|
|
MEER INFO BANGALOREBangalore,
“stad van de bonen”
Al met al zijn we pas rond half drie in de "stad van de bonen", de ‘boomtown’ Bangalore met zijn schone industrie (elektronica, vliegtuigbouw, ruimtevaart). Eerste klas hotel met 2de klas roomservice. Clim maakt de fout om de kamerjongen alvast fooi te geven voordat hij ons handdoeken en dergelijke brengt. Nou, zoals verwacht, die komt nooit meer terug. Waarom zou hij, de buit is toch binnen? Roomservice gebeld, komt in orde meteen, onmiddellijk. Een half uur later zitten we nog steeds te wachten. Het wordt Clim te veel, hij wil zich douchen en heeft een handdoek nodig! Hij vindt een heel nest roomboys nietsnuttend in een kamer bij elkaar, loopt naar de linnenkast, rukt die open, grijpt er een stel handdoeken, slopen en lakens uit, maakt een niet nader te beschrijven gebaar naar de uitvreters en beent terug naar de kamer. Zo moet je dat oplossen hier, zegt hij tevreden. Een uur later belt de roomservice: klopt het dat wij handdoeken nodig hebben? Jos bedwingt zich en legt voorzichtig de hoorn op de haak. Wat een organisatie….
High
society restaurant Paradise
De
setting op het eilandje, kunstmatig uiteraard, van het high society restaurant
Paradise is perfect, het zij gezegd. Allen om één grote tafel, nog niet eens
rond. Het is de duurste tent van de hele stad. We worden voor een etentje
uitgenodigd waar een fors prijskaartje aan hangt en we moeten nog zelf
betalen ook! Echt gezellig is het niet meer. Het eten is van hoge
kwaliteit, de biefstuk bijvoorbeeld is een van de betere die we ooit gehad
hebben. Wat rekt het diner zich lang! Af en toe staat Jos op en kuiert wat
rond. Na elven beginnen er enkelen quasi geïnspireerd te dansen. Om
middernacht is de tijd om af te rekenen aangebroken. Iedereen moet zelf
uitrekenen hoeveel hij moet betalen, de meeste vergeten de extra belasting en zo.
Resultaat, het opgehaalde bedrag is vele honderden roepies minder dan de
eindafrekening aangeeft. De reisbegeleidster en het potje moeten bijlappen, want de meeste
zijn al op eigen houtje terug naar het hotel. Het mooiste van dit alles is dat
de initiatiefnemers, de aanstichters van deze ramp, als eersten in alle stilte
zijn verdwenen, als een dief in de nacht zijn ze er tussenuit geknepen... Het luxediner kostte gemiddeld
400 roepie: een maandloon van een arbeider hier. Nachtelijk dolen door de ‘boomtown’
Al
foeterend en balend lopend we daarna door nachtelijk Bangalore. Er is geen kip
op straat, zelfs geen daklozen liggen hier op de stoep. Geen enkele bedelaar kruist
ons pad, wat in dit land een unicum mag heten. We raken de weg kwijt. We nemen een eenzame motorriksja in de hand,
die kent het hotel ook niet, maar wil wel mee helpen zoeken. Hij raakt net als
ons hopeloos verdwaald. Een drietal dronken jongelingen op een scooter gaat
ons vervolgens voor. We bedenken dat zij ons met die overmacht best kunnen
overvallen en Jos begint alvast allerlei overlevingsstrategieën
te verzinnen. Maar we komen er toch uit met behulp van de portier van
een concurrerend hotel. De riksjajongen eist ineens veel meer geld dan
overeengekomen. Onze portier erbij, we middelen de prijzen en de zaak is
geklaard. Jos heeft
voor alle
zekerheid al die tijd zijn Zwitsers legermes bij de hand gehouden, nou, dat kan hij nu met een gerust hart opbergen. Op onze
kamer nemen we alsnog enkele slokjes whisky om de gevoelens van frustratie weg
te drinken.
