28.
Cactussen zo ver het oog reikt
|
Voor de afwisseling moeten we iets
vroeger op. Als eersten zitten we om zeven uur aan het ontbijt. We rekenen het
hotel af met de creditcard. De portier houdt een taxi voor ons aan. Tien minuten
later staan we op het autobusstation, een uur te vroeg zo blijkt. Ik heb me een
uur in de vertrektijd vergist. We puzzelen wat zodat de tijd snel verstrijkt,
maar dan blijkt dat de bus vertraging heeft, voor het eerst maken we dit in Mexico
mee. Met groeiende belangstelling bekijken we in dit moderne gebouw de
toiletten. Je krijgt er toegang via tourniquets waar je eerst een muntje van twee
peso in een gleuf moet duwen. De meeste gebruikers weten hier echt geen
raad mee, dus heeft men er maar een ambtenaar naast gepoot die met raad en daad
terzijde moet staan. Zijn ze eenmaal binnen, dan lopen ze in de helft van de
gevallen ook nog de verkeerde deur in. De vrouwen komen dan geschrokken uit de
herentoiletten gesneld. Mannen die bij de dames wc's terechtkomen keren meestal
ietwat lacherig terug. |
 |
Als we eindelijk drie kwartier te laat vertrekken zitten
we in een bus met drie chauffeurs, die voorin de hele tijd gezellig zitten te
keuvelen. Het wordt een saaie rit door een vlak, dor en kaal landschap. Op
sommige plekken groeien alleen cactussen, die van het kleine soort. Af en toe
doemt er een klein dorp op in een laagte, vaak Oase genoemd in combinatie met de
naam van een heilige. Soms zien we schapen langs de weg weiden of een eenzame
ruiter in de verte. Wanneer het land groener wordt, weten we dat de stad Zacatecas
nabij is.
29.
Hotel Condesa in Zacatecas
De stad heeft 250.000 inwoners en is
gelegen op 2400 meter boven de zeespiegel tussen en op heuvels. Ook dit is al
weer een zilverstad, hoewel de opbrengst aan andere ertsen niet te
veronachtzamen is. We vinden zonder enige moeite een koloniaal hotel aan de rand
van de binnenstad. Deze Posada de Condesa heeft weliswaar betere tijden gekend,
maar ze is dan ook spotgoedkoop. Met name de badkamer voldoet niet echt aan onze
eisen, maar ze is gelukkig wel functioneel. Er ligt exact dezelfde
vloerbedekking als bij ons thuis op de slaapkamers! Clim zorgt ervoor dat een
poetsvrouw de defecte leeslamp vervangt. Onze kostbare spullen moeten eerst in
een grote manillakleurige enveloppe worden gestopt voor ze in de grote kluis van
het hotel worden opgeborgen.
|
We gaan direct de stad in. Er liggen
tal van fraaie historische panden. De gevel van de goudkleurige zandstenen
kathedraal is een waterval van gedetailleerde beeldjes en frutseltjes. Aan de
Plaza de Armas ligt het Palacio de Gobierno, een fontein en het Paleis van
Justitie. Het blijft tot vijf uur zonnig, daarna betrekt de lucht en een uur
later stroomt het regenwater door de straten. We drinken heerlijke
cappuccino’s in de cafetaria van het theater Calderón dat tegenover de oude
markt ligt. We spelen wat met twee jonge Indianenmeisjes die aan het bedelen
zijn. Ze zijn verzot op de room van de cappuccino's. Voor de trappen die naar de
markt leiden staat een Amerikaanse groep jongeren het evangelie met dans en
muziek te verkondigen. (De volgende dag zijn het clowns die het publiek vermaken.)
Op straat zien we eindelijk weer eens westerse toeristen voorbijgaan. Terwijl we
op zoek zijn naar een stil restaurant, worden we bijna meegesleurd door het
overvloedige regenwater dat de heuvels afstroomt. In een drankwinkel slaan we
een sixpack cerveza en Delicados (Mexicaanse sigaretten) in. De jonge eigenaar
draagt een voetbalshirt met de strepen van de Oude Dame, ofwel de Turijnse club
Juventus. Hij glundert als wij een teken van herkenning geven. Op de kamer smeer
ik Clim zijn rug in met Selsun; naar later zal blijken zal dit weinig helpen. De
Selsun heeft in Mexico een andere samenstelling dan bij ons en irriteert zijn
hoofdhuid meer dan het geneest. |
 |
Zacatecas
|
| Stad in Mexico, hoofdstad van de
gelijknamige staat, op 2495 m hoogte gelegen op de hellingen van de Caro
de la Bufa, met 150.000 inwoners. (metaalnijverheid, textiel);
belangrijke mijnbouw (zilvermijnen). De stad is zetel van het
rooms‑katholieke bisdom en van de Autonome Universiteit van Zámum
(1932). Uit de koloniale periode bleef een groot aantal gebouwen
bewaard: de kathedraal (1730‑1760) in churruesque stijl, de
barokkerk Santo Domingo (1746‑1749) van het voormalig klooster (nu
schilderijenmuseum) met even buiten de stad een kapel (Capilla de los
Remedios) uit 1728. |
30.
