|
|
JEAN PAUL GETTY MUSEUMMeesterwerken
in de kunst
WILSHIRE
BOULEVARD
Alfonso heeft niet helemaal gelijk gehad met zijn tip voor de bus. Hij zit er maar een paar straten naast. We hebben in het hotel ontbeten. We worden bediend door een oudere Indiër die ons niet schijnt te kunnen verstaan. Afijn, uiteindelijk zijn we toch tevreden. Pas om half elf stappen we in onze eerste bus. We moeten een afstand van ongeveer 15 kilometer afleggen, wat ons in totaal anderhalf uur kost. Een keer moeten we op de langgerekte Wilshire Boulevard overstappen. Tijdens het wachten in Westwood helpen we een man die midden op de rijweg panne heeft met zijn auto. We duwen hem naar een veiligere zone; zijn zoontje zit achter het stuur. Onderweg zijn we langs de La Brea Tar Pits gekomen. Dat zijn teerputten waar in de afgelopen 100.000 jaar tal van inmiddels uitgestorven dieren (zoals de holenleeuw, de mammoet en de sabeltandtijger) zijn omgekomen. Ze komen er nu prachtig geconserveerd weer uit te voorschijn. Overal in Californië zit trouwens veel olie in de bodem; dat is een van de pijlers waarop de welvaart van de staat rust. Op sommige plaatsen aan de kust zie je tientallen boortorens in zee liggen. We komen ook langs Rodeo Drive in Beverly Hills, naar men zegt de duurste winkelstraat van de wereld. Alle bekende wereldmerken hebben hier een vestiging die door filmsterren en ander volk uit de jet set wordt gefrequenteerd en laten we niet de toeristen vergeten die op 'celebrity tour' zijn.... We maken nog een ommetje door de villawijken rondom Hollywood Boulevard en de Sunset Strip voor we aankomen in het heuvelachtige Bel Air, waar de ingang van het museum ligt.
OUDE KUNST IN MODERN GEBOUWHet spiksplinternieuwe Getty Center ligt midden in de woeste Santa Monica Mountains (nou ja, meer heuvels hoor) aan de rand van de San Diego Freeway, een der drukste snelwegen ter wereld, achtbaans en soms nog meer). Het opende zijn deuren voor het eerst in december 1997 en vormde al direct een sensatie zowel bij kenner als leek. Het is niet alleen een museum, maar herbergt ook research-, conserverings- en scholingsinstituten die zich bezighouden met kunst en cultuur. Getty, miljardair geworden in de oliehandel, was een verwoed kunstverzamelaar. Het is zijn collectie die hier is tentoongesteld. De Griekse en Romeinse oudheden zijn te vinden in de oudere Getty Villa in Malibu. We worden er met een treintje de heuvel opgereden naar de Arrival Plaza. De toegang is gratis, wat ons verbaast; parkeren op het officiële parkeerterrein kost je echter wel 15 dollar. Tussen de drommen bezoekers zien we maar weinig zwarten, armen of Hispano's. Japanners, Fransen en Duitsers geven er de toon aan. We vinden het een prachtig museum, een van de mooiste, zo niet hét mooiste van de wereld. Alleen de allerbeste stukken uit de kunsthistorie zijn er te bewonderen; zoals de Irissen (1889) van van Gogh.
Het uitzicht vanaf diverse plekken in het complex is ook erg fraai; je kunt er de hele agglomeratie van L.A. aan je voeten zien liggen. Aan de tuinen heeft men extra aandacht besteed; jammer genoeg zijn ze in de hitte van de zomermaanden niet op zijn mooist. In het gebouw is veel glas gebruikt; alles werkt heel ruimtelijk en open met onverwachte doorkijkjes en zitjes. De muren zijn opgetrokken uit travertijnse steen en nergens is beton gebruikt. Ook de organisatie blinkt uit door vriendelijkheid en efficiency. We zijn het meest onder de indruk van de toegepaste kunsten uit de late Middeleeuwen en Renaissance- de originele manuscripten en miniaturen en natuurlijk de beeldhouwwerken uit alle periodes. Tussendoor drinken we koffie op de verschillende niveaus. We blijven er tot 17.00 uur, waarna we met de bus teruggaan. Meer info en filmpjes: www.getty.edu CONFLICT
IN DE BUS
Onderweg krijg ik ruzie met een zwarte chauffeur die op mijn verzoek weigert duidelijk te praten. Ik heb een probleem met wisselgeld, maar hem zal dat worst wezen. De andere buschauffeurs zijn allemaal vriendelijk en behulpzaam, ongeacht hun huidskleur. De meesten zijn trouwens zwart; bijna alle nederige baantjes worden hier ingenomen door minderheden. Ook de passagiers zijn over het algemeen afkomstig uit de minoriteitenhoek. Soms zijn we in de bus de enige echte blanken. Bedreigd hebben we ons echter geen enkel moment gevoeld. Eenmaal terug in downtown gaan we maar weer eens naarstig op zoek naar een liquor store. Dankzij de halsstarrigheid en het instinct van Clim hebben we succes. We vinden er een op Ninth Avenue die door Koreanen gedreven wordt. We slaan een six pack halve liters Budweiser en een flesje whisky in. We eten bij een onaanzienlijk restaurantje dat bestierd wordt door een jong meisje uit San Salvador. In onze ogen is het eten er gewoon Mexicaans. Als Clim gaat pissen, komt hij gruwend terug; de wc ligt naast een wel erg vieze keuken. De rest van de avond brengen we door op onze kamer. Tegen middernacht krijg ik ineens diarree; zal die Salvadoraanse troep mij dan toch nog klein krijgen?
|