Verlost van de groep, all alone
We zijn nu van de groep "verlost". Het is eigenlijk best meegevallen. Echte problemen hebben zich niet voorgedaan en met verscheidene leden hebben we erg goed kunnen opschieten. Alleen dat eeuwige te laat komen en het schenden van afspraken, dat is iets waar wij simpele zielen steeds moeite mee hebben gehad. Ook het voldoen aan egoïstische individuele wensen en de geforceerde vrolijkheid vonden we negatieve aspecten. Positief daarentegen was de eruditie, de tolerantie en de bereisdheid van de leden. Van de meeste medereizigers konden we op dat gebied best iets leren. Rare jongens, die Indiërs
We worden gewekt door de laundry service. Dat zul je nu altijd hebben in dit land! Wil je eens uitslapen, dan bellen ze om 6 uur of je een krant wilt, om half zeven maken ze je wakker of je ontbijt op bed wilt, om zeven uur staat er weer iemand klaar om je vuile wasgoed op te halen. Als je helemaal pech hebt komt om acht uur het kamermeisje aan de deur rammelen om te poetsen. Zo gaat dat hier. We checken uit na een wel èrg karig ontbijt: alleen koffie. Het is half tien en er moet gepoetst worden. Hoezo, poetsen? Er zijn toch nog gasten, die kun je toch niet wegjagen? Jawel hoor, het is zaterdag en dan wordt er altijd om half tien gepoetst. Tja, dat moet je dan ook maar toevallig weten. “Rare jongens, die Indiërs,” zou Obelix zeggen. Afscheid van Sri en Francis, de chauffeurs
Onze chauffeurs Sri en Francis staan buiten rond hun busje nog wat te lanterfanten. Als ze ons zien springen ze als één man op. Onze fooi moet toch wel erg vorstelijk zijn geweest. Enthousiast vragen ze: "You go to airport?". Ze willen ons brengen, des te beter. "No, we go to railway station." "Oh, you go to ashram?" "No, we go to Hyderabad!" Daar snappen ze niets van. Dat ouder echtpaar naar de ashram, nu deze twee weer die heel ergens anders heengaan. Waarom blijven die Hollanders niet bij elkaar zoals het hoort? Enfin, een hotelboy rijdt met ons mee om de weg te wijzen. Bij het station geven we onze bagage af. We maken kennis met Atjunar, iemand die bij de spoorwegen werkt. Samen met hem nemen we een riksja en rijden naar de Vidhana Souda. Dat is het imposante parlement van de deelstaat. We hebben het de vorige avond gezien, sprookjesachtig verlicht, zelden iets mooiers gezien op het gebied van illuminatie. Helaas is het gebouw dicht; zoals gezegd, het is zaterdag. Ook het rossige Paleis van Justitie is dicht, dat blijkt als we er willen binnendringen op onze gebruikelijke achteloze manier. We wisselen met Atjunar adressen uit.
Verhit gevecht om stuiver
We beloven hem de foto's waar hij op staat toe te
sturen. Na een korte tijd verwijlen in het Cubbon Park nemen we een
riksja en laten we ons naar de oude markt brengen. Veel Moslims daar, erg
druk. We laten de hagelwitte moskee met slanke minaretten links liggen en
zoeken het oude Fort op. Valt dat even tegen! Eén of twee donjons, wat
kerkers,een binnenplaats zo groot als een tennisveld, that's all. We wandelen
kriskras verder door de wijk. Erg veel rotzooi op de grond. In een College
voor moslims maken we een praatje met een van de leraren. Struiken en zelfs
bomen groeien uit de gevels van het gebouw dat nog steeds in gebruik is voor
lessen. Nog een paar fraai en rijkelijk bewerkte Hindoetempels. Vegetarisch
lunchen in kelderrestaurant, “very spicy"! Opnieuw een riksja, nu
naar de Bull Temple in het zuiden van de stad. Niks aan, ook is
er geen volk, dat zegt genoeg. Jos geeft de tempelwachter één roepie.
Deze moet het geld echter afgeven aan een hogere functionaris, en dat weigert hij. Ruzie in
het heiligdom, om een stuiver… Moghul-stijl van
Tipu Sultan
Terug, nu naar Tipu Sultan's Palace. Ineens wel veel Indiasche toeristen op de been, moderne lui dus. Het paleis wordt gevormd door een open kiosk in een soort moghulstijl, met schilderingen, maar geen beelden. Het zijn moslims hier! Er ligt een mooie tuin omheen, waar we uitrusten. Jos gaat met zijn macro-lens op vlinderjacht. De Indiërs kijken meewarig toe en vragen zich af wat die kleine, dikke, kale, schele, dove westerling met zijn camera in de struiken te zoeken heeft. Om een uur of vier zijn we weer op het opmerkelijk schone station. Een complimentje voor de Indiase regering, overheidsgebouwen zijn over het algemeen goed gepoetst, hoewel het onderhoud wel eens wat te wensen over laat. We zoeken vergeefs ons rijtuig dat de aanduiding "56" heeft. Nergens te vinden. Na enig rondvragen komen we er tot onze schaamte achter dat de code "S6" is. Nou ja, ze maken hier gewoon een rare S. Een voorbeeld van een communicatiestoornis die verstrekkende gevolgen kan hebben. Altijd op je tellen passen is hier de boodschap.
