|
|
WATERTONFOTOCOLLAGE BERGEN 1 / FOTOCOLLAGE BERGEN 2 / FOTOCOLLAGE MEREN / FOTOCOLLAGE WATERVALLEN Waterton, op grens met USA Het hele park staat op de UNESCO – lijst van Werelderfgoederen, het is een internationaal park dat over de grens het Glacier Park NP wordt genoemd. Doordat het min of meer ongunstig gelegen is trekt het minder toeristen dan Banff en Jasper, maar daarentegen is er veel meer wild te vinden. Waterton Township is een toeristenoord met louter hotels en restaurants, maar wel fraai gelegen aan de oever van een meer. Aan de overkant liggen het indrukwekkende hooggebergte van Montana. Je kunt met een cruiseschip naar de zuiderburen toe, maar daar hebben we te weinig tijd voor. Hoog boven het dorp op een klif domineert het Prince of Wales - Hotel in zijn excentrieke bouwstijl de omgeving. In het Glacier Suites Hotel krijgen we de beschikking over een complete suite met drie kamers, twee open haarden en een kitchenette. Natuurlijk ontbreekt de jacuzzi in de badkamer niet. We kunnen roken op het balkon. Jos moet met de uitklapbare bank in de zitkamer genoegen nemen, terwijl Clim het king size tweepersoonsbed in de slaapkamer in bezit neemt.
Tamme reeën dwalen vrij door dorp We verkennen vervolgens het dorp. Buiten lopen de red deer – reeën gewoon ongestoord rond tussen de hotels en appartementen. Je kunt ze bij wijze van spreken aaien, ze lopen echt niet weg. Er is verder niets speciaals te zien. We slaan bier in en eten bij Frank’s, in feite een normaal Chinees restaurant waar we een menu voor 2 personen bestellen, inclusief wonton – soup en zo. De rest van de avond brengen we relaxt door op onze eigen premises. Jos stelt ook hier de jacuzzi op de proef, maar hij vindt er nog steeds niets aan.
Het Prince of Wales – Hotel: enigszins onderkomen Jos staat al vroeg op na een beroerde nacht op de couch. Buiten is het al langer licht en op de gazons grazen vredig de reeën. We slaan het ontbijt over, dat doen we onderweg bij een diner met een vervallen rokersveranda in Pincher Creek. We rijden eerst naar het meer en maken daar foto’s. We schampen bij het uitrijden van een overdekte parkeerplaats een pilaar, waardoor de auto aan de voorflank behoorlijke blik- en lakschade oploopt. We bezoeken verder nog het imposante Prince of Wales – hotel. Van dichtbij blijkt het wel een likje verf te kunnen gebruiken. Ook van binnen is het een beetje vergane glorie, we gapen er een minuut of vijf rond en besluiten er toch maar geen ochtendkoffie te gebruiken. Die hebben we op onze kamer al gehad dankzij de daar aanwezige coffee-and-tea-making facilities, die in elke hotelkamer standaard aanwezig zijn. Jos heeft Clim zoals gebruikelijk met een geurig dampende kop verse koffie gewekt.
Spectaculaire Red Canyon We rijden de bergen in op weg naar de Red Canyon. We passeren een langgerekte rij ruiters. De canyon is inderdaad rood-roze en slingert zich kilometerslang naar het dal. Spectaculaire rotspartijen, de bergtoppen zijn hier en daar door wolken omgeven. De rode kleur is ontstaan door oxidatie van de ijzerhoudende gesteenten, in feite is hier sprake van miljoenen jaren oude roest. We maken er een korte wandeling langs de rand. We worden gewaarschuwd voor loslopende beren. We verlaten de bergen en zitten een half uur later weer op de uitgestrekte vlakten. Vlakbij de ingang van het park bevindt zich een Bison Paddock, een afgesloten terrein waar kleine kuddes bisons vredig grazen.
Indiaanse bisonjacht zonder paarden Nabij Fort Mcleod nemen we een afslag naar het ravijn waar de plain-Indians (in dit geval de Blackfoot) hele kuddes bisons over de rand van een ravijn joegen en dat in een periode van 10.000 jaar. Toen ze eenmaal paarden hadden was die speciale jachttechniek niet meer echt nodig. Trouwens, niet veel later behoorden de onafzienbare bisonkuddes tot het verleden, bijna helemaal zinloos uitgeroeid door de blanken. Ze werden vervangen door makkelijk hanteerbare koeien. Het visitor center (hier het Interpretation Center genoemd) is gloednieuw en in etages tegen de ravijnwand gebouwd. De exposities over de jacht en de cultuur van de prairieindianen zijn er excellent, laat dat maar aan de Amerikanen (en dus ook de Canadezen) over. Als we er aankomen, loopt net een show van Indiaanse folkloristische dansen ten einde. De uitbundig en kleurig uitgedoste krijgers en chiefs delen nog net geen handtekeningen uit aan de wildenthousiaste kinderschare die hen omringt. We bekijken een en ander op ons gemak.
De prairie aan onze voeten Boven aangekomen lopen we naar een uitzichtpunt. De zon brandt fel en we houden het niet zo lang uit. Onder ons strekt zich nog een gedeelte van de originele prairie (grasland) uit dat niet ten offer is gevallen aan de ontginningslust van de vroege pioniers / kolonisten. Daar bevindt zich ook nog een tentenkamp met wigwams (teepees ofwel tipi’s) van de Zwartvoet Indianen, zal wel erg toeristisch zijn. In de omgeving zijn nog meer zgn. “buffalo jumps”, maar die worden nauwelijks bezocht; ze staan dan ook niet bij de Unesco vermeld als werelderfgoed zoals deze Jump. Om drie uur verlaten we de site. FOTOCOLLAGE PRAIRIE 1 / FOTOCOLLAGE PRAIRIE 2
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|