Patzcuaro
Start Heenreis MexicoCity1 MexicoCity2 Patzcuaro Morelia Guanojuato SanLuisdePotosi Zacatecas Durango Chihuahua CopperCanyon Woestijnrit


PATZCUARO

Onze route over de hoogvlakte

16. Door de bergen rond Toluca

Voor de chauffeur de openbare weg opdraait slaat hij eerst een kruisteken. Dat doen ze allemaal hier, is ons opgevallen. Volgens ons is het beter om zich gewoon aan de verkeersregels te houden. Mexicaanse buschauffeurs zijn notoire brokkenmakers, daarom heeft  men de bussen uitgerust met alarmsignalen die automatisch in werking worden gesteld wanneer de bus harder dan 95 kilometer per uur gaat rijden. Dat schijnt te helpen, want het aantal ongelukken met bussen is drastisch teruggelopen, zo las ik in een krant. Zolang we nog in Mexico-Stad zitten komt er regelmatig volk de bus binnen om snoep of koekjes te verkopen. Van een doofstomme man kopen we verpakte snoepjes, omdat hij er zo veel moeite voor heeft gedaan door er een kaartje met zijn persoonlijke verhaal bij te voegen. Ook komt een stakingsleider van een failliete collega-busonderneming bij ons passagiers geld ophalen. We rijden over de autosnelweg midden door de bergen die hier met hun groene naaldwouden en panoramische uitzichten boven 2500 meter een alpien karakter krijgen. In de miljoenenstad Toluca, een industriecentrum, worden we omgeleid. Even later rijden we langs een droogstaand meer (de Laguna de Cuetzio) met een vulkaan aan de overkant. Na 4 uur rijden bereiken we de oude, voorname stad Morelia. Een korte stop en verder gaat het naar Patzcuaro waar we precies om vier uur volgens plan aankomen.

17. Een slaperig stadje  

We nemen een taxi naar hotel 'Los Escudos', dat we in de Lonely Planet gids hebben uitgezocht. Het is gebouwd in koloniale stijl, met ruime kamers die aan gaanderijen langs een patio liggen. Het ligt aan het grootste plein van de stad. De muren zijn er misschien wel een meter dik, aardbevingsbestendig dus. In onze kamer is veel hout verwerkt en we hebben de beschikking over een open haard;  's avonds kan het op deze hoogte (2200 meter boven de zeespiegel) wel eens gemeen koud worden, zelfs tijdens de zomermaanden. Na een douche trekken we de stad in; die ziet er bijzonder eenvormig uit. Alle huizen stammen uit voorbije eeuwen en zijn op dezelfde manier gepleisterd en in dezelfde kleuren bruin, oranje en grijs geschilderd. Hoewel het stadje meer dan 80.000 inwoners telt is het er niet druk. De ambiance is heel aantrekkelijk, maar de lucht blijft zo donker en dreigend dat de kleuren er niet tot hun recht komen. We drinken wat op een terrasje, die heb je hier wel, wat doorgaans betekent dat het toerisme er vaste voet aan grond heeft gekregen. Westerse toeristen zien we er echter nauwelijks. Af en toe hoor je iemand Amerikaans praten. De meeste toeristen die deze streek in dit jaargetijde aandoen zijn gewoon Mexicaans. We genieten van een malse Argentijnse biefstuk met interessante sausjes bij een Gaucho-restaurant. De rest van de avond blijven we op onze kamer televisie kijken. We hebben satelliet-tv met vooral veel programma's uit de States. We kijken er naar het cartoonnet, Discovery en op een sportzender stoten we toevallig op een reportage van de Tour de France.