Reisgenoten in de trein
Precies om half zes vertrekken
we, dezelfde tijd als aangegeven. Het vertrek van de treinen op het
beginstation verloopt bijna altijd op schema, maar aankomen volgens de
dienstregeling is een heel ander chapiter in India. We zijn opgetogen, dit moet
een gunstig voorteken zijn. In onze coupé hebben we gezelschap van een 40-jarige
alleenreizende vrouw (hoge kaste natuurlijk), een professor in de filosofie
(die onze boeken leent, hij is benieuwd wat ze in het westen over zijn
vaderland in toeristische zin schrijven), drie knapen van achter in de twintig
(waarbij een zeer arrogante moslim, de leider van het stel) en tenslotte een
ietwat dikkige meneer Ahmed, die een zware houten hutkoffer met zich meezeult.
Wij slapen boven en moeten woekeren met de ruimte daar. Roken doen we in de
open deuren van het balkon uit consideratie met onze reisgenoten. Het leven in de lange afstandtrein
We stoppen onderweg vaak, ogenschijnlijk zonder enige reden. Langzaam glijden we door een monotoon landschap. Tijdens elke nieuwe stop komen er bedelaars en verkopers van fruit en drank binnenwippen. Vooral de haveloze kinderen zijn lastig. Ze houden hun hand alleen bij ons westerlingen op, de Indiërs laten ze met rust. Een jochie veegt de vloer schoon met bij elkaar gebonden takjes. Als we hem iets geven, tasten de Indiërs op hun beurt ook in hun zak. Typisch, ze willen dan toch niet achterblijven. Regelmatig houden we de koffie- en theeknechten aan. Als het duister is ingevallen is er weinig meer te doen. Al vroeg kruipen we in onze kooi. Ach, als je eenmaal je draai hebt gevonden is het daarboven zo slecht slapen nog niet. We hebben veel baat bij onze opblaasbare nekkussens! Om zeven uur komt er weer leven in de brouwerij. Iedereen gaat zich netjes wassen, alleen wij niet. Op het toilet is het gewoon een zwijnenboel. We snappen niet waarom die welopgevoede en beschaafde mensen die onhygiënische troep blijven slikken. Alleen in dure westerse hotels kom je fatsoenlijk sanitair tegen.
Een tuinstad Bangalore, gelegen op het Deccan - plateau in het zuidoosten van de deelstaat Karnataka, is de op vier na grootste stad van India. Door het district Bangalore stromen de rivieren Arkavati en Kanva, allebei zijrivieren van de Kaveri. Bangalore is een fraaie, moderne en ruim opgezette stad met brede lanen en parken en met veel gebouwen in koloniale stijl. De trots van de stad zijn de oude zakenwijk, een chique woonwijk en het universitair en wetenschappelijk centrum. Het oude stadsdeel spreidt zich uit ten zuiden van het station (Bangalore City Station) langs de Bhashyam Road en rondom de City Market. De bebouwing is hier dicht, de steegjes kronkelig en er zijn veel werkplaatsen en fabriekjes. Het centrum ligt in de wijk tussen de Kempe Gowda Road en de Chikpete Road. In het noorden bevindt zich het Instituut van Wetenschappen (Indian Institut of Science). Rondom het centrum zijn moderne stadswijken ontstaan met brede avenues die van noord naar zuid lopen. De woonwijken zien er aantrekkelijk uit vanwege de grote groenvoorzieningen. De welgestelden en de studenten wonen hoofdzakelijk in de wijk ten oosten van Cubbon Park. In het oosten van de stad bevinden zich militaire terreinen en in een aantal buitenwijken aan de rand van de stad hebben zich industrieën gevestigd. De meeste fabrieken zijn in het noordwesten te vinden. De filmstudio's, de grootste na die van Bombay, bevinden zich in de voorstad Whitefield.
CIJFERS Centrum van de Indische luchtvaartindustrie WETENSWAARDIGHEDEN |