|

In de Oude Steentijd werden er al resten gevonden
van menselijke bewoning in een gebied ten zuiden van Casablanca. Na de laatste
ijstijd gingen volkeren zich rond de kust van de Middellandse Zee vestigen. Ook
in Marokko, rond 3000 voor Christus, vestigde er zich een volk van jagers en en
rondtrekkende nomaden. De eerst inheemse bewoners van Marokko waren de Berbers,
die bekend stonden als een oorlogszuchtig, fanatiek volk, dat zich snel in het
Middellandse Zee-gebied vermenigvuldigde.
Feniciërs
Rond 1000 voor Christus kwamen vanuit het huidige Libanon de Feniciërs naar
Marokko, met het doel er handelsposten te stichten. Al snel vestigden deze
handelaren zich in verschillende streken en kunnen worden beschouwd als de
vaders van het oude Marokko. Zij specialiseerden zich in de handel van
steenhouwen, pottenbakkerij, weefkunst, metaalbewerking en landbouw. In de zesde
eeuw voor Christus heerste de leider Carthago in het Middellandse - Zee gebied,
hij was de leider van alle Feniciërs, waaronder ook Marokko viel. In 146 voor
Christus kwam een einde aan deze overheersing, nadat de Romeinen het rijk van de
Carthaagse overheerser omver hadden geworpen. De Romeinen hadden de macht in het
noorden van Marokko en noemden het Mauritanië Tingitana, nadat ze eerst al
Mauritanië hadden veroverd. In 429 na Christus veroverde de stam der Baquaten
het gebied van de Romeinen, in 533 werd dit volk weer verdreven door een
Byzantijnse legermacht.
Islam
De dood van de profeet Mohammed, die het nieuwe geloof van de Islam had
gesticht, luidde een nieuw tijdperk in. In een poging om de Islam te verbreiden,
trokken de Arabieren langs de kust van de Middellandse Zee naar het Westen.
Daarbij stuitten ze op veel verzet van de Berbers. In 683 stootte de Arabische
legeraanvoerder Okba ben Nafi door naar de gebieden Sous en Ziz en bereikte als
eerste de Atlantische Oceaan, maar hij werd weer door de Berbers teruggedrongen.
In 710 had een andere veldheer, Moussa ben Noussir het gehele Marokkaanse gebied
veroverd, Marokko werd daarbij een islamitisch land. Toch lukte het de Arabieren
niet om de Berbers onder de duim te houden, zij bleven zich verzetten. In 788
komt een nazaat van de profeet Mohammed, Idris I, in Volubilis aan. Hij weet het
vertrouwen op te wekken van de Berbers, die tot de stam van de Aouraba behoren,
en wordt tot hun leider uitgeroepen. Na zijn dood volgt zijn zoon Idris II hem
op, die over Centraal-Marokko heerste en de plaats Fès stichtte als een bolwerk
van de Arabische en islamitische cultuur. Na zijn dood werd het land voor zijn
zonen opgedeeld, waardoor de macht bij meerdere leiders kwam te liggen.
Meriniden
In de elfde eeuw was Marokko verdeeld in vele koninkrijkjes, die vaak in
vijandschap met elkaar leefden.Youssef ben Tachfin, stichter van de Almoraviden,
wist vanaf 1040 een aantal gebieden te veroveren, van de rivier de Niger diep in
Afrika tot aan delen van Zuid-Spanje, waarbij hij ook Marokko onder zijn hoede
had. In de periode van 1146 - 1248 werd de macht overgenomen door de Almohaden,
maar zij werden in 1213 bij Las Navas de Tolosa in Spanje een grote nederlaag
toegebracht door de christenen. Een andere stam, de Meriniden onder leiding van
strijder Beni Merin, profiteerde daar van en nam de macht over. Drie eeuwen lang
heerste dit volk over onder meer Marokko, dat een grote bloei doormaakte. Met
name de karavaantransporten door de woestijn met goud, ivoor en olie leverde een
fortuin op. Maar ook dit koninkrijk raakte in verval, nadat de naar expansie
strevende Portugezen grote gebieden langs de kust van Marokko veroverden.