18. Janitzio, een druk bezocht eiland

Uitgebreid ontbijten in het relatief chique hotel-restaurant; de kosten laten we op de rekening van het hotel schrijven. Ons vuile wasgoed afgeven is het volgende wat we moeten doen. Men vraagt er een lijstje in het Spaans bij, waarop de ingeleverde kledingstukken vermeld staan. Ik heb hierbij voor het eerst een woordenboek nodig; wat zijn sokken ook alweer in het Spaans? En onderbroeken? Bij een bank aan het Bocanegro‑plein honderd meter verderop wissel ik probleemloos driehonderd dollar. Ik heb de indruk dat wij daar een voorkeursbehandeling krijgen, want we worden direct aan een apart bureau geholpen. Andere klanten moeten een volgnummertje trekken en aansluiten achter de lange rijen voor de loketten. We moeten een tijdje wachten voor er een 'collectivo' (een busje dat vaste routes rijdt) verschijnt dat ons naar de oever van het meer vier kilometer verderop brengt. Daar breekt het toeristencircus weer uit, veel restaurantjes en souvenirwinkels langs de weg naar de aanlegplaatsen van de veerboten.  

 

We kopen een ticket en nemen plaats op een boot, die al snel helemaal vol is. Een mariachi- orkestje scheept zich ook in en op de vrolijke tonen van trompetten en gitaarmuziek varen we over het bruinachtige water van het Lago naar het eiland Janitzio. Na een klein half uur gaan we aan land. Even van te voren zijn traditionele vissers met hun vlindernetten in hun kano's voorbij komen varen. De fotocamera's klikken en zoemen, waarna een van de vissers langszij komt om geld op te halen. Het eiland is bijna helemaal bebouwd.  De Indiaanse bevolking leeft er voornamelijk van visvangst en toeristenindustrie. Boven op de top van het eiland staat een reusachtig beeld van Morelos, een vrijheidsstrijder uit de vorige eeuw. Het is deze attractie die al die drommen Mexicanen aantrekt. We laten de drukke kade achter ons en verkennen op eigen houtje het eiland van voor tot achter. Het is er tamelijk armoedig en overal wordt op muren gewaarschuwd voor de gevaren van besmettelijke ziekten zoals cholera. Het is hier dus oppassen geblazen met de gezondheid. Dat let ons echter niet om vis te eten in een achterafrestaurantje dat door kinderen wordt gedreven. Daarna beklimmen we de berg via nauwe, overvolle toeristenstraatjes. Ik stoot herhaaldelijk lelijk mijn hoofd aan de palen die de zeilen van de kraampjes ophouden.

Op de top gaan we het 20 meter hoge beeld binnen. Daar belanden we in een rij; het duurt een half uur voor we, met achten tegelijk, in de hand van Morelos van het uitzicht op het meer met andere eilanden en vulkanen kunnen genieten. Op de terugweg naar beneden bekijken we nog eens goed de mooie wandschilderingen (de muralles) die het leven van de held uitbeelden. Ineens krijg ik diarree. Er is weliswaar een toilet aanwezig, maar de spoeling werkt niet. Het wordt dus een vieze bedoening en daarvoor moet ik ook nog betalen!  

 

Via een andere route keren we terug naar de kade. Onderweg maken we foto's van bedelende kindertjes en kopen we potjes aardewerk, waar later zelfgemaakte marmelade in blijkt te zitten. We springen direct in de boot terug naar het vasteland. Daar zoeken we nog even naar een geschikte sombrero voor Clim, maar bij nader inzien wil hij zo'n hoofddeksel toch maar liever niet hebben. Alleen arme, autochtone boeren lopen ermee rond, dus hij zou er te veel door opvallen. In de collectivo terug naar de stad werkt een bedelend straatjoch ons op de zenuwen door snerpend hoge liederen te zingen. Hij teistert het gehoor van de passagiers zo ernstig dat hij van bijna niemand een fooitje ontvangt. Alleen een jong meisje geeft wat, waarschijnlijk meer uit angst dan uit waardering voor zijn zangkunst. Koffie en bier bij Olga, het meisje dat het terrasje beheert; een omweg over de aflopende markt en tenslotte een pizza in een van de zijstraten, dan gauw terug naar het hotel. Ik ga onmiddellijk uit de broek; daarna moet ik van misselijkheid ook nog eens overgeven. Clim voelt zich kiplekker, dus de oorzaak van mijn malaise zal wel niet aan de geconsumeerde vis op het eiland liggen. 's Nachts sta ik op om op de duistere veranda te luisteren naar de stortregens die op het dak van de patio kletteren.

