|
|
|
Een nacht hotsen en botsen
De nachtelijke busreis is in één woord een
martelgang. We hebben plaats genoeg, de bus is maar half vol, maar op de
slecht onderhouden wegen van India's platteland gaat er geen seconde voorbij
zonder schokken of trillingen. Ondanks onze nekkussens doen we geen oog dicht.
Daarbij komt nog een vriestemperatuur van de airco en 't oorverdovende
geschetter van de Indiase popmuziek die de chauffeur zo nodig moet wakker
houden. We stoppen twee keer tijdens de helse rit. Clim gaat naar buiten en
maakt een praatje met de medereizigers die alles best vinden, zo lang zo maar
vooruit komen. Enkele jonge knapen willen onze walkman en nekkussens lenen,
hetgeen we toestaan, maar niet voor lang. Na enkele uurtjes gaat de airco uit,
misschien is hij wel kapot, en wordt het ondraaglijk benauwd. We balen van die
eeuwige extremen in dit land. Van de andere kant maakt dit ook deel uit van de
aantrekkelijkheid van India voor ons, dus laten we niet te veel klagen. Wat
comfort aangaat vinden we de nachttrein verre te verkiezen boven deze vorm van
nachtelijk vervoer. De bussen zijn wèl sneller en goedkoper dan eersteklas
treinplaatsen.
Ochtendrituelen
bij de straatslapers
Rond zes uur in 't ochtendgrauwen wordt het wegdek beter. Dat betekent dat we Bombay binnenrijden. Een half uur duurt het nog. Langs de rand van de weg ontwaren we vage figuren die voorbij de gevels schuifelen, bij de goot zitten schimmige figuren van alle leeftijden te piesen, poepen of zich te wassen. De onderwereld van de "pavement dwellers", de dakloze trottoirbewoners is net wakker. Om half zeven komen we op Crawford Market aan, een penetrante visgeur begroet ons. De afstand tot Colaba in het echte centrum is ons onbekend, dus gaan we in zee met de enige taxi die er staat. Hij zal ons voor 80 roepie brengen, een enorm bedrag eigenlijk. Bij Colaba is niets vrij en een Japanner wijst ons de weg naar het dure Ritz-hotel. Ook vol. De taxichauffeur, die meer poen wil, schelden we weg. We zijn met het verkeerde been uit bed gestapt. Zittend op de stoep overleggen we even. We lopen een eindje en kijk, naast het Ambassador-hotel ontdekt Clim een heel aardig hotelletje, het Chateau Windsor Guest House, met op de vijfde etage een vierpersoonskamer met alles "drum und dran": tv, prima sanitair, 4 bedden, 10 werkende lampen, airco. We bedenken ons niet lang. Om half acht duiken we in bed om gemiste slaap in te halen.
Drie
keer is scheepsrecht
Om 10 uur gaan we weer op pad: Clim enigszins
uitgerust, Jos helemaal niet. Hij is nog gebroken van die vreselijke reis en
is snotverkouden. Aan de balie
bij de receptie komen we een oude bekende tegen. Het is de aristocratische
Engelsman die we ook al in het treintje naar Ooty en in het Maharadjapaleis van Mysore zijn tegengekomen. Deze keer geeft
hij wel een minzame blijk van herkenning. Toch minder stoïcijns dan we
dachten. We maken een fikse wandeling. Eerst bekijken we de zee, vanaf de
Marine Drive. We kunnen alle bekende punten aanwijzen: Nariman Point, Malabar
Hill, Chowpatty Beach. Dan gaan we de stad in. We zitten in het oude,
koloniale centrum, dus nog veel klassieke architectuur te zien, redelijk goed
onderhouden. De hele stad (dat wil zeggen de binnenstad met zijn toeristen- en
zakenwijken) vinden we toch al on-Indiaasch clean. Het verkeer is er zwaar
gemotoriseerd; nauwelijks fietsers, weinig scooters en brommers. Riksja's
worden al helemaal uit het centrum geweerd. Dit doet de charme van de stad
geen goed, maar ze is er wel overzichtelijker door geworden. En, geen enkele
heilige koe te bekennen! Waar zijn we hier eigenlijk? Ons bevalt het wel.
