|

Archeologisch Museum
13.
Museo de Antropologia
Het museum is in 1964 gebouwd door de
befaamde Mexicaanse architect Pedro Ramirez Vasques. Pas in 1968 werd dit
imponerende bouwwerk voor het publiek geopend. Mooi vinden we vooral de enorme
fontein in de vorm van een paddestoel die heel kunstig geconstrueerd is. Het
museum is verdeeld in verschillende afdelingen die allen een bepaalde
cultuurperiode, volk of een gedeelte van het land bestrijken. We brengen er heel
wat uurtjes door.
JAGERS EN
VERZAMELAARS
Mexico was al 10.000 jaar geleden bevolkt en wel door jagers
en verzamelaars. Deze lui, waarschijnlijk de voorvaderen van de Indianen, hebben
onder meer de mammoet hier uitgeroeid, hoewel daar anno 2010 weer aan wordt
getwijfeld. Na de cultivering van de maïs konden de
rondtrekkende stammen hun nomadisch bestaan vaarwel zeggen en zich in vruchtbare
gebieden vestigen. Al eeuwen voor Christus waren grootse culturen in met name de
hoogvlakte gevestigd. Alleen de bekende Olmeken woonden in de nabijheid van de
kust. Daarna verschenen verschillende volkeren met hun verscheidenheid aan
culturen op het toneel, te beginnen met de Teotihuacanen, gevolgd door de
Tolteken en de Azteken in het bassin van de stad Mexico.
|
We bezoeken de hallen en exposities van
al deze volkeren. Het is ongelofelijk om te zien en te ervaren hoe hoog
ontwikkeld met name de Maya's, Zapoteken en de Azteken al waren. Met name van
hun bouwkundige prestaties en hun kennis van de astronomie worden we stil. De
kleinere volkeren (bijvoorbeeld die langs de kusten en uit het woestijnachtige
noorden) kunnen ons minder bekoren. Het gaat hier om de Tarascanen (rond het
meer bij Patzcuaro dat we nog gaan bezoeken), de Huascanen uit de omgeving van
San Luis de
Potosi en de Tarahumara's die bij de Copper Canyon leven. Enkele hoogtepunten
uit dit voortreffelijke museum: de nagebootste crypte uit Palenque (we hebben
die ook in het echt gezien drie jaar eerder), het imponerende zonnewiel (een
soort kalendersteen) en het fronton van een tempel uit Teotihuacán. Daarnaast
zijn het vooral de beelden die onze bewondering wekken. Op de eerste etage wordt
het leven van de Indianen in de verschillende regio's ná Columbus uitgebeeld,
maar daarvoor hebben we geen tijd meer. We drinken nog iets in de dure cafetaria
voor we met een taxi doorgaan naar het westelijke autobusstation
Poniente. Daar
kopen we alvast buskaartjes voor de reis naar Patzcuaro over enige dagen. We
zitten hier in de arme buitenwijken. Dat zie je duidelijk aan de rotzooi op de
grond, de ongure types die er rondhangen en de stinkende markt met kraampjes die
uit afvalmateriaal in elkaar zijn geflanst. De zwaar bewapende politiepelotons
patrouilleren hier niet voor niets. Vlakbij ligt het metrostation Observatorio,
waar we opstappen om die deprimerende derdewereldscènes te verlaten en met de
metro terug naar het centrum gaan.
Het reizen met de metro verloopt soepel
en geruisloos, de Fransen hebben rubberen wielen onder de rijtuigen gelegd. We
eten in een eenvoudige gelegenheid 'alhambres'
(letterlijk: voor de honger), ruime, smakelijke porties met allerlei pittige
gerechten door elkaar. Die avond regent het voortdurend, daarom drinken we duur Bohemia-bier in de hotelbar en niet elders. De regen houdt de hele nacht aan en
overstemt zelfs het lawaai van de 'bomba', tot grote vreugde van Clim.

