|
|
|
| ||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Trots beweren de Argentijnen dat dit ‘s werelds breedste boulevard is. Breed is hij wel, dat is zeker. Het kost ons de grootste moeite om de 140 meter in één keer over te steken. Meestal blijven we steken bij de laatste twee rijbanen. De boulevard is pas in 1936 aangelegd en veel fraaie herenhuizen moesten er voor wijken. Het enige “huis” dat die kaalslag heeft overleefd is de kasteelachtige Franse ambassade, dat is immers Frans grondgebied waar de Argentijnen niet aan mochten komen. Op de Plaza Lavalle staat een enorme obelisk van 40 meter hoog die ‘s avonds feestelijk wordt verlicht. Alles langs deze boulevard is groot: de gebouwen, de billboards, de kantoren en de bomen (nu in de winter jammer genoeg vrijwel kaal). |
![]() |
|
Ook ligt er nog het grootste theatergebouw van de wereld (groter dan La Scala in Milaan en de Opera in Wenen), het Teatro Colon. We genieten er van een rondleiding en staan versteld van de omvang van het complex. Vanaf de begane grond gaan er nog vier verdiepingen de grond in. Achter de coulissen zijn volledig uitgeruste timmermanswerkplaatsen en ateliers om decor te bouwen. Duizenden kostuums in alle soorten, stijlen en maten heeft men er in voorraad. Echter niet al het verwerkte natuursteen is echt marmer, dat wil de gids ons wel toevertrouwen. Voor de ingang van het theater staan een paar reusachtige aucuara - bomen met zware takken die zich tien, vijftien meter uitstrekken en in de zomer welkome schaduw bieden.
Teatro Colon (Buenos Aires)Sierlijk 19e-eeuws operahuis Operahuis Teatro Colon in Buenos Aires is een prachtig gebouw. In 1989 werd het uitgeroepen tot nationaal historisch monument. Het rijk gedecoreerde bouwwerk beslaat een oppervlakte van 8.202 m2. In de zaal is plaats voor 2.478 toeschouwers en de orkestbak biedt ruimte aan 120 musici. Het theater is een adembenemend voorbeeld van de Frans-Italiaanse renaissancistische architectuur. Het was niet het eerste operahuis in de stad; dat werd al geopend in 1857. In 1888 werd het echter gesloten omdat de belangstelling voor opera zo groot was dat het stadsbestuur besloot dat er een moderner en omvangrijker theater moest komen. De plaatselijke liefde voor opera begon aan het begin van de 19e eeuw, toen de eerste Europese operazangers naar de stad kwamen. Buenos Aires was de plek van 's lands schone kunsten en verwierf zich gaandeweg een plaats op de culturele wereldkaart. De bouw van het nieuwe operahuis, dat met zijn grandeur het intellect en de culturele prestige van het land moest weerspiegelen, was een belangrijke stap in de ontwikkeling van de Argentijnse nationale identiteit in de postkoloniale tijd. Buenos Aires deed niet langer onder voor Europese hoofdsteden.
"Italiaans
- renaissancistisch met Duitse details en de gratie van de
Franse architectuur." De bouw begon in 1889 en duurde negentien jaar. Bij het ontwerp waren drie architecten betrokken: de Italianen Francesco Tamburini en Vittorio Meano en de Belg Jules Dermal. In 1908 ging het theater open en werd de eerste opera opgevoerd: Verdi's Aida. |
![]() |
![]() |
Even verderop ligt nog een aardig theater, Teatro Cervantes geheten. Dit theater is meer gespecialiseerd in toneel en vaudevillestukken. Nou ja, fraaie gebouwen liggen er genoeg in het centrum. Ook alle belangrijke luchtvaart maatschappijen hebben hier hun Argentijnse hoofdkantoor. We zoeken dat van Iberia op, waar we aardig ontvangen worden door een Engels sprekende employé die de herbevestiging van onze terugvlucht vlekkeloos regelt. We krijgen zelfs een vluchtschema in het Nederlands van hem. Tussen de Boulevard en de Plaza de Mayo ligt een gedeelte van de stad waar de internationale banken en modehuizen zijn gelegen. Verschillende bouwstijlen staan er naast elkaar.
|
|
|
|
GALERIAS PACIFICODit is een van de bijzonder luxueuze winkelcentra in
deze metropool. De meeste mensen kijken er met begerige ogen rond,
|
||
Het is over het algemeen voetgangersgebied, bijvoorbeeld in de straten Florida en San Martin. Die laatste wordt ook wel de City of Wall Street genoemd omdat er veel banken liggen. De winkelgalerijen in deze omgeving zijn erg in trek. Architectonisch zijn het mooie staaltjes van modern bouwkundig inzicht, maar het trekt ons niet echt aan. Te veel glitter en glamour, te dure winkeltjes en boetieks met te exclusieve spulletjes, te veel arrogante vrouwen in bontjas die taartjes eten van het geld van hun welgestelde mannen. De Galerias Pacifico ogen heel fraai; het is er ook wel druk, maar de mensen kopen er niet, ze vergapen zich enkel aan al die snuisterijen en merkartikelen. In de buik van de galerij bevindt zich een prachtig, met fresco’s beschilderd plafond, welhaast een kopie van de Sixtijnse Kapel. Als dit geen kitsch is…, maar wel mooi hoor! Op de bovenste verdieping ligt het Centro Cultural Borges met expositieruimtes en cafés.
