Er wordt vaak beweerd dat de bevolking van Canada bestaat uit
Engelstaligen en Franstaligen, maar deze voorstelling van de werkelijkheid
doet geen recht aan de grote culturele diversiteit van de Canadezen.
Canada
is ontstaan in 1763 toen de Engelse en Franse koloniën die in de 17eeeuw waren gesticht, werden samengebracht onder Brits bestuur
(Verdrag van Parijs). In 1791 werd het grondgebied verdeeld in een
Franstalig Beneden-Canada (Quebec) en een Engelstalig Boven ‑ Canada (Ontario).
In 1840 werden beide provincies opnieuw verenigd
en in 1867 werden Ontario,
Quebec, Nova Scotia en New Brunswick samengevoegd tot de
Dominion Canada, zoals vastgelegd in de Akte van BritsNoord - Amerika. Met de
toetreding tot de Confederatie van Newfoundland (1949) neemt het land zijn
huidige samenstelling aan. Bij de twee koloniën die de stichters waren (en de
circa 500.000 autochtonen, Indianen en Inuits) hebben
zich nog andere bevolkingsgroepen uit Europa en Azië toegevoegd.
Landbouw (graan,
veeteelt, bosbouw). Mijnbouw: zink (1e van de wereld), zilver (4e), goud (5e),
platina, uranium (30% van de wereldvoorraad), aardgas, steenkool. Olie.
Industriële grondstoffenverwerking, hout (3e producent), papier (1e
producent van krantenpapier, 2e van papierpap), auto's. Toerisme.
KLIMAAT
Landklimaat, lange,
koude winters. Prairies: gemiddelde temperaturen in de winter -20° C.
Extreem koud in het
noorden. Noordpoolgebied: 6 maanden beneden
0 C; maximum temperatuur in de zomer 10° C. Zacht en vochtig aan de
westkust
(Victoria:
gemiddelde temperatuur in januari 4° C, in juli 15,5° C.)
Canada
beschikt over een uitstekend
wegennet, behalve in het noorden waar de verbindingen slecht
zijn.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
Quebec, Montreal,
Ottawa, Upper Canada Village (19e eeuw),
Niagara - watervallen, Toronto, Winnipeg, Badlands van Alberta (Weg van de
Dinosaurussen), Lake Louise, Nationaal Park van het
Rotsgebergte (Jasper – Banff – Yoho),
Vancouver, Victoria, de steden
Edmonton en Calgary, Skina -vallei, Nationaal Park Nahinni, Yukon
Territory.
Canada, het op één na grootse land van de
wereld en lid van de groep van de zeven rijkste landen
ter wereld, is door geleidelijke uitbreiding in westelijke richting geworden tot
wat het nu is.
Het machtig grote Canada is een nieuw land. De
geleidelijke uitbreiding in westelijke richting, gepaard gaande met talloze
confrontaties tussen Engelsen en Fransen omtrent rivieren en meren, heeft ertoe
geleid dat de bevolking en de meeste economische activiteiten zich
geconcentreerd hebben op een oost-westlijn die evenwijdig aan de Amerikaanse
grens loops. De natuurlijke hulpbronnen die ten grondslag liggen aan de
ontwikkeling van het land zijn bons, bos, visserij en delfstoffen. Eerst de
bonthandel, later de goudkoorts van het Rendiermeer in 1858, gevolgd door die
van de Klondike in 1896 en tenslotte de ontdekking van aardolie in Alberta na de
Tweede Wereldoorlog hebben het mogelijk gemaakt het westen en het noorden
productief te maken. Tegelijkertijd ontstond een bloeiende industrie in de regio
Montreal in Quebec en in de regio Toronto in Ontario. De opening van eerst de
transcontinentale spoorweg in 1886 en later van de transcanadese weg in de jaren
'50 waren beslissend voor de ontwikkeling van het land. Canada, dat begin jaren
'90 de recessie te boven is gekomen, is een immigratieland bij uitstek dat per
jaar 200.000 nieuwkomelingen opvangt.
Het sociaaleconomisch stelsel van het land,
gebaseerd op een combinatie van vrij ondernemerschap en solidariteit, is een
tussenvorm van dat van de Europese Unie en dat van de Verenigde Staten. De stad
Vancouver aan de westkust, symbool van het nieuwe Canada, heeft zijn blik op
Azië gericht. De stroom Chinese immigranten afkomstig uit Taiwan, Singapore en
vooral Hongkong en het kapitaal dat zij meebrengen betekent een extra stimulans
voor deze metropool, die helemaal klaar is voor de 21e eeuw.