|
|
VICTORIA
Ontbijt / lunch tijdens rustige overtocht We moeten vandaag met de ferry bij Tsawwassen de Straat van Georgia oversteken naar Vancouver Island waar Victoria, de hoofdstad van BC, ligt. De veerboot vertrekt 40 km ten zuiden van Vancouver. We zijn goed op tijd en kunnen zelfs nog een sigaretje roken in het straffe windje dat van zee komt. We verbazen ons over het grote aantal auto’s en vrachtwagens die zo’n veerboot kan verstouwen. Om 11 uur, de boot is nauwelijks vertrokken, ontbijten / lunchen we met boterhammen, soep en koffie. De overtocht duurt een kleine twee uur en kost in totaal € 60 all in. Onderweg is eigenlijk weinig meer te zien dan andere schepen en dicht beboste oevers met hier en daar een vakantiehuisje erop. FOTOCOLLAGE BUTTCHERT GARDEN Fraaie ligging met watervliegtuigjes In Schwartz Bay bij het plaatsje Sidney ontschepen we, waarna we in een soort konvooi (de auto’s houden hier allemaal dezelfde snelheid aan, namelijk de maximumsnelheid van 100, 110 en heel soms 120 kilometer / uur) naar Victoria. We vinden het hotel min of meer blindelings. Het is mooi gelegen op een kaap in de baai en biedt een ruim uitzicht op de ons omringende stad. We kunnen pas om drie uur inchecken, dus genieten we een uurtje op een bankje aan de waterkant van het uitzicht en sigaretjes. Voor ons strijkt om de tien minuten een watervliegtuigje neer of stijgt op. We krijgen er even later gezelschap van een Duitse familie.
Bekijk ons filmpje:
Dit luxueuze Laurel Point Hotel (in 2004 uitgeroepen tot een van de beste tien hotels van Canada) ademt een Japanse sfeer. De badkamer is groot met twee wasbassins, badkuip en aparte douche en Japanse schuifdeuren die op geribbeld papier lijken. We gebruiken er de kimono’s die in de kast hangen. Op de gangen heeft elke kamerdeur naast zich een vitrine met typisch Japanse gebruiksvoorwerpen of parafernalia. We kunnen er in de ligstoelen op het balkon roken. We hebben er uitzicht op de met zorg aangelegde Japanse tuin met erachter de baai..
Op herkenningstocht door Victoria Na uitgebreid van de geneugten van het comfort van de kamer geprofiteerd te hebben, begeven we ons op weg naar de stad voor een echte herkenningstocht. In het centrum zelf is weinig veranderd, maar daarbuiten zijn veel nieuwe hotels en restaurants verschenen. We bekijken het Royal BC museum (waar we in 2000 onze collega’s van Gilde Opleidingen ontmoet hebben), het imposante Parliamant (Legislative) Building met de paardenkoetsen ernaast en het oude en statige Empress Hotel met het Conference Center. Op het dakterras van ons vorige Strathcona Hotel drinken we fris bier. Het terras is behoorlijk uitgebreid nu, er dartelen wel tien jonge, hippe meiden voor de bediening rond, blijkbaar is dit een “hot spot in town” en verwacht men veel klandizie. We eten eenvoudig Mexicaans in een gewoon familierestaurant in de buurt van ons hotel. De zonsondergang om half tien heeft veel spectaculaire kleuren te bieden, maar rood overheerst tenslotte. Aardige foto’s van Jos. Slide show van Victoria:
Foto’s Japanse tuin We zijn nu precies één week onderweg, we hebben er nog drie
voor de boeg….
De kustlijn volgen We rijden aanvankelijk langs de westkust van de Pacifische Oceaan en de Juan de Fuca Strait, waar we echter niet veel van krijgen te zien. We stoppen een tijdje bij de Spit, waar monumenten staan van mannen die wij niet kennen en gebeurtenissen waarvan wij geen weet hebben. De bossen hier zijn nog niet zo oud, pas enkele tientallen jaren volgens de bordjes aan de rand ervan. Er is nauwelijks bewoning hier, af en toe ontwaren we een eenzaam huisje tussen de bomen of zien we enkele landhuizen op hellingen en rotspunten liggen. Echte dorpjes treffen we er niet aan. Voor we landinwaarts trekken, even voor Port Renfrew, pauzeren we wat langer in een nogal wanordelijk cafeetje, het enige dat we onderweg tegenkomen. Trouwens, we kunnen daar toch niet verder. Tot aan de aardige vissersplaats Tofino strekt zich het Pacific Rim National Park uit en daar zijn volgens onze kaart geen wegen. Dit is het park met de gigantisch hoge bomen zoals de sequoia’s.
Nog een filmpje:
Langdurig bergop Er volgt een verharde grindweg naar het hart van het eiland, 24 km klimmen tot ongeveer 1.000 meter hoogte, een en al bochtenwerk. Clim rijdt er niet harder dan 30 km/uur, voornamelijk om steenslag te vermijden. Hier zien we ook de gevolgen van massale houtkap: complete berghellingen liggen er kaal bij vanwege de ontbossing. De bomen zijn hier niet zo gigantisch als we verwacht hadden. Geen redwoods of gematigd regenwoud hier, die liggen vooral op de noordelijke helft van het eiland. Eenmaal boven stoppen we bij een plaatsje dat aan een meer (Lake Cowichan) ligt. We bekijken er een oude goederentrein die hout vervoerde. Er ligt zelfs een lokaal museum, dat we maar niet bezoeken.
Terug naar Victoria We dalen af naar de oostkust. Het duurt even voor we in
Duncan de highway naar het zuiden vinden, maar dan zijn we ook in een mum van
tijd terug in Victoria. We rijden linea recta naar ons hotel, waar Clim gaat
rusten, terwijl Jos een fotosafari langs de Japanse vitrines maakt.
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||