GESCHIEDENIS
De eerste bewoners van Californië waren de
Indianen, m.n. de Na-Dené, Hokan, Penutian en Aztec-Tanoan. Het gebied kreeg
weinig aandacht tot 1769, toen er een Franciscaanse missie geopend werd, gevolgd
door nog eens 20 in de daarop volgende jaren. Vanaf 1821 behoorde het gebied bij
het in dat jaar onafhankelijk geworden Mexico.
De eerste groepen Amerikanen arriveerden pas in 1841 in Californië. Al in 1846
kwamen ze in opstand tegen de Mexicanen en richtten ze een onafhankelijke
republiek op; iets dat tot vandaag de dag op de vlag van Californië te zien is.
In datzelfde jaar brak de Mexicaanse Oorlog uit, en toen die in 1848 afgelopen
was stond Mexico het hele gebied af aan de VS.
In 1848 werd er goud gevonden in Californië, wat in 1849 tot de Gold Rush
leidde. Er kwamen zoveel mensen naar het gebied dat Californië al in 1850
voldoende inwoners had om officieel een Amerikaanse staat te worden. Die
inwoners waren meestal per huifkar over het hele continent gegaan, wat niet
altijd ongevaarlijk was.
Aan het begin van de jaren 1860 werd met de bouw van de transcontinentale
treinverbinding begonnen. Deze was in 1869 gereed, zodat mensen vanaf toen per
trein zonder overstap naar Californië konden reizen. Dit leidde tot een
versnelde groei van de staat van 560.000 mensen in 1870 tot bijna anderhalf
miljoen mensen in 1900.
In 1906 vond de Great Earthquake, de Grote Aardbeving, plaats in San Francisco,
waardoor meer dan 3.000 mensen stierven en ruim 300.000 mensen dakloos werden.
Ondanks deze ramp bouwde men de stad weer snel op en Californië bleef maar
doorgroeien. Deze groei werd versneld na 1929, toen duizenden mensen uit de Dust
Bowl (centrale staten van de Verenigde Staten, waar door teveel landbouw en
erosie enorme hoeveelheden land letterlijk waren weggevlogen) naar Californië
kwamen op zoek naar werk.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het aantal fabrieken dat oorlogsmaterieel
fabriceerde steeds groter en er was voldoende werk. Vanaf de jaren '50 en '60
kwamen er naast fabrieksarbeiders ook steeds meer academici naar de staat, wat
op den duur de groei van de suburbs (voorsteden) deed toenemen. Er was ook een
zuidwaartse trend waarneembaar: niet alleen de nieuwe bewoners maar ook vele
bedrijven verhuisden van San Francisco naar zuidelijker gelegen steden zoals Los
Angeles en San Diego.
Tussen 1941 en 1962 was het bevolkingsaantal van Californië geëxplodeerd van 9
miljoen naar 22 miljoen, een groei die ook daarna doorzette. Tegen de jaren '80
was Californië de staat met de meeste inwoners in de VS; alleen de recessie van
eind jaren '80 kon die groei enigszins beperken, net als een aantal grote
rampen, zoals overstromingen, aardbevingen en droogten.
Toch bleef Californië grote aantrekkingskracht op vele mensen uitoefenen, en de
census van 2000 liet zien dat er inmiddels ruim 33 miljoen mensen in de staat
wonen.
ALGEMENE INFORMATIE
Met een oppervlakte van 411.049 km2 is Californië de op twee na (Alaska en Texas)
grootste staat van de VS, en met ruim 33 miljoen inwoners (census 2000) ook de
grootste in inwoneraantal. In het noorden grenst de staat aan Oregon, in het
oosten aan Nevada en Arizona, in het zuiden aan Mexico en in het westen aan de
Grote Oceaan. De hoofdstad is Sacramento (hotels).
Hoewel slechts 15% van de staat als landbouwgebied te boek staat, is Californië
puur door de oppervlakte toch de meest belangrijke landbouwstaat in de VS. Bijna
de helft van de staat is in handen van de federale overheid, die er tientallen
natuurmonumenten zoals National Parks en National Monuments van gemaakt heeft.
Zo'n 90% van de mensen in de staat woont in een stedelijk gebied, en ongeveer
75% leeft in de drie grootste metropolen: Los Angeles (hotels), San Francisco
(hotels) en San Diego (hotels). Bijna 80% van de bevolking van Californië is
blank; zo'n 7,5% is zwart, wat onder het nationale gemiddelde van bijna 13%
ligt. Meer dan 12% van de bevolking is van Aziatische afkomst.
Californië is een staat van tegenstellingen: het noorden is meer regenachtig,
het zuiden (de Colorado Desert) gloeiend heet. Californië heeft ook het hoogste
en laagste punt van de 48 continentale staten: Mount Whitney met 4.418 meter
boven zeeniveau en Death Valley met 86 meter onder zeeniveau.
Het kustgebied van de staat is meestendeels bergachtig en vooral in het noorden
dunbevolkt; uitzonderingen zijn natuurlijk de grote steden van de staat en, meer
in het algemeen, het zuidelijkste deel van Californië. Het oosten van de staat
is voornamelijk woestijnachtig (o.a. de Mojave Desert), in het westen begrensd
door de Sierra Nevada, een steil en hoog gebergte.
De Sierra Nevada heeft vele meren op grote hoogte met als belangrijkste Lake
Tahoe op 1.899 meter boven zeeniveau. Ook zijn er drie Nationale Parken binnen
dit gebied: Kings Canyon, Sequoia en Yosemite NP.
De Central Valley, tenslotte, loopt tussen het kustgebied en de Sierra Nevada
door, waar voornamelijk landbouw bedreven wordt. Door de ontoegankelijkheid van
het gebied (het is omsloten door bergachtige gebieden) wonen er redelijk weinig
mensen.
Het klimaat van Californië is warm tot zeer warm, met gemiddeld 18 C in Los
Angeles en 14 C in het noordelijker gelegen San Francisco. Er zijn in de warmste
gebieden dan ook eigenlijk maar twee seizoenen, het natte en het droge. Dit
klimaat verklaart ook waarom de meeste mensen aan de kust wonen: de zeewind
brengt daar tenminste nog enige afkoeling van de hitte.

|