Kabelbaan El Teleférico
Als we wakker worden zit de lucht
buiten potdicht; we besluiten een uurtje langer te blijven liggen. We eten
tegenover ons hotel in een goed restaurant. Daar mis ik plotseling 700 pesos die
ik apart heb weggestopt. Pas uren later vind ik ze terug op een geheel andere
plaats dan verwacht, namelijk in een vuile broek die gewassen moet worden. Loos
alarm dus....
(In Oezbekistan overkwam me hetzelfde met de vliegtickets; die had
ik slaapdronken ook ergens anders in de bagage verstopt. Toen stond ik echt wel
aan de rand van paniek.)
Tegen elf uur begint het op te klaren en lopen we naar
het beginstation van de Teleférico, een stuk verder op een heuvel gelegen. De
kabelbaan , die door een Zwitserse ingenieur is gebouwd, heeft slechts de
beschikking over 2 cabines voor 16 personen en hangt recht boven de stad. Om
twaalf uur staan we op de top van de Cerro de la Bufa, van waaruit we een mooi
uitzicht over de stad hebben. In de verte tekenen de contouren van de bergen
zich in een blauwachtige waas af tegen de horizon. Er is veel volk op de been
daarboven. Op de top staan allerlei monumenten, ruiterstandbeelden van Pancho
Villa en een andere generaal, een museum, een mausoleum voor illustere burgers
van Zacatecas, een weerstation. De drukte wordt echter vooral veroorzaakt door
de kerk die er ligt; het is een Mariabedevaartsoord, dat gelovigen van heinde
en ver trekt. De souvenirstalletjes getuigen ervan dat de zaken gesmeerd lopen.
We lopen door eucalyptusbossen rondom de enorme rots die de echte top markeert;
er staat een enorm kruis bovenop dat 's nachts wordt verlicht. We komen weer op
het centrale plein uit. Clim krijgt een aanval van diarree en zoekt snel de
toiletten op. Om naar de stad terug te keren moeten we een uur lang in de rij
staan wachten voor we in de cabine van de kabelbaan kunnen stappen.
31.
Vijfhonderd meter onder de grond
Langs de weg kopen we eerst voor een
tientje wat stenen en mineralen voor we op zoek gaan naar de voormalige
zilvermijn 'El Eden'. De mijn ligt gelukkig niet al te ver weg. De entreeprijs
voor de
'mina' is hoog, zeker als je bekijkt wat er geboden wordt. We
onderzoeken de mijn op eigen houtje. We zouden ons wel kunnen aansluiten bij een
luidruchtige groep die een rondleiding krijgt, maar de gids spreekt enkel
Spaans. We lopen twee goed beveiligde gangen door, waar ooit de lorries over de
rails hebben gelopen. Vijfhonderd meter verderop, midden in de berg, kun je dure
souvenirs van zilver kopen. De diepe putten en schachten maken een troosteloze,
verlaten indruk. Soms zijn sleuven met hangbruggen overspannen. We komen nog
langs een ondergronds meer en een kapelletje waar de Indianen hun angst voor de
onderwereld wegbaden. Het educatieve karakter van de mijn is echter nihil en dat
valt ons tegen. Op het verste punt stuiten we volkomen onverwacht op een
liftuitgang. De lift blijkt uit te komen bij het kabelbaanstation: dat hadden we
eigenlijk moeten weten. Stom van ons, nu hebben we een heel eind om moeten
lopen. Vanaf de mijn slenteren we via een andere weg terug naar het centrum. In
het Alameda-park rusten we een beetje uit; vlakbij bestellen we een hamburger.
Er hoort ook een portie friet bij, maar die vergeten we op te eten. Als Clim
naar het hotel terug gaat, verken ik een ander gedeelte van de stad. Daar tref
ik het eeuwenoude aquaduct aan, dat ze weer in alle luister hebben hersteld.
Achter een goed verzorgd park ligt een oranjekleurige kerk met een ranke
torenspits, een uitzondering in Mexico waar de kerktorens meestal plomp en
vierkant zijn. Die avond kopen we nog enkele souvenirs (een asbak en een
schaaltje) bij de overdekte markt Mercado Gonzales Ortega met moderne, dure
winkeltjes. We eten ieder een halve kip bij een restaurant dat door twee oudere
zussen uitgebaat wordt; de dames doen erg hun best, maar ze zijn overduidelijk
niet uit de horecawereld afkomstig. Ons lijken ze eerder pas ontslagen
kantoorjuffrouwen die op deze manier het hoofd boven water trachten te houden.
Buiten ligt een pleintje dat erg gezellig zou kunnen zijn, ware het niet dat het
hier 's avonds voortdurend regent.
|