Mexico-Stad de Maagd van
Guadaloupe
In 1531 verscheen de Maagd Maria aan de Indiaan
Juan Diego. Hij zou later de eerste Indiaanse heilige worden. Een
prent van Maria werd als bewijs van de verschijning afgebeeld op de
mantel van Juan Diego. Dit kleed is nog altijd te bezichtigen in de
kleurrijke nieuwe kathedraal in het noorden van de stad, genoemd
naar Mexico's beschermheilige, de Maagd van Guadaloupe. Dagelijks
komen hier duizenden bidden. En dagelijks steken tientallen pelgrims
het laatste deel van hun tocht op hun knieën het kerkplein over.
Daarbij een spoor van bloed achterlatend. Enigszins beschaamd
fotografeer je ze toch. |
14.
De Zwarte Madonna van Guadeloupe
Hoewel we
pas om half tien opgepikt zouden worden, staat het busje van Linea Gris al om
kwart over negen voor het hotel gereed. Eerst rijden we naar hun kantoor in de
Zona Rosa (de voormalige 'rosse buurt', vandaar de naam), waar we in een ander
busje stappen en ergens op wachten. We schijnen daar niet langdurig te mogen
parkeren en een politieagent maant ons bars te vertrekken. Dus we rijden
rondjes, zo blijven we al bewegende in de buurt. Ondertussen praten we met de
gids in het Engels over de aardbevingen en de 'propina's' (zogenaamde fooien;
eigenlijk smeergeld, steekpenningen) voor de verkeerspolitie.
|
 |
|
 |
Ons eerste doel is
het bedevaartsoord van de Madonna van Guadeloupe in het noorden van de stad. We
stappen uit tussen de kraampjes met relikwieën, religieuze parafernalia en
Mariabeeldjes. We bezichtigen er het opvallend kleine beeld van de "Zwarte
Madonna", terwijl we langzaam op een lopende band eraan voorbij schuiven.
Het lijkt alsof de ogen van de Heilige Maagd ons nastaren. Het volk is erg
devoot en gedraagt zich vol eerbied. Er is net een mis aan de gang in de nieuwe
kerk, een enorm modern gebouw dat uit de jaren zestig stamt en 10.000 gelovigen
kan bevatten. De oude koloniale kerk is te bouwvallig geworden omdat ze langzaam
maar zeker in de zachte grond wegzakt. Op het grote plein voor de kerk plegen arme
zondaars letterlijk door het stof te kruipen uit boetedoening.
We pikken andere
toeristen op: twee jonge mannen uit Chicago, een paartje uit Hannover (het
meisje is uitgerust met een perfect lijf à
la Steffi Graf) en een sympathieke jonge Japanse vrouw die in Harvard heeft
gestudeerd en een maand rondreist voor ze met haar nieuwe baan bij de Unesco in
Parijs gaat beginnen. We rijden eerst weer terug naar het centrum, want de
Duitse heeft haar regenjas vergeten. Daar stappen we opnieuw over, nu in een
grote bus met airco, dat vinden de beide Amerikanen beter. We hebben een andere
gids gekregen, een jonge Mexicaanse, Erna genaamd, die haperend Engels spreekt.
Maar wat zij mist aan vocabulaire vergoedt zij ruimschoots met een
uitgebreid arsenaal aan mimische technieken. Een half uur later zijn we dan
eindelijk in Teotihuacan, na een tijdlang langs een zoutmeer gereden te hebben.
|
Onze Vrouwe van Guadalupe
Populair
pelgrimsoord van de beschermheilige van Latijns-Amerika
De tussen 1531
en 1709 gebouwde basiliek van Onze Vrouwe van Guadalupe staat op de
heuvel Tepeyac, even ten noorden van Mexico-Stad. Naast de kerk
verrees in de jaren 70 van de vorige eeuw een nieuwe omdat de oude
verzakte. Na het Vaticaan in Rome is dit het meest bezochte
rooms-katholieke pelgrimsoord. De nieuwe basiliek biedt plaats aan
10.000 gelovigen.
De oude
basiliek is een eerbetoon aan Juan Diego (1474-1548), aan wie in
1531 de maagd Maria verscheen. Diego was een arme indiaan die zich
tot het katholicisme had bekeerd. Tijdens zijn visioen sprak de
maagd Maria in zijn moedertaal, het Nahuatl, tot hem. Ze vertelde
dat er op de heuvel Tepeyac een kerk moest worden gebouwd. Diego
bracht de plaatselijke bisschop, Fray Juan de Zumaragga, op de
hoogte. Deze geloofde hem niet en bad tot God om een teken ter
bevestiging van het verhaal. Drie dagen later stierf Diego's oom en
zocht hij de priester voor het toedienen van de laatste sacramenten.
De maagd Maria verscheen opnieuw aan hem en zei dat zijn oom was
hersteld. Ze droeg Diego op bloemen te plukken op de heuvel. Hoewel
het winter was, vond hij er rozen. Diego wilde de rozen aan de
bisschop geven, maar toen hij ze uit zijn mantel haalde, vielen ze
op de grond en lieten een blijvende afdruk van de maagd Maria
achter. Ditmaal geloofde de bisschop Diego, en de kerk werd gebouwd
om Diego's mantel als heilig relikwie te huisvesten.
In 2002 werd
Diego zalig verklaard, hoewel hij een omstreden figuur is aan wiens
bestaan wordt getwijfeld. Dit komt deels doordat er weinig
documenten zijn die zijn bestaan bevestigen en deels omdat het
verhaal de katholieken wel erg goed van pas kwam bij het bekeren van
de plaatselijke bevolking. Desondanks werd de Onze Vrouwe van
Guadalupe een icoon van de Mexicaanse identiteit. |

