

The Tortilla
Curtain
TIJUANA,
STAD DER ZONDEN
Het is
vrijdagmorgen negen uur als we in de miljoenenstad Tijuana aankomen. We hebben
weer eens een lijdzone gepasseerd, dus we moeten de klok naar acht uur
terugzetten. Op ons gemak drinken we koffie en gaan naar het toilet in het
relatief kleine autobusstation. Clim ontdekt tot mijn verbazing een balie van
de Greyhound busonderneming. Ik had gelezen dat die niet in Mexico mocht
opereren, die informatie klopt blijkbaar niet. Als ik ons overschot aan peso’s
bij de stalletjes probeer op te maken (vergeefs, buiten voedsel is er alleen
maar inferieure waar te koop), wint Clim informatie in bij de balie. Hij koopt
twee enkeltjes naar San Diego voor de bus van 10.00 uur. Die komt al direct
een dik half uur te laat, een slecht begin. De dikke, grijsharige buschauffeur
gromt ons bij aankomst toe: "Hurry
guys, we are running late!"
Dat hebben we zelf ook wel in de gaten, maar
tegen ons is de zwarte man, die met een typisch Amerikaans overgewicht
worstelt, heel aardig. Aan de andere passagiers laat hij zich van zijn
knorrige kant zien, maar dat zijn uiteindelijk slechts
"chilivreters", ofwel Mexicanen. Zwarten kunnen ook wat van
discriminatie, geloof me! De stad Tijuana heeft een erg slechte naam.
Veel Amerikanen wippen even de grens over (of wippen even over de grens…) om
zich hier te buiten te gaan aan drugs, zuipen en hoererij. De Mexicaanse
overheid (dat wil zeggen: de corrupte ambtenarij) drukt een oogje toe, want
uiteindelijk brengen al die tijdelijke zondaars behoorlijk wat dollars in het laatje. Vijftig jaar geleden was het nog een
groot dorp; tegenwoordig is het een
metropool van meer dan anderhalf miljoen inwoners die uit haar voegen barst.
In de buurt ligt een groot aantal 'maquiladores',
dat zijn Amerikaanse assemblagefabrieken die zwaar misbruik maken van de
ongeschoolde en dus onderbetaalde Mexicaanse arbeidsreserve.
DE
GREYHOUND -
BUS
We
doorkruisen Tijuana (het busstation ligt aan de rand van de stad) om hier en
daar nog andere reizigers op te pikken en koersen vervolgens naar de
grensovergang. Naar men zegt zijn we nu bij de drukste grens van de wereld,
met naar schatting zo'n driehonderd miljoen overschrijdingen per jaar. Dat
zijn dan vooral dagjestoeristen en forenzen die elke dag naar San Diego gaan
om er als goedkope arbeidskracht te fungeren. En inderdaad, hij lijkt
reusachtig met zijn tientallen rijstroken en portalen. We moeten allemaal de
bus uit en begeven ons in de richting van de
gevreesde douane. We verwachten aan deze "Tortilla Curtain"
enige problemen met onze visa, maar na een vluchtige blik op dat voor
miljoenen zo begeerde papiertje worden we achteloos doorgewuifd. Onze bagage
gaat ongehinderd door een detector en ... Klaar is Kees. We zijn toegelaten
tot het land van de ongekende mogelijkheden, God's Own Country, Land of Hope
and Glory en wat dies meer zij... Aan de andere kant van de grens staat de
chauffeur ons al ongeduldig op te wachten ("We
are still running late..."). In één ruk door rijden we naar de
dichtstbijzijnde grote Amerikaanse stad, San Diego.
PICKWICK
- HOTEL IN SAN DIEGO
Daar
komen we aan in het busstation dat gelegen is aan de kruising Broadway and
First Avenue, pal in het hartje van de stad dus. Als ik alvast even op
onderzoek uitga begrijp ik dat boven het station een hotel ligt. Ik bedenk me
niet lang en keer terug naar Clim. We besluiten om hier in te checken, niet
alleen vanwege de bijzonder gunstige ligging, maar ook de alleszins
schappelijke prijs van 60 dollar per kamer speelt bij die beslissing een rol.
Het personeel van dit zogeheten Pickwick Hotel is zonder uitzondering dik of
lelijk, maar ook zeer professioneel en vriendelijk. Het gebouw stamt uit het
begin van deze eeuw en bestaat uit vier aaneengesloten torens die geheel zijn
opgetrokken in ruwe baksteen. Gelukkig zijn de eenvoudige maar effectief
ingerichte kamers wel aangepast aan onze moderne tijd. De nabijgelegen deli
(afkorting van delicatessenwinkel) is in handen van een Koreaanse familie en
we bestellen er rijkelijk met roastbeef en meatloaf belegde broodjes die we
aan de overkant op een modern plein tussen de kantoorkolossen opsmikkelen.
Clim wisselt honderd dollar aan de balie en we geven er onze kostbare spullen
af om in een kluis te laten bewaren. Daarna gaan we de stad verkennen. Het
centrum is nog geen tien jaar oud; het is uit de grond gestampt in het kader
van de 'gentrification', ofwel het opknappen en presentabel maken van oude,
vervallen stadswijken. We
willen naar het Balboa Park, maar al gauw raken we verdwaald en komen we bij
het City College uit. Hoe is zoiets mogelijk in deze stad die gebouwd is
volgens het typische schaakbordpatroon? De kaart die we bij ons hebben is door
zijn schaal onbruikbaar, dus besluiten we via een andere weg terug te lopen
naar het waterfront en het park een andere keer te bezoeken.

