 |
 |
Parochiekerk en herenhuizen
|
Klooster
|
De
plaatsnaam Maasniel duikt al vroeg op in oude annalen. De hogere delen van het
Limburgse stroomgebied van de Maas en haar zijbeken waren aantrekkelijke
vestigingsgebieden voor mensen. In een archiefstuk uit 943, de
zogenaamde Balderik-oorkonde, komt de naam Maasniel voor het eerst voor. Op 24
juni van dat jaar gaf bisschop Balderik van Utrecht een aantal hoeven met
lijfeigenen, toebehorend aan het klooster van St. Odiliënberg, tegen betaling
van een jaarlijkse belasting in vruchtgebruik aan zijn schoonzuster en haar
beide zonen Balderik, bisschop van Luik en Rodulfus, stamvader van de graven van
Loon. Van de hoeven waren er ook enige gelegen in Nieol. In het algemeen wordt
aangenomen dat met Nieol uit deze oorkonde Maasniel en niet Waldniel (D) is
bedoeld. Nieol is oud-Nederlands en als zodanig waarschijnlijk afgeleid van de
Germaanse woorden niwialha of nihwulia. Het eerste woord betekent nieuw huis,
waardoor Maasniel dus te verklaren is als `nieuw huis bij de Maas'. Het
Germaanse nihwulia betekent zoveel als 'geworpen in de diepte'. In dat geval is
de plaatsnaam Maasniel te verklaren als 'gelegen in de diepte van de Maas'.
 |
 |
't Teurke
|
Tegelarije
|
 |
 |
|
Uitspanning Mijnheerkens in de winter |
Gerestaureerde moutfabriek in het Roermondse Veld |
 |