|


De volgende duizend kilometer of daaromtrent liggen voor ons. Het landschap is eentonig, waardoor het reizen eigenlijk nog langer
duurt. Af en toe wordt er bij een nietige nederzetting gestopt; meestal bestaat
die uit een benzinepomp, een café - restaurant en wat stoffige huisjes en
schuren. Tijdens een van die pauzes verbroedert Jos zich met een trio zwaar
vervuilde, oude abo - vrouwen, die gekleed gaan in vodden die stijf staan van
de drek. Ze vormen het middelpunt van een zwerm vliegen. Jos draait op hun
verzoek zware sjekkies voor hun. Daar genieten ze zichtbaar van. Ze zeggen zelfs
netjes in het Engels dankjewel. In de buurt liggen de behuizingen van de
aboriginals, daar neergezet door de regering. De woningen zien er eenvoudig en
schoon uit, maar eromheen ligt tot in de verre omtrek rotzooi op de grond:
papier, plastic zakken, flessen, blikjes, noem maar op. De tuinen bij de huizen
zijn verworden tot junkyards, regelrechte autokerkhoven. Het lijkt er wel
een beetje op de woonkampen van de Roma - zigeuners in Oost - Europa. Het van
oorsprong normale sanitair is er om te kokhalzen. Clim komt er in ieder geval
walgend uit te voorschijn en besluit zijn behoefte maar op te houden.
 |
 |
 |
 |
 |
(Klik voor een vergroting)
|
Aboriginal kinderen van verschillende stammen
|
|
|
|
|
|

|
Na ongeveer 600 kilometer bereiken we de attractie Devil's
Marbles. Deze afgeronde rotsblokken in de vorm van granieten kogels liggen
vlak bij de Stewart Highway in een tamelijk groen landschap: ze nodigen dan ook
uit voor een interessante wandeling. De bizarre rotsformaties - de enige
in hun soort ter wereld - werden door erosie verweerd tot de huidige vorm.
De abo's beschouwen deze musterieuze Duivelse Knikkers uiteraard als heilig. We
zitten inmiddels een stuk noordelijker, dat merk je aan het weer dat
warmer is geworden. Enige uren eerder zijn we de Tropic of Capricorn
overschreden (de Kreeftskeerkring). Je kunt nu echt spreken van zomerse
temperaturen, hoewel het 's avonds en 's nachts nog behoorlijk afkoelt, maar het
kwik zakt niet meer tot onder het vriespunt. |
 |
|
|
|
 |
 |
Even verder ligt een goudstadje, Tennant Creek geheten. We
stoppen er helaas niet. Er wordt in de buurt nog steeds goud gedolven, maar dan
wel op industriële wijze met enorme machines. Die avond slapen we in huisjes bij
een tankstation annex hotel - restaurant in Renner Springs. Er wordt een goede
maaltijd geserveerd, het bedienend personeel bestaat uit back packers die er
voor enkele maanden emplooi vinden. We amuseren ons met een krantje dat voor de
Hollandse immigranten in Australië is bestemd, de Dutch Courier. Het taalgebruik
stamt regelrecht uit de jaren vijftig, heel grappig om te lezen. Het doet ons
denken aan de volzinnen van het Polygoon - journaal uit de bioscopen van die
tijd.
|
 |
 |
| |
|
|
De volgende ochtend melden we ons gewoontegetrouw even na
half acht in de eetzaal. We worden er echter niet bediend, hoewel we al vooraf
voor onze eieren met spek hebben betaald. Clim gaat
daarop
in de keuken verhaal halen en krijgt het aan de stok met de eigenaar die ons
voor alles en nog wat uitmaakt. Hij had met onze gids Jenn een tijd van kwart
over zeven afgesproken, maar daar wisten wij niets van. Jenn had gewoon verzuimd
ons daarvan op de hoogte te brengen. Gevolg: de goede man is met zijn 'cooked
breakfast' blijven zitten en haalt zijn gram door ons een eeuwigheid te laten
wachten. Hij windt zich zo op dat de confrontatie bijna op een handgemeen
uitloopt. We eisen met succes onze centen terug. Zonder ontbijt moeten we
vertrekken, maar niet nadat Jos Jenn voor haar nalatigheid behoorlijk fel
verwijten heeft gemaakt. Het is al vaker voor gekomen dat zij ons groepsafspraken niet
doorgeeft, dat is hij eindelijk zat. Zij weet van niets, beweert ze. Stond die
café - baas dan soms te liegen of is hier sprake van het zoveelste misverstand?
|
 |
We stoppen bij een gehucht dat Daly Waters heet. Het is een van
de eerste cafés van de outback, maar hij is dicht. Of het nog ooit opengaat is
zeer de vraag, want het lijkt stevig dichtgespijkerd. Wel is het museum open. In
de Tweede Wereldoorlog was hier veel activiteit om de troepen noordelijker in
Darwin gelegen te voorzien van munitie en dergelijke. Ook het telegraafkantoor
had in die tijd een belangrijke functie, daar laat een expositie ons meer van
zien. Honderd kilometer verderop opnieuw een café, nu druk beklant. Het is
weer een van die kenmerkende outback kroegen met veel ruig behaarde autochtone
klanten met dikke bierbuiken en nieuwsgierige toeristen op doortocht. Hier wordt
geluncht.
 |
 |
Zwemmen in warmwaterbronnen
|
|
Halverwege de middag slaan we letterlijk onze tenten op in
Mataranka Hot Springs, een oase rondom enkele warmwaterbronnen
die in een heuse rivier uitkomen. Bijna iedereen duikt in de warme waterpoelen en
maakt een wandeling door het bos, waar de walibies vrij rondlopen. Er ligt een
groot vakantie complex bij de bronnen, waar we eindelijk eens een keertje op ons
gemak op een terrasje kunnen zitten. Het eten is er voortreffelijk en nog niet
eens duur ook. 's Nachts horen we dingo's huilen, maar we kunnen niet echt goed
bepalen of ze wel in de buurt zitten. Trouwens, niet veel later moeten we al
weer uit de veren. Het is vier uur in de morgen. In het duister moeten we
inpakken en wegwezen voor een lange rit noordwaarts. Een uur of vier later en
driehonderd kilometer verder slaan we na het iets grotere stadje Katherine af
naar het oosten om er een boat ride te maken door de canyons van de Katherine
Gorge. |
 |


 |