|
|
DURANGORoute Noord - Mexico
32.
Clim hoeft eens géén 'huevos fritos’!
Die ochtend doet zich een merkwaardige gebeurtenis voor: Clim wil geen gebakken eieren met spek voor het ontbijt! Die moet zich dus wel echt niet lekker voelen, want op vakantie beweegt hij normaal gesproken hemel en aarde om maar eitjes geserveerd te krijgen. (Een ander duidelijk signaal dat hij niet lekker in zijn vel zit is het afwijzen van een biertje.) Hij blijkt nog steeds diarree te hebben. Op het busstation volgen enkele hectische minuten. We hebben niet kunnen reserveren (het is een doorgaande bus, vandaar) en ik ben genoodzaakt voor de balie te dringen om een kaartje te bemachtigen. De bus komt ook nog eens een half uur te laat aan, wat onze onzekerheid nog eens vergroot. Gelukkig is er plaats. Onderweg stoppen we vier keer. We doorkruisen nog steeds de dorre hoogvlakten. Hier en daar zijn er wel bevloeide velden te bekennen. In de verte schemeren voortdurend de gekartelde toppen van de sierra's. Na een rit van vier uur komen we aan in de stad Durango. Het is een grote stad met meer dan 600.000 inwoners, al zou je dat op deze warme zomernamiddag niet direct zeggen als je de uitgestorven straten ziet. Maar goed, het is siëstatijd, tegen de avond zal het beslist drukker zijn op straat met duizenden flanerende mensen. Een taxi brengt ons naar een statig driesterrenhotel pal naast de Catedral. Die sterren verdient het hotel geenszins, het is alleen slecht onderhouden, vergane glorie die er geboden wordt. Op de ooit schitterende kroonluchters in de monumentale patio's bijvoorbeeld ligt duimendik de stof van jaren. Alles maakt een verwaarloosde indruk en ruikt muf. De sanitaire voorzieningen zijn er beneden alle maat. Maar goed, laten we niet te veel klagen. We hebben een balkon en uiteindelijk betalen we hier maar vijftien gulden per nacht; geen toeristenstad dus, dit Durango. We zijn dan ook van plan om de volgende dag al door te reizen naar Chihuahua.
33.
De industriestad Durango
We vragen ons af hoe al die mensen in deze negorij aan de kost komen. Het antwoord is eigenlijk simpel; niet door landbouw en veeteelt, maar door industrie. In de stad hangt een echte zondagse sfeer van luieren en kuieren. Dat doen wij dus ook maar. Hier komen blijkbaar niet veel toeristen, want in het park waar we bij een paviljoen torta en drank bestellen worden we door alle autochtonen als een bezienswaardigheid beschouwt. Iedereen staart ons aan, we krijgen het er benauwd van. Het centrum heeft nou niet echt veel aan architectonisch schoons te bieden, hoewel de Plaza de Armas wel de moeite waard is. Een wolkbreuk dwingt ons te schuilen in de kathedraal. Daar begint net de mis van 18.00 uur en dat trekt ons niet aan, dus keren we terug naar het hotel.
We eten in een restaurant verderop in de straat waar de
dienstertjes een wedstrijd houden wie het kortste rokje draagt. Mijn gerecht 'à
la pastor' (op de boerenwijze) is zo pittig gekruid dat mijn maag ervan in
opstand komt. Op het kleine intieme pleintje van Santa Ana genieten we van de
avondschemering. Dan volgt een heuse speurtocht naar bier. De meeste kleine
zaakjes zijn dicht, evenals de drankwinkels. We lopen verschillende restaurants
binnen, maar ook daar verkopen ze geen bier. Het lijkt er op alsof de stad
drooggelegd is door een klerikale burgemeester. Als we de hoop al opgegeven
hebben ontdekken we pal naast ons eigen hotel een echte cantina. Bij ons
binnenkomen maken de zuipende macho's aan de toog schampere opmerkingen, maar
als we manmoedig aan het bier beginnen verandert hun minachting voor onze nette
kleding en brillen en worden we geaccepteerd. Clim slaat hier nog een voorraad
Delicados in, want deze sigaretten zonder filter zijn in Mexico lang niet overal
verkrijgbaar. Om zes uur is op het plein een fiësta begonnen: er staat een
feesttent, een podium en de straten zijn deels afgezet. Er worden
folkloristische dansen getoond en er wordt afgrijselijk vals
bij gezongen. We vrezen
het ergste wat betreft geluidsoverlast die avond en nacht, maar als we na negen
uur terugkomen is het feest al afgelopen.
34.
Cowboy- en cattle country
Ook worden we een keer aangehouden door een peloton militairen die minutieus onze bagage doorzoekt op 'drogas y armas' (drugs en wapens). We vinden dit niet prettig. Steeds als onze tassen onderzocht worden zijn we er als de kippen bij om te voorkomen dat ze ons flikken door er stiekem drugs in te stoppen. Gelukkig loopt het niet zo'n vaart.Als we tegen zes uur 's avonds sloppenwijken bereiken, kan de miljoenenstad Chihuahua niet ver meer zijn. Alles wijst er op dat dit een grote en tamelijkwelvarende stad is. Brede avenues doorkruisen de ruim opgezette stad. De straten zijn genummerd of worden met een letter van het alfabet aangeduid, net zoals in de USA. De stad draagt een onmiskenbaar Noord-Amerikaans karakter. We zien hier ook meer blonde mensen lopen en Mexicanen met een lichte huid. |