TEOTIHUACAN
Een bijzonder interessante en heel uitgestrekte
archeologische site waar
je uren kunt ronddwalen
|

|

Mexico: Teotihuacan (Unesco
sinds 1987)
De Indiaanse beschavingen van onder meer
Tolteken, Azteken en Inca's tartan het idee dat alleen Europa de
wereld vorm heeft gegeven. Menig kenner legt het begin van deze
episode in Teotihuacan ('stad van de goden'), 50 kilometer ten
noorden van Mexico-Stad. In haar bloeitijd rond 400 na Chr. was het
met 125.000 inwoners de op zes na grootste stad ter wereld. Toen de
Spanjaarden rond 1500 Mexico veroverden, was Teotihuacan al zeven
eeuwen overwoekerd door de natuur. De stad is nu voor een groot deel
blootgelegd en je kunt de fascinerende, wel 50 tot 60 meter hoge
tempels van de Zon en de Maan zelfs beklimmen.
http://archaeology.1a.asu.edu/teo/ |
|
 |
15.
Archeologische parel Teotihuacán
Voor we de echte site
gaan bezoeken stoppen we bij de geijkte 'tourist trap', de souvenirshop. Daar
krijgen we enkele gratis glaasjes tequila en mescal aangeboden. De souvenirs
bestaan vooral uit kunstig bewerkte beelden van allerlei soorten materiaal van
steen; ze zijn
van hoge kwaliteit en van navenant prijsniveau. We kopen er niets.
Buiten staat
een aan alcohol verslaafde muilezel die hele flessen bier in één grote slok
achterover slaat, en dat de hele dag door!. Verder zijn er nog handwerklieden
aan de gang met weven en slijpen van steen; een soort 'oude ambachten' op zwoele
zomerse zaterdagmiddagen in Nederland, daar lijkt het een beetje op. We rijden
met de bus rond het uitgestrekte opgravingterrein en gaan door de oostelijke
ingang naar binnen. We talmen niet lang en beklimmen dadelijk de 63 meter hoge
Piramide van de Zon.
|
Na tien minuten staan
we op de top, waar het enigszins dringen is geblazen, we zijn niet bepaald de
enigen hier. Mooi uitzicht over het hele gebied. De vallei is omringd door
bergen. Jammer genoeg is het zwaar bewolkt, waardoor mijn foto's van slechte
kwaliteit zijn. De foto's van Clim met
zijn compact camera, die zich automatisch op de lichtomstandigheden instelt,
zijn daarentegen wel goed gelukt. We lopen de Avenida de la Muerte (Laan van de
Dood) af, waar we om de tien meter door de zoveelste illegale verkoper met
beeldjes en dergelijke worden belaagd. Eigenlijk mogen die zich niet op het
terrein van Teotihuacán ophouden, maar een kleine propina aan de
toezichthouders en controleurs (die doorgaans trouwens toch liggen te dutten in
de schaduw) verricht ook hier wonderen. Aan de Avenida liggen tientallen
kleinere piramiden. Op het einde doemt de Piramide van de Maan op, met zijn 46
meter
hoogte iets kleiner dan zijn grote broer, die van de Zon. Ik spaar mijn
versleten knieën en blijf beneden wachten terwijl Clim naar boven klautert.