BUURT
VAN MINDER ALLOOI
We
zitten al in de omgeving van de 20ste straat en belanden in een buurt van
minder allooi. Volgens ons reisboek moet je hier vooral 's avonds niet alleen
rondlopen. Naarmate we verder van het centrum afkomen stijgt het percentage
zwarten en zwervers onrustbarend. De daklozen hier zijn tot onze verwondering
voornamelijk jonge blanke mannen van rond de dertig jaar; gelukkig zijn die
bedelaars, die op gesjeesde studenten lijken, niet agressief. Als we afwerend
reageren op hun doorgaans beleefde verzoek om geld ("Can you spare "Can you spare
me a dime, bro?" of vaker, "Some
change for me, please?" antwoorden ze vaak
"Thanks anyway!" . We voelen ons dan ook helemaal niet bedreigd.
STRIPBEURS
IN CONVENTION CENTRE
Bij
het station van de trolleybussen wordt de buurt weer beter. Even verderop ligt
de exclusieve jachthaven. We lopen er het Convention Centre binnen en treffen
het, want er wordt net een enorme beurs voor stripliefhebbers
gehouden. Geïnteresseerd lopen we er rond, zonder entreebadge overigens, en
bewonderen er niet alleen de kunstzinnige stripuitingen, maar ook de vele
excentriek uitgedoste strippofielen. Het publiek is er internationaal van
samenstelling; alle rassen van de wereld lopen hier broederlijk door elkaar.
Er zijn tal van aanverwante artikelen te koop, zoals T-shirts, originele
tekeningen, poppetjes en dergelijke. Er worden autogrammen uitgedeeld door
bekende figuren uit de tekenwereld die voor ons volstrekt vreemd zijn. Van hieruit hebben we een
mooi uitzicht op de wolkenkrabbers van downtown. Hier liggen ook mooie
appartementgebouwen, waar je een optrekje voor pakweg 3.000 dollar per maand
kunt huren. Het Centre wordt geflankeerd door luxueuze vijfsterrenhotels waar
wij alleen maar van kunnen dromen.

|

|
OLD SEA PORT VILLAGE
Een soort attractieparkje aan de oude haven waar de
oude gebouwen gebruikt worden voor restaurant en winkeltjes.
|
SEA
PORT VILLAGE
Een
steenworp verderop ligt Sea Port Village; vroeger een echt vissersdorpje, maar
nu helemaal overgegeven aan het toerisme. De oude huizen zijn omgebouwd tot
voornamelijk souvenirwinkels (wel hele fraaie en dure) en restaurantjes. Aan
de overkant van de baai ligt het wereldberoemde Coronado -hotel en de
installaties van Amerikaanse marine. San Diego is de grootste vlootbasis van
de marine aan de kust van de Pacific Oceaan. Dertigduizend mariniers zijn hier
gelegerd, de stad draait voor een groot gedeelte op de marine. Het schijnt de
grootste militaire concentratie ter wereld te zijn. Als het meezit kun je de
kruisers en vooral de imposante vliegdekschepen door de baai zien varen. Ons
zit het
echter niet mee. Wel kunnen we een blik werpen op de mooie Coronado - brug
die met een sierlijke curve naar het gelijknamige schiereiland voert. We
kunnen met een pedicab terug naar het hotel, maar we besluiten te lopen.
PLANET
HOLLYWOOD
Vanavond
gaan we eten bij een Vietnamees restaurant met een Chinese keuken. Het is een
eenvoudig "all you can eat" buffet, dus we proeven alles. Hier komt
het minder kapitaalkrachtige volk, die voor 4 dollar grote hoeveelheden snel
naar binnen schrokken en soms zelfs ongegeneerd
etenswaar mee naar buiten nemen. We ouwehoeren wat met de eigenaar, een tanige
Vietnamees die er voor zijn 60 jaar veel jonger uitziet. Hij is in Saigon
politieagent geweest en voor de oprukkende Vietcong gevlucht. We wisselen
sigaretjes uit en beloven terug te komen. De rest van de avond houden we ons
op in Horton's Plaza, het modernistische winkelcentrum waar ook het mondaine
restaurant Planet Hollywood ligt. Het ziet er hier allemaal smetteloos uit met
zijn frivole pasteltinten, maar is toch naar onze smaak iets te clean. We
drinken er een grote mok vanillekoffie in een grote CD- en softwarezaak. Op De
terugweg ontdekken we een liquor store, goed voor ons dagelijkse rantsoen aan
six pack's Bud - bier (een voor ons beiden). De shop wordt gedreven door een
Arabier. Hij beweert uit Syrië te komen, maar als hij hoort dat we geen
Amerikanen zijn geeft hij ruiterlijk toe dat hij uit Irak stamt. Hij wordt dan ook ineens
een stuk vriendelijker. Amerikanen zijn tegenwoordig nogal gebeten op
landgenoten die hun roots in het Midden-Oosten hebben. (Van Joden moeten ze
doorgaans ook niet al te veel hebben, maar ja, die hebben economische en
politiek gezien wel iets meer in de melk te brokkelen ... ) |
 |
Clim heeft nog steeds last van
constipatie; een week geleden was hij nog aan de diarree. Het kan verkeren. In
de hotelbar zit men zich alleen maar vol te hijsen; bovendien is er te veel
herrie en heerst er een streng rookverbod, zoals trouwens overal in de staat
Californië. We blijven daarom 's avonds op onze kamer lezen en televisie
kijken.
[ San Diego ] [ Sea World ] [ Los Angeles ] [ Universal Studio's ] [ Getty Museum ] [ Terugvlucht ] [ Info algemeen ]