19. Druilerig weer

De dag daarna voel ik me de hele dag beroerd; ik ben koortsachtig en moet vaak naar de wc. Clim gaat alleen ontbijten. Tegen elf uur weet ik me te vermannen en bezichtigen we een gedeelte van de binnenstad. We beginnen bij het ‘Palacio de los Once Patios', het Paleis met de Elf  Binnenplaatsen.  Hoewel de gebouwen oeroud zijn maken ze een verzorgde indruk, maar je ziet en ruikt er de eeuwen aan af. In de vele aparte kamertjes van het complex hebben plaatselijke handwerklieden hun werkplaats en/of winkeltje gevestigd. In feite zijn wij er de enige belangstellenden die er rondlopen. Elke patio heeft zijn eigen bron, put of fonteintje. Een stuk verderop lopen we via een trap naar een uitzichtpunt. Een groot modern gebouw bederft de open blik op de daken van de stad. Na twee armoedige en weinig interessante kerken, die overigens nog in vol bedrijf zijn hier, gaan we naar het lokale museum. Dat heeft men ondergebracht in een voormalig klooster. Ook hier zijn we weer de enige bezoekers. We worden er door drie verschillende gidsen rondgeleid, dat is bij de entreeprijs inbegrepen. Hier staat de plaatselijke Indiaanse cultuur van de Tarascanen in het middelpunt. De jonge vrouwelijke gids vinden we beter dan haar mannelijke collega's; zij spreekt 'un poco' Engels en haar Spaans is voor ons tenminste verstaanbaar. In de tuin van het museum bevinden zich nog rudimentaire restanten van een pre-Columbiaanse Indiaanse offertempel en een kerker.

   
Ik heb daarna weinig fut meer, dus Clim loopt in zijn eentje een oud klooster in dat momenteel in gebruik is als gemeenschapscentrum. De rest van de middag breng ik slapend en lezend door op de hotelkamer. Ik maak een praatje met een schuchtere inlandse poetsvrouw die de hele dag staat te vegen en te dweilen. Clim. is ondertussen op pad gegaan naar een muntenzaak die we de vorige dag ontdekt hebben.  Hij kan er geen zaken doen, want de baas is weg en de juffrouw achter de balie durft geen eigen beslissingen te nemen. Onverrichterzake keert Clim terug na nog een ommetje over de markt en langs een parochiekerk gemaakt te hebben. Bij de kerk is sprake van bedrijvigheid: plechtige inzegeningen, eerste Heilige Communies of andere kerkelijke feestelijkheden worden er gevierd. Tegen zes uur breekt er een indrukwekkende hoosbui los. We gaan er toch op uit, met de paraplu uiteraard. We eten in een groot maar leeg restaurant met tafeltjes rond een patio; er is meer personeel dan klandizie. Het is er spotgoedkoop, ook al vanwege de ongunstige ligging ervan in een van de zijstraten. Als we weer terug zijn in het hotel vallen we met de neus in de boter: de dans van de oudjes ("baile de los viejos") staat op het punt van beginnen. De paar dansen die worden opgevoerd munten uit door fel geklepper van de houten sandalen en wandelstokken op de stenen vloer. De dansers dragen een soort maskers zoals ze bij ons in Limburg tijdens het Aad Wiever Bal rond Vastenavond populair zijn.

 


                       

 

Start ] Heenreis ] MexicoCity1 ] MexicoCity2 ] [ Patzcuaro ] Morelia ] Guanojuato ] SanLuisdePotosi ] Zacatecas ] Durango ] Chihuahua ] CopperCanyon ] Woestijnrit ]


ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA  /  ANDALUSIË   / ARGENTINIË   /   AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALI   / BALKANREIS / BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GRIEKENLAND  /   GUATEMALA   / HONGARIJE   /  INDIA -NOORD   /   INDIA -ZUID   /   INDIA -RAJASTHAN   /   IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JAVA   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN     /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   /  OEKRAÏNE  / OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   /  ROEMENIË  / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SUMATRA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /   ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN