een Duitse groep die door een volmaakt Duits
sprekende vrouwelijke gids wordt aangevoerd. Bij de parkeerplaats gaat de groep
uit elkaar. Ik laat het westelijk gedeelte (veel meer ruïnes, geen consistent
geheel vormend) voor wat het is en laaf me aan de cappuccino. Als je die drinkt
aan de banco (=bar) dan is hij bijna de helft goedkoper dan aan een tavolo
(tafeltje). Op weg naar het hotel stopt de bus in het centrum om mensen de
gelegenheid te geven om te pinnen. Dat duurt een half uur, want enkelen raken
zoek. Het grote resorthotel "Dei Pini" ligt aan zee. Alle Kras groepen zijn
hierin ondergebracht. De kamers zijn ruim en modern van vormgeving. Ik ben
tevreden, ook al omdat het diner redelijk is en het ontbijtbuffet de volgende
morgen boven alle verwachting zeer uitgebreid is.
AGRIGENTO
|
Verreweg de meeste bezoekers komen naar
Agrigento (55.000 inw.) voor de Valle dei Templi (de Tempelvallei), het
intrigerende restant van tempels en heiligdommen uit de bloeitijd van de
Griekse stadstaat Akragas, de voorloper van het moderne Agrigento. De stad
zelf lijkt in eerste instantie ook weinig aantrekkelijk. Vanaf de jaren
'50 van de vorige eeuw is zij het slachtoffer geworden van een
ongecontroleerde en weinig bonafide bouw‑"boom", met als resultaat een
langgerekte skyline van flats, die het oude centrum aan het oog ontrekt en
geen enthousiaste eerste indruk oproept.
Agrigento werd in 582 v. Chr. onder de
naam Akragas gesticht door van het Griekse eiland Ródos en uit het
naburige Gela afkomstige kolonisten en groeide uit tot de machtigste polis
na Syracuse. De antieke stad lag op een vlakte die in het westen werd
begrensd door het riviertje de Hypsas en in het oosten en zuiden door de
Akragas. De hoger gelegen acropolis, waarop nu het oostelijke deel van het
moderne Agrigento ligt, vormde de noordwestelijke stadsgrens en de
Tempelvallei de zuidoostelijke. Het geheel werd omgeven door een muur van
twaalf kilometer lengte. De overwinning op de Carthagers bij Himera (480
v. Chr.), waarin de vloot van Akragas een belangrijke rol speelde, luidde
een periode in van ongekende bloei en rijkdom. De tiran Theron 488‑472 v.
Chr.) liet de stad verfraaien met tempels en grote publieke werken, die
voor een groot deel werden gerealiseerd door de immense oorlogsbuit en het
legioen slaven die de overwinning hadden opgeleverd. Het moet heel wat
geweest zijn, want de Griekse dichter Pindaros (518‑446 voor Christus)
noemde Akragas de 'mooiste stad der stervelingen'. Aan de welvarende
periode kwam abrupt een einde in 406 voor Chr., toen dit Akragas door de
Carthagers werd verwoest.
Die waren een aantal jaren daarvoor te
hulp geroepen door de stadsstaat Segesta, waardoor zij hun kans schoon
zagen revanche te nemen op de nederlaag bij Humera, en hun gezag op een
deel van Sicilië weer te herstellen. Pas onder Timoleon (343‑336 voor Chr.)
werd Akragas nieuw leven ingeblazen, maar bereikte nooit meer, noch qua
inwoneraantal noch qua rijkdom, het niveau van de 5de eeuw. In 210 v.
Chr. werd de stad door de Romeinen veroverd en omgedoopt tot Agrigentum.
Ook Oost ‑ Goten, Byzantijnen en Islamieten streken in de stad neer, die
nu Girgenti genoemd werd en haar belang vooral ontleende aan haar status
als handelspost, gericht op Noord‑Afrika. Mussolini, dromend van de
wederopstanding van het Romeinse Rijk, doopte in een nostalgische bui het
Arabische Girgenti om in het Latijnser klinkende Agrigento.
Na eeuwenlang een kleine provinciestad
te zijn gebleven, is de stad inmiddels een flink uit de kluiten gewassen
regionaal administratief centrum en een toeristische trekpleister. In de
Via Duomo, staan een paar statige stadspaleizen en, op het hoogste punt
van de Girgenti ‑ heuvel, de Duomo. Van het oorspronkelijke Romaanse
bouwwerk uit de elfde eeuw is bijzonder weinig meer over. In de loop van
de tijd is de kerk talloze malen in verschillende stijlen geremodelleerd.
Zo is de toren een voorbeeld van de Catalaans ‑ gotische stijl, en zijn
het portaal en het interieur barok. Er is dan ook geen gebrek aan
weelderige fresco's en beeldhouwwerk. Net als de tempels in de
Tempelvallei, stond ook deze aan de rand van de oude stadsmuur en ook
daarvan is nog het een en ander zichtbaar. Vanaf de kerk leidt een rotspad
naar een ander stukje onbekend Agrigento: het Santuario rupestre di
Demetra, dat uit twee grotten en de resten van een gebouw bestaat. Het is
een prehistorisch heiligdom dat in de Griekse periode werd omgebouwd tot
een huis.
|
 |
 |


|