 |
 |
Teotihuacan
(San Juan, Mexico)
Indrukwekkende en
mysterieuze ruïnes van een eeuwenoude
Meso-Amerikaanse stad
“Een
tijdloze plaats, alsof hij altijd heeft bestaan en er tot in
eeuwigheid zal blijven. "
Esther Pasztory, historica
Teotihuacan,
eens de plaats van een antieke stad, ligt 40 km ten noorden van
Mexico-Stad. Teotihuacan werd bewoond vanaf 200 v.Chr. en was
vanaf 150 n.Chr, een belangrijk economisch, politiek en
religieus centrum. In de bloeiperiode van 200 tot 400 n.Chr.
woonden er 150.000 tot 250.000 mensen, stonden er 2000 gebouwen
en besloeg de stad meer dan 30 km2, waarmee het een
van de grootste steden op het Amerikaanse continent en van de
antieke wereld was. De Azteken gaven de stad zijn naam - die
'plaats waar men god wordt' - betekent. Archeologen kunnen
echter niet met zekerheid zeggen welk volk de plaats stichtte.
Men vermoedt dat het de Totonaken waren.
Op het
enorme terrein bevindt zich de op twee na grootse piramide ter
wereld, de Zonnepiramide, die 65 meter hoog is en in 100 n. Chr.
werd gebouwd. De piramide is door een brede centrale laan, de
Avenue der Doden, verbonden met de Maanpiramide. Van beide
bouwwerken wordt gedacht dat ze rood waren geverfd en bepalend
waren voor het silhouet van de stad. Aan de laan staan tempels
en paleizen, zoals het Paleis van de Jaguars met zijn
muurschilderingen van jaguars met gevederde hoofdtooien, en het
Paleis van de Quetzal met zijn gebeeldhouwde pilaren waarop een
dier — half vogel, half vlinder — te zien is.
De stad
Teotihuacan werd in 700 verlaten, toen hij werd verwoest door
een brand, die wellicht was aangestoken door de rivaliserende
Tolteken of het gevolg was van interne onlusten. Vermoedelijk
vertrokken de bewoners al vanaf 650, waarschijnlijk vanwege
droogte en uitputting van de omringende landbouwgronden,
waardoor er niet voldoende voedsel was. De bouwwerken die door
de brand werden beschadigd lijken vooral gebouwen van het
bestuur en de hogere standen te zijn. Wellicht was het een
wraakoefening van de opstandige en hongerige bevolking. |
Inmiddels is het tijd geworden om te
lunchen, we hebben daar 9 dollar extra voor betaald. Het is een lopend buffet
dat met een Indiaanse liveshow met dans en muziek wordt opgevrolijkt. Clim vist
bij de schaal met gebraden kip herhaaldelijk achter het net. Ik maak een praatje
met de Japanse, die alleen maar salade en zo eet. Om half vier staan bezoeken
aan de Citadel en aan de Tempel van Quatzalcoátl op het programma. We krijgen
er een rondleiding. Bij ons bestaat de indruk dat de mooiste stukken weg zijn en
nu in het museum in de Stad staan te pronken. Om een oude man een plezier te
doen koop ik van hem wat verschoten prentbriefkaarten. Op de terugweg houdt Erna een
quiz, waarbij ze er angstvallig voor zorgt dat we allemaal een kleinigheid
winnen. Clim speelt het spelletje niet mee en beantwoordt expres (?) alles fout.
Tenslotte stelt Erna vertwijfeld haar laatste vraag: "Okay, what's my
name?" “Elisabeth,” antwoordt Clim doodleuk.
Om half zes worden we voor ons hotel
afgezet. Die avond blijft de regen uit, zodat we nog wat door de straten kunnen
zwerven. Even voorbij de Alameda belanden we toevallig bij het monumentale
postkantoor, de Correos genaamd, waar we postzegels kopen in een art deco
interieur met veel balustraden en trapleuningen van smeedijzer. Eten doen we bij
de Taco Inn, ze hebben daar ook fantastische cappuccino’s. De volgende morgen
betaalt Clim met Thomas Cook travelers cheques het hotel en haal ik ons kluisje
leeg. Met een Volkswagen 'beetle' laten we ons naar het autobusstation Poniente
(betekent: westen) brengen om daar de reis naar het stadje Patzcuaro aan te
vangen.


|