De bloeddorstige
De Saädiërs wisten zowel de Portugezen als de Meriniden te verdrijven. In 1510
viel de Portugeze enclave Adagir, die na ruim dertig jaar vechten werd
ingenomen. Enkele jaren later namen de Saädiërs Fès in, de hoofdstad van de
Meriniden. Ook wonnen de Saädiërs de slag bij Ksar el Kebir, waarbij de
Portugezen een harde slag werd toegebracht. Na een bloeitijd van de Saädiërs
kwam de Alawieten aan de macht, van wie Moulay Ismaïl van 1672 tot 1726 hun
machtige leider was. Hij bracht orde tussen de diverse Berberstammen en regeerde
het land met wrede hand, hij werd ook wel 'de bloeddorstige' genoemd. Wel genoot
hij van het leven, zo kon hij terecht in een harem met meer dan vijfhonderd
vrouwen.
Franse kolonialisten
De Franse overheersing begon rond 1830 met de bezetting van Algiers. Europa
kreeg steeds meer invloed op Marokko, er werd in steden als Tanger, Algiers en
Casablanca betaald met de Franse Franc. De Marokkaanse stammen hadden nog wel
geprobeerd om de Fransen te verdrijven, maar onder leiding van Moulay Abd Er
Rahman en Abd El Kader werden de Berberstammen verslagen. In 1844 moesten de
Marokkanen een verdrag ondertekenen, waardoor ze de weg vrijmaakten voor de
Franse bezetters, die ook Algerije wilden innemen. Op de conferentie van
Algeciras in 1906 kreeg Frankrijk het protectoraat over Marokko, andere gebieden
kwamen aan Spanje toe, maar Frankrijk breidde langzaam haar macht in de
omliggende gebieden uit en in 1912 was een groot deel van Marokko onder Franse
invloedssfeer. Het Rifgebergte kwam onder Spaanse bewind en Tanger werd een
internationale tolvrije zone. De Franse generaal Lyautey, van 1912 tot 1925
resident-generaal in Marokko, was verantwoordelijk voor het protectoraat van het
land. Er ontstonden opstanden tegen het Franse bewind door nationalistische
groeperingen die naar onafhankelijkheid streefden. In de tweede wereldoorlog
werd de rol van de Fransen verder verzwakt. Naast onderdrukking van het
koloniaal bewind, dat veertig jaar duurde, hadden de Marokkanen er ook profijt
van. De infrastructuur van het land verbeterde drastisch, er kwamen vliegvelden,
bruggen, wegen, spoorlijnen, havens en dammen, gezondheidscentra en andere
voorzieningen.
Onafhankelijk
In 1944 steunde de sultan van Marokko, Sidi Mohammed ben Youssef, de
Istizlal-partij, die naar onafhankelijkheid streefde. Weliswaar werd de sultan
in 1953 verbannen naar het eiland Madagaskar, maar twee jaar later keerde hij
terug in Marokko. Er ontstond een guerrillaoorlog tegen de Fransen en dat leidde
op 2 maart 1956 tot de onafhankelijkheid van Marokko. De sultan werd na zijn
dood in 1961 opgevolgd door zijn zoon Hassan II, die ondanks economische crises
en mislukte staatsgrepen dertig jaar lang aan de macht blijft. Koning Hassan II
verwierf grote sympathie met een door hem georganiseerde mars op 6 augustus
1975, waar 350.000 demonstranten naar de grens van Mauritanië trekken, om te
protesteren tegen de bezetting van West-Sahara door de Spanjaarden. Dit gebied
werd opgegeven door Spanje en ingelijfd door Marokko. Meer dan 150.000
Sahraouï-bewoners van West-Sahara zochten hun toevlucht in het Algerijnse
Tindouf gebied en begonnen een vrijheidsoorlog, onder leiding van de
Polisario-beweging. In 1979 bezette Koning Hassan II ook het zuidelijk deel van
West-Sahara. In mei 1988 werden de diplomatieke betrekkingen met Algerije
hersteld. Tijdens de Golfoorlog in 1991 stuurde Marokko 1300 soldaten die voor
de geallieerde coalitie streed, onder leiding van de Verenigde Staten. Maar het
Marokkaanse volk stond achter Irak en demonstreerde in februari 1991 massaal in
een anti-westerse sfeer.

 |