![]()
Op het Plaza San Martin, waar we meerdere keren verzeild raken, staat een prachtig monumentale beeldengroep van heroïsche Argentijnen die de Spanjaarden hebben verdreven. Een ruiterstandbeeld vormt het onbetwistbare middelpunt. Hier komen veel bus– en metrotreinen bij elkaar. Het plein ligt wat hoger, zodat we even verderop het oude treinstation Retiro kunnen zien liggen, alsmede de Torre Ingles. Sinds de verloren Falklands Oorlog laten ze de toevoeging “Ingles”rancuneus weg… Aan de voet van de heuvel bevindt zich trouwens het monument voor de Guerra de Malvinas, met de Eeuwige Vlam en de namen van alle gevallenen gebeiteld op een granieten muur. Waar hebben we zoiets al eens eerder gezien….? Langs de heuvel staat een van de eerste torenkrabbers van Buenos Aires , het Kavanagh - gebouw dat in de jaren twintig van de 19e eeuw als erg modern gold.
|
|
|
| Het
station Retiro kennen we alleen van ons uitstapje naar de moerasdelta in
Tigre.
We komen er tijdens het spitsuur aan als de forenzen zich massaal naar hun
huizen in de buitenwijken spoeden Het is vergane glorie hier; de spoorwegen
zijn geprivatiseerd, met als gevolg dat de lange afstandlijnen zijn opgeheven.
Van hieruit kun je hoogstens 70, 80 kilometer verderop komen. In het onderhoud
van het gebouw zelf wordt nauwelijks meer geïnvesteerd. We bezoeken er het
Spoorwegmuseum, dat we heel interessant vinden. Van
enig beleid bij de geëxposeerde voorwerpen uit de bloeitijd van het spoor is
niet veel sprake; ook hier is verwaarlozing troef. Een stel beambten zit
gezellig bij elkaar te nietsnutten en drinkt mate uit eigen kalebasjes. Ze
keuren ons geen blik waardig, straffeloos hadden we de mooiste spulletjes naar
buiten kunnen slepen. De entree is gratis, zoals trouwens bij veel musea in
Argentinië het geval is.
Achter het station begint eigenlijk de wijk Recoleta die moderner van opzet is en meer groen dan het centrum heeft. De Patio Bullrich is een winkelcentrum waar we toevallig belanden; het heeft een architectuurprijs gewonnen in 1990. Ook hier weinig kopers, maar wel veel kijkers. De tafeltjes van de chique restaurantjes zijn allemaal bezet met lunchende yuppies en rijke dames die met hun tijd geen raad weten, maar wel gezien willen worden. Als je hier wilt lunchen moet je diep in je portemonnee tasten. Wij daarentegen eten gewoon brood met kaas en worst op een bankje in het park, lekker in het zonnetje. |
|
|
|
|
Bijzonder interessant in deze wijk is de begraafplaats. Oorspronkelijk is het gewoon een parochiekerkhof dat bij de Basilica Nuestra Señora del Pilar hoorde, maar in de loop der tijd is het uitgegroeid tot een prestigieuze dodenstad waar veel welgestelden en beroemdheden hun laatste rust vonden. Wel anderhalf uur lang dwalen we tussen de schitterende mausolea, schrijnen en grafmonumenten. Ik schiet bijna een heel fotorolletje op. Alle bouw– en kunststijlen zijn vertegenwoordigd, wat dat betreft is het net een museum voor kunsthistorie. Het is lekker weertje en de rust vinden we ook prima. De toeristische belangstelling valt ons mee; slechts nu en dan zien we er iemand die bijvoorbeeld naar het graf van Evita Perón loopt te zoeken. Een dissonant ligt aan de andere kant van de muur. Daar hebben ze alweer zo’n nieuwerwets winkelcentrum gebouwd, nota bene met het Hard Rock Café als middelpunt. Fotografische indrukken van dit magistrale kerkhof midden in de stad hebben we in een apart beeldverslag opgenomen onder de titels “Recoleta”, “Cemetario”en “Reflecties”. (Nog niet op het web!)
Begraafplaats La Recoleta (Buenos Aires)Rustplaats van de meest vermaarde Argentijnse staatsburgers Het gebied dat nu de wijk La Recoleta is, werd eerst bewoond door monniken (de Recoletos Descalzos). Zij bouwden er in 1716 een klooster en in 1732 een barokke kerk. Vandaag de dag wonen de meest welgestelde burgers in het stadsdeel. Aanvankelijk vluchtten de rijken in 1871 vanwege de gele koorts van het zuiden naar het noorden. La Recoleta is wereldwijd bekend omdat de beroemdste zonen en dochters van Argentinië er zijn begraven, van presidenten tot dichters en van juristen tot autocoureurs. In 1822 werd van de heilige grond van de kerk een begraafplaats gemaakt, die nu 5 ha beslaat. De begraafplaats is bijna een kleine stad op zichzelf. In rijen van drie bevinden er zich 4700 graven. Deze zijn omgeven door smalle voetpaden die bezoekers de gelegenheid bieden een blik te werpen op de Argentijnse geschiedenis en architectuur. De entree bestaat uit een neoclassicistische poort met Dorische pilaren. De sierlijke grafmonumenten zijn gedecoreerd met beeldhouwwerken en koperen of bronzes plaquettes die de namen dragen van de individuen en families die hier zijn begraven. Het meest bezochte graf is het art-deco monument voor Eva Peron, de tweede echtgenote van de Argentijnse president Juan Peron, de first lady van Argentinië van 1946 tot haar dood in 1952. De voormalige actrice en zangeres stal de harten van de Argentijnse armen en werd een vurig pleitbezorgster van de vakbonden in het land. De doodskist met haar lichaam bevindt zich in een compartiment onder een luik in de marmeren vloer van de tombe om zo grafschennis te voorkomen.
“Eva
Perón, al bij leven legendarisch.” |
|
|
|
De imposante toegang tot het spectaculaire kerkhof
|
|
|
|
|