|
|
|
De gids wordt afgelostOm acht uur vertrekken we. Onze eerste dag naar en door de outback ligt voor ons. We hebben een nieuwe gids / chauffeur, Jenn geheten. Dat is een afkorting van Jennifer, want het betreft hier een jong , fors vrouwspersoon met een mannelijke uitstraling. Zij zit nog niet lang in dit vak, maar heeft jaren in het buitenland doorgebracht (Spaans geleerd in Mexico en Venezuela, Engels gedoceerd in Praag). We koersen rechtstreeks naar het noorden. Onderweg leert Jenn alvast alle namen van de reizigers van buiten, daar is ze wel handig in. Ook regelt ze een en ander voor de gezamenlijke pot (the kitty?) waarvan gegeten moet worden. De komende twee weken zullen we acht nachten kamperen in de outback. Er moet dan zelf gekookt worden omdat er geen restaurants en dergelijke in de buurt zouden zijn. Wij twijfelen daar sterk aan; wij doen daar dan ook niet aan mee. We houden bovendien niet van die gedwongen in elkaar geflanste etentjes. Al de eerste avond zal blijken dat het gelijk aan onze kant ligt. Overal waar we kamperen zijn restaurants of pubs aanwezig waar je goed voedsel kunt krijgen. We komen dan ook niets te kort in de outback. Nou ja, zo'n gids moet het natuurlijk spannend maken voor ons 'avonturiers', dagenlang zullen we niet aan water kunnen komen... We moeten volgens Jenn daarom een voorraadje aanleggen van enkele liters per persoon. Ook moeten we voor onze gezondheid (om niet uit te drogen) minstens 5 liter water per dag drinken. Dat klopt dus ook niet, in de winter is daar zeker geen behoefte aan. En ja jongens, wat we "out there" allemaal zullen gaan zien is gewoonweg "marvellous" en "magnificent"! Bereid je maar alvast voor op een onvergetelijke reis, een ervaring die je nog lang zal heugen. Om kort te gaan, reclamepraat vinden we het. Wijn proevenIn de ochtend rijden we door een verstedelijkte streek die allengs meer landelijk wordt. Het is hier nog vruchtbaar (dat wil zeggen dat er water beschikbaar is). Er wordt nog eens gestopt bij een wijnboerderij om het kostbaar goedje voor de zoveelste keer te proeven. Vlakbij ligt de befaamde Barrossa Vallei, waar Duitse immigranten in de negentiende eeuw wijndruiven zijn gaan verbouwen. We bezoeken die niet, maar stevenen recht op de outback af. Soms stoppen we bij een stoffige plaatsjes met namen als Wilmington en Quorn om iets te bezichtigen, inkopen voor het eten te doen of iets te drinken. De omgeving is weinig interessant zoals verwacht.
Diner en kampvuurTegen de avond komen we in Wilpena Pound aan. Dit is een arena-achtig dal omgeven door de bergen van de Flinders Range. Hier zullen we onze eerste nachten in tenten doorbrengen. Het eerste wat we zien als we de camping site oprijden is een enorm restaurant. Nee hoor, in Australië hoef je niet te verhongeren. Tot onze verrassing eet de groep ook in het restaurant, er is een soort welkomsmaal gepland. Jos eet er een Schnitzel en is een uur later zo ziek als een hond. Een dag lang zal hij in de tent blijven liggen, om het uur naar buiten vluchtend om over te geven. Gelukkig liggen de toiletten en douches vlakbij. Na het eten wordt er doorgaans een kampvuur aangelegd, waar de groep zich omheen schaart om de dag te bespreken en verhalen te vertellen. Midden in de nacht worden we wakker van scharrelende kangoeroes rond onze tenten. Je kunt horen hoe ze grazen. Dat doen ze voornamelijk 's nachts; overdag liggen ze meestal te dutten op de schaarse schaduwrijke plekken in het veld.
Slapen in cabinsWe overnachten in het nietige plaatsje Angorichina. We krijgen cabins toegewezen waar we in stapelbedden slapen. Ach, het is er best geriefelijk. Alleen moeten we voor de douche in de rij staan, want in het huisje zijn nog 4 andere reisgenoten gehuisvest. In het kamp bevindt zich ook een grote groep schoolkinderen, pubers uit Adelaide die zich behoorlijk luidruchtig gedragen. Waarom moeten kinderen toch altijd schreeuwen naar elkaar? Als Jos vroeg gaat slapen schuift Clim aan bij het kampvuur.
Bakkerij in woestijnWe staan om zeven uur op en drinken op ons gemak thee (er is een keukentje!) op het terras van ons huisje, we hebben er een mooi uitzicht. De ochtend ziet er goed uit. Ondanks problemen met het verstouwen van de bagage (er zijn dozen etenswaar en tenten bijgekomen) wordt er toch op tijd vertrokken. Onze reisgroep is erg punctueel in dit opzicht. Onze eerste stop is bij een bakkerij in de middle of nowhere, befaamd om zijn appelgebak en cappuccino. De verharde weg is al lang overgegaan in een dirt road, die goed berijdbaar is in dit droge seizoen. Langs de weg ligt een spoorlijn die ontmanteld is. Af en toe wordt er gestopt om het en der verspreid liggende biels op te pikken voor het kampvuur. Veel ander hout is er immers niet te sprokkelen in deze boomloze woestenij. Dieren zien we er niet, op wat vogels na (vooral veel eksters).
Woomera, atoomproeven en asielzoekersIn de buurt van Woomera bezoeken we een soort protest site of vredeskamp zo je wilt. Allerlei vreemdsoortige constructies zijn hier opgebouwd bij een zgn. party, bijvoorbeeld doorgezaagde auto's en halve straaljagers in de grond geboord. Woomera is namelijk de plek waar in Australië door de UK proeven met kernbommen en raketten zijn genomen. Tegenwoordig is er (heel cynisch natuurlijk) een asielzoekerscentrum gevestigd. Kun je uittellen hoe graag de asielzoekers daar zitten en hoe welkom ze in Australië zijn. Tijdens ons verblijf in Australië ontvluchten 2 Afghaanse jongetjes het woestijnkamp. Ze duiken in Melbourne weer op, ze blijken hulp te hebben gehad van de pers die er elke dag dikke koppen aan wijdt. Australië is namelijk fel gekant tegen stromen asielzoekers en probeert die dan ook op alle mogelijke manieren te ontmoedigen.
Vrijstaat van excentriekelingIets langer stoppen we bij de zelf uitgeroepen vrijstaat of republiek van Talc Alf. Dit is een ietwat geschifte oud-Hollander (zijn achternaam is Alferink, vandaar dat "Alf") met een lange baard die in zijn onderhoud voorziet met de verkoop van zelf gemaakte pottery en beelden. Hij presenteert zich overigens keurig, verzorgt een soort rondleiding en geeft een warrige toelichting op zijn alfabet - filosofie. Op zijn erf is het een zooitje. Zijn grondstuk is afgebakend met oude autobanden en ander afval. Een stukje verderop (dat betekent hier ongeveer een afstand van 50 km) nemen we een afslag naar Ocher Canyon of zoiets, een heilige plek voor de aboriginals waar ze okerkleurige verfstoffen wonnen die ze voor hun ceremonies gebruikten. Weinig interessant, want overdag komen de kleuren niet zo goed uit de verf... Pas bij zonsopgang of -ondergang worden de grondkleuren warm en spectaculair. Ruige klanten die bushmenWe lunchen in een plaatsje genaamd Marree. We kiezen voor een hotel, waar we onverwacht keurig bediend worden in een onlangs gerestaureerde eetzaal, helemaal in stijl. De belendende kroeg is echtere andere koek. Als we daar binnenkomen zit de gelagkamer al zo ongeveer vol met authentieke Aussies met baarden, honkbalpetten, staartjes in het haar en bierbuiken. We zoeken en vinden een plaatsje aan de toog, terwijl iedereen ons aandachtig en bepaald schaamteloos opneemt. Als we er allebei geen bier maar een soda - water bestellen valt er een stilte en verstommen de gesprekken. Al die Mad Max - figuren staren ons aan alsof ze vuur zien branden. Geen bier hier? Dat kan niet! Wat doen die slappe toeristen hier in ons territorium? We voelen ons een beetje opgelaten en denken terug aan de albums van Lucky Luke, de stripheld uit onze jeugd, waar de tenderfoots ofwel de greenhorns op gelijke wijze bekeken worden. Zullen we dadelijk ook ingesmeerd met pek en veren de stad uitgejaagd worden zoals eertijds in het wilde westen met softies zoals ons gebeurde? Niet dus.
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||