Jammer genoeg is het geen mooi wandelweer. De vochtigheidsgraad is hoog, de
lucht blijft onbewolkt de hele dag. Voor het eerst na een lange periode van
moessonregens en overstromingen heeft Bombay weer eens een dagje zon. We
treffen het maar weer. Victoria
Terminal Station
Op straat ontdekken we bij een boekenstalletje échte
harde porno aan, een teken dat de liberalisering van de regering serieus
genomen moet worden. Het kantoor van American Express ligt dichtbij, het
kantoor van de AMRO - Bank trouwens ook. Jullie moeten het gebouw een beetje beter
onderhouden, beste bankjongens in de buitendienst! We steken de Maydan (een
open, groene vlakte) over en passeren het Secretariaat, het Hooggerechtshof en
het Telegraafgebouw op weg naar de Victoria Terminal, het oude, statige
centrale stationsgebouw in een unieke Saraceens-Britse stijl. Het is er druk;
de reizigers moeten zich in uitpuilende coupés wringen. We herkennen dit alles van ansichtkaarten, fotoboeken en tv-documentaires.
We maken de geijkte foto's. Vlakbij liggen het General Post Office en de
Vuurtempel van de Parsi's, die we niet bezoeken. We zijn na enkele kilometers
wandelen al doornat van het zweet en doodmoe. In een parkje leggen we ons in de schaduw te
rusten. Om ons heen draalt een jonge Indiase. Ze wil iets op haar rug
bijverdienen, ze
lonkt ons toe maar niet al te openlijk. Jos wil bij haar informeren hoe de
prijzen hier tegenwoordig liggen. Zover komt het echter niet.
Kim,
een Chinees uit Maleisië in India
Een volgende ruk brengt ons via de Mint en de Town Hall bij de Kathedraal. Die gaan we binnen, de donkere spelonk brengt echter geen verkoeling. Veel gebeeldhouwde gedenkstenen ter nagedachtenis aan, vooral jonge, omgekomen Engelse kolonialen. Een stuk verderop bereiken we de "Gateway to India", een triomfboog in Gujarati-stijl. Ertegenover ligt het beroemde Taj Mahal-Hotel. Op de pier, we zijn aan de waterkant aan de Bombay Bay zijde, heerst een echte zondagmiddagsfeer. Veel dagtoeristen en de veerbootjes naar de eilanden varen af en aan. Het is er aangenaam verpozen, hoewel het broeierig warm is ondanks de frisse zeebries. We ontmoeten er opnieuw de Japanner van vanmorgen vroeg in Colaba. Alleen, het is geen Japanner, maar een Chinees uit het Maleisische Penang, Kim geheten. Hij voegt zich bij ons en vertelt honderduit, hij blijkt een echte bron van informatie. Met hem lopen we naar het Air India-office om onze reis nogmaals te reconfirmeren. Kim reist al maanden in deze contreien rond. Vanuit Nepal is hij naar Goa vertrokken, waar ze hem op bezit van ganja (hasjiesj) hebben betrapt: 3 dagen zitten, alle bezittingen inclusief geld verbeurd verklaard. Dus, de knaap zit aan de grond! Hij ziet er eigenlijk ook uit als een drugsgebruiker: mager, bleek, slecht gebit. Dom is hij niet en hij komt sympathiek over. Het onvermijdelijke gebedel begint. Om van hem af te zijn scheept Jos hem met 100 roepie af. Veel te veel volgens Clim. Inderdaad, gezien tegen de achtergrond van de fooien en aalmoezen die normaal onze handen verlaten is dat veel te veel. Maar ja, Jos vond hem nu eenmaal aardig en hij had nog eens een goed verhaal ook.
Prince
of Wales - Museum
Ons hotel bevindt zich zoals gezegd op de vijfde
etage van een oud herenhuis. Onder aan de ingang staan vier wachtposten elkaar
te amuseren. De onderste vier etages zijn koopappartementen en worden door de
'happy few' bewoond. We zien er zelfs chique dames die hun poedeltje uitlaten,
zoiets verwacht je hier toch niet? In de lift hangt een bordje met de
veelzeggende tekst: "Servants
may only take use of the lift if accompanied by children!"
Zo ging
het hier vroeger dus aan toe. In de buurt nemen we een vegetarische lunch,
lekker. Daarna bezoeken we het overvolle "Prince of Wales" -
Museum. Een overvloedige collectie, ook mooi geëxposeerd. Het is alleen te
druk naar onze smaak, het is zondagmiddag, vandaar. Buiten het fraaie gebouw
met zijn siertuinen gulpen we ieder een literfles mineraalwater naar binnen.
Hup, terug naar onze ruime en gekoelde vierpersoonskamer!
Verwesterde
smaak
In dezelfde straat als ons hotel liggen heel wat, vaak duurdere, eettenten en restaurants. We kiezen een soort Indiase Mc Donalds-versie waar we pizza eten en cappuccino na drinken. Alvast wennen aan de westerse smaak. We zitten toch wel in een bourgeois wijk, de mensen zijn hier allen duur en smaakvol gekleed. Daarom staan ook al die bewakers hier op straat. Er worden wel bedelaars getolereerd, mits zij zich maar aan "low profile" houden. Toeristen zoals wij mogen ze lastigvallen, maar autochtone Indiërs uit de gegoede burgerij, laat staan Brahmanen, zijn taboe. Pas tijdens onze avondwandeling worden we ons dit echt gewaar, als ze uit de diepe schaduwen van de spelonken naar ons toe kruipen. We zijn verschillende kroegjes naar onze smaak tegengekomen, het bier is er goed en goedkoop en het eten overal zonder uitzondering non-vegetarisch. Bombay is in dit gedeelte inderdaad kosmopolitisch en liberaal. We mijmeren nog een tijdje na op de kademuur langs de boulevard. Morgen is het onze laatste volle dag hier! Naar
de grotten van Elephanta Island
De laatste dag in het Zuidaziatische subcontinent!
Uitchecken en bagage achterlaten. Te voet naar Nariman Point, daar kunnen we
niet verder. We maken een omweg door het zakencentrum met hoogbouw en zo.
Indiërs in kostuums, een vreemd gezicht. Het is razend druk op de trottoirs,
bij elke stap moet je uitkijken dat je niemand omverloopt. We komen een
Japanse tegen die met ons naar Ellora is geweest, drie dagen geleden. Toen
heeft ze de hele trip niets gezegd. Nu glimlacht ze echter. Nee, ze komt niet
uit Penang, Maleisië. Die fout maken we niet meer. Bij de Gateway of India
(een soort triomfboog dus) lopen we Kim
op dezelfde plek als gisteren tegen het lijf. Jos vraagt hem cynisch hoe zijn
zaken lopen: heeft hij bijvoorbeeld al andere goedgelovige toeristen aan de
haak geslagen? Hij geeft geen krimp, die ondoordringbare oosterlingen ook,
maar zijn ogen verraden dat hij de opmerking niet leuk vindt. Aan boord zitten
veel meer westerse toeristen dan we gewend zijn. Sommige ervan zullen we in
het vliegtuig terug zien. Vanaf het water hebben we een mooi uitzicht op de
oever van Colaba met de Gateway en het Taj-Hotel. Even later varen we al langs
een oorlogshaven met kruisers en torpedobootjagers. Het is een aangename
tocht. We observeren de manier waarop Indiase ouders met hun kinderen
omspringen, veel te tolerant naar onze mening. Tot een bepaalde leeftijd
kunnen ze zich alles permitteren, vooral de jongetjes die stamhouder zijn. Het
is dan ook een gedrein en gejengel van jewelste. We hebben het hier over
ouders uit de middenklassen.
Verrassingsaanval
van hongerige apen
Bij Elephanta moeten we op een bijzonder primitieve
manier aan land, overstappen op een bootje dat geboomd moet worden.
Volksvrouwen helpen een handje; tegen klinkende munt uiteraard, dat spreekt
vanzelf. Via een pier bereiken we het vasteland. Allereerst zetten we ons aan
de lunch: omelet met sandwich en gewoon water. Plotseling komt er een
grote aap als uit het niets naast Jos te voorschijn, grijpt zijn sandwich en maakt zich uit de
voeten voor we hersteld zijn van de verrassingsaanval. Een ouwe man met een
stok wil ons beschermen, maar volgens ons speelt hij onder één hoedje met
dat brutale beest. Zijn diensten liggen er te dik bovenop. We beklimmen de
trappen die de berg opvoeren.We kunnen ons ook met een draagstoel omhoog laten
brengen, maar we voelen ons daarvoor te weinig pasja en zien er dus vanaf. De
grotten boven zijn niet echt te vergelijken met die van Ellora. Ze zijn veel
groter en opener, meer open galerijen, en zijn ouder; ze stammen uit de 2de
eeuw. Die van Ellora zijn in de 8e, 9e eeuw uitgehouwen. De beelden zijn er
wel tweemaal zo groot als in Ellora. We bekijken de zaak niet echt intensief.
We beginnen aan een wandeling rondom het eiland, maar na een paar minuten doet
de drukkende hitte ons weer omkeren. Bij een kiosk pauzeren we. Een schurftige
hond wordt door wegarbeiders met stenen bekogeld. Het arme beest vlucht naar
Jos en schurkt vol vertrouwen tegen hem aan. De aanvallers staken het
bombardement, bang als ze zijn die westerse dierenliefhebber te raken. Over
instinct van honden gesproken. We hebben het vaker gezien, Indiërs springen
bepaald niet zachtzinnig met dieren om. Tenzij ze heilig zijn natuurlijk
.....
Exquise
English High Tea in Taj - Hotel
